nieuws

Non-actiefstelling bij reorganisatie terecht

Arbeidsrecht

Non-actiefstelling bij reorganisatie terecht

Een directeur mag op non-actief worden gesteld als zijn bedrijfsonderdeel wordt opgeheven.

Een werknemer is directeur van een bedrijfsonderdeel dat bij een herstructurering wordt opgeheven. Zijn functie komt daarbij te vervallen. Voor hem is een ontslagvergunning om bedrijfseconomische redenen gevraagd en in afwachting daarvan is hij op non-actief gesteld. De werknemer wil weer aan het werk en spant een kort geding aan.

De kantonrechter geeft hem geen gelijk. Het argument dat de directeur  schade zou oplopen door de non-actiefstelling, noemt hij ongegrond.  Als er al sprake zou zijn van beschadiging,  is deze beperkt gebleven doordat de non-actiefstelling heeft plaatsgevonden in het verband van een herstructurering.  Zo is die intern bekendgemaakt. Er is niet bekend dat hierover extern iets anders is gecommuniceerd.
Dat de werknemer  een zwaarder wegend commercieel belang zou hebben nu hij geen contacten meer zou hebben met zijn klanten, is de kantonrechter niet aannemelijk geworden.

Een non-actiefstelling is overigens volgens vaste rechtspraak alleen geoorloofd als de werkgever daarvoor gegronde redenen heeft. Dit mag bijvoorbeeld als er sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag van de medewerker. Daarnaast kunnen de omstandigheden zo zijn dat het wedertewerkstellen van de medewerker tot een onaanvaardbare situatie zal leiden.  
Deze uitspraak van de kantonrechter wijst uit dat er bij een reorganisatie dus sprake kan zijn van zulke omstandigheden.

In sociaal plannen komt nogal eens de bepaling voor dat direct na de boventalligheidsverklaring een werknemer ontheven is van de verplichting tot het verrichten van zijn werkzaamheden. Pas ervoor op deze bepaling klakkeloos over te nemen in het eigen concept voor een sociaal plan. Het gebeurt vaker dat de werkgever er belang bij heeft dat de werkzaamheden nog zeker enige tijd worden verricht. Wel kunt u uiteraard in het sociaal plan en daarbuiten bepalen, dat in onderling overleg tot non-activiteit kan worden besloten.

Kantonrechter 's-Hertogenbosch 29 juni 2012, LJN: BX0025

Mr Drs Arthur Hol is advocaat bij Stam Advocaten in Naarden, directeur van HRM College en lid van HRKracht http://www.hrkracht.nu/

Reageer op dit artikel