artikel

WNRA komt eraan: nu al aan de slag!

Arbeidsrecht

WNRA komt eraan: nu al aan de slag!

Dat de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren (WNRA) eraan komt hoeft geen nadere aankondiging. Wel speelt op dit moment bij veel organisaties de vraag: wat moeten we nu al gaan doen? 1 januari 2020 nadert met rasse schreden en er zijn zaken die nu al moeten worden opgepakt. Zaken die niet door de cao’s zullen worden geregeld.

Laten we weer een koe bij de horens pakken. Op dit moment heeft elke ambtenaar een aanstelling. De Centrale Raad van Beroep is duidelijk: wanneer er geen aanstelling bestaat, is er géén sprake van een ambtenaarschap. Zo probeerde in het verleden een lid van een bezwarenadviescommissie te beredeneren dat stilzwijgend een aanstelling tot stand was gekomen. De Centrale Raad van Beroep ging daar niet in mee. Er was geen schriftelijke beschikking en dus geen aanstelling tot ambtenaar. Duidelijk.

Alleen wanneer duidelijk sprake is van een misverstand, wil de Raad zijn hand over zijn hart strijken. Dit was onder meer het geval bij een ambtenaar die geen aanstellingsbesluit had ontvangen, maar wel bezoldiging ontving, ABP-pensioenpremies afdroeg en loonspecificaties ontving. Hij was ambtenaar, ondanks het ontbreken van een aanstellingsbesluit.

Niets op schrift, toch een arbeidsovereenkomst

Na inwerkingtreding van de WNRA ambtenaren verandert deze benadering. Dan zullen veel ambtenaren werken op basis van een arbeidsovereenkomst. Een arbeidsovereenkomst kan ook mondeling worden overeengekomen. Van een arbeidsovereenkomst is sprake als de medewerker arbeid verricht, tegen betaling van loon, onder het gezag van de werkgever.

Het addertje onder het gras: het rechtsvermoeden

Cruciaal daarbij is dat het Burgerlijk Wetboek in 1999, bij de inwerkingtreding van de zogenoemde Wet flexibiliteit en zekerheid, een rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst heeft geïntroduceerd.

Wat houdt dit in? Wanneer een werkgever aan een persoon loon betaalt, en deze persoon verricht ten minste drie opeenvolgende maanden arbeid (wekelijks of ten minste twintig uren per maand), wordt vermoed dat dit gebeurt op basis van een arbeidsovereenkomst. Dat betekent dat de bal dan op de speelhelft van de vermoedelijke werkgever ligt. Deze moet dan ook aantonen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dat betekent met name dat hij moet bewijzen dat het aspect ‘gezag’, van belang voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst, ontbreekt.

Geen arbeidsovereenkomst

Het is dan ook voor overheidswerkgevers van belang om dit nu al goed te regelen. Want er zijn veel gevallen waar dit concreet gaat spelen. Daarbij valt te denken aan iedereen die binnen de overheid vacatiegelden ontvangt.

Zo zal dit kunnen spelen bij een lid van de bezwarencommissie. Die ontvangt immers voor zijn of haar werkzaamheden een vergoeding. Dat dit een arbeidsovereenkomst betreft kan eenvoudig worden gepareerd. Immers, uit de Algemene wet bestuursrecht blijkt dat de bezwaarcommissie onafhankelijk opereert. Er is in zoverre dus geen sprake van gezag. Maar dit moet dus wel goed schriftelijk worden vastgelegd, want het is aan de overheidswerkgever om het gebrek aan gezag aannemelijk te maken.

Substantieel werk

Maar ook valt te denken aan de leden van een rekenkamer. En daar zal het toch moeilijker zijn voor het overheidsorgaan om aan te tonen dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Zeker nu het substantieel werk betreft. De enkele onafhankelijke ophanging binnen de organisatie hoeft nog niet te betekenen dat er dús geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit moet dan ook goed worden geregeld, wellicht door dan maar wel een arbeidsovereenkomst aan te gaan.

En wanneer gaat dit spelen? Dit speelt een rol zodra de persoon die het betreft ziek wordt (loondoorbetaling) of dat hem wordt medegedeeld dat van zijn of haar diensten geen gebruik meer wordt gemaakt.

Afspraken schriftelijk vastleggen

Het is dus zaak om als overheidsorgaan hierop te anticiperen voor de invoering van de WNRA en de afspraken met dit soort medewerkers goed schriftelijk vast te leggen. En wellicht de relatie te heroverwegen: toch maar een arbeidsovereenkomst?

Dr.mr. Steven Jellinghaus is als advocaat-partner verbonden aan De Voort Advocaten ǀ Mediators te Tilburg en als universitair docent verbonden aan het departement sociaal recht en sociale politiek van de Tilburg University.

Meer weten over de WNRA? Steven Jellinghaus schreef samen met collega Karen Maessen het boek Normalisatie van het Ambtenarenrecht

Reageer op dit artikel