nieuws

Forceren van werkhervatting uit den boze

Arbeidsrecht

Forceren van werkhervatting uit den boze

Van een werkgever mag worden verwacht dat hij een zieke werknemer tijdens het reïntegratieproces zorgvuldig behandeld.

Een werkgever had een ontbindingsverzoek ingediend voor een arbeidsongeschikte chauffeur. Nadat de kantonrechter te kennen had gegeven het verzoek te zullen toewijzen, met een vergoeding van € 20.000 aan de werknemer, trok de werkgever zijn ontbindingsverzoek in. Hoewel de werkgever vervolgens mediation voorstelde, bleef hij de werknemer – die nog steeds arbeidsongeschikt was – bestoken met brieven en e-mails waarin hij aandrong op werkhervatting. Bovendien deed de werkgever aangifte tegen de werknemer wegens bedreiging. Uiteindelijk besloot de werknemer zelf een ontbindingsverzoek in te dienen wegens de verstoorde arbeidsrelatie.
Volgens de kantonrechter mag van een werkgever mag worden verwacht dat hij bij het reïntegratieproces van een zieke werknemer de nodige zorgvuldigheid betracht. Na intrekking van het eerste ontbindingsverzoek hebben partijen een stap gezet tot mediation. Desondanks is de werkgever de werknemer en zijn gemachtigde stelselmatig blijven lastigvallen met brieven en e-mails om hem onder druk te zetten zo snel mogelijk het werk te hervatten. Daarmee is de werkgever volstrekt voorbijgegaan aan de ontstane situatie waarin de werknemer mede door het optreden van de werkgever in is terechtgekomen. De werknemer kan niet worden verweten onvoldoende te hebben meegewerkt aan reïntegratie. Ook is niet aannemelijk dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging. De politieaangifte heeft immers niet tot vervolging geleid. Omdat de arbeidsrelatie daardoor onherstelbaar is verstoord, wijst de kantonrechter het ontbindingsverzoek toe. Hij kent de werknemer een vergoeding van € 27.000 toe, hoger dan zijn collega in de eerdere ontbindingsprocedure had vastgesteld.
Kantonrechter Alkmaar, 15 maart 2010, LJN: BM0537.

Reageer op dit artikel