nieuws

Ontbinding na strafrechtelijke veroordeling

Arbeidsrecht

Ontbinding na strafrechtelijke veroordeling

Als een werknemer geen open kaart speelt over een hoger beroep in zijn strafzaak, hoeft de werkgever niet het definitieve oordeel af te wachten voor ontslag.

Een werkneemster (24) is in dienst van een bank. Ze is medewerker corporate actions, een vertrouwensfunctie die haar toegang geeft tot de financiële systemen van de bank. Ze doet betalingen en heeft kennis van de financiële gegevens van klanten. Alle medewerkers dienen te allen tijde een verklaring omtrent het gedrag te kunnen overleggen. De bank beroept zich hiertoe op de Wet op het Financieel Toezicht.
Op enig moment wordt de werkneemster aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij een strafbaar feit. Zij informeert haar werkgever over de aanhouding, maar stelt dat zij niet is betrokken bij het misdrijf. Het zou gaan om een hennepplantage in haar oude woning, waarvan zij de eigendom nog met haar ex-partner deelde, maar waar zij niet meer woonde.
Later heeft zij haar leidinggevende meegedeeld dat zij recentelijk is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en een taakstraf van tachtig uur heeft gekregen. De bank stelt haar direct op non-actief en geeft aan het dienstverband te willen beëindigen. De werkgever heeft haar een voorstel gedaan, dat zij heeft afgewezen.

Veroordeling leidt niet altijd tot ontslag

De werkgever heeft ontbinding verzocht primair op grond van een dringende reden. De betrouwbaarheid van haar werknemers moet boven iedere twijfel zijn verheven. Bij deze werkneemster is dat niet meer zo, nu zij is veroordeeld voor een strafbaar feit. De veroordeling van de werkneemster is echter (nog) niet definitief. Zij heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter.
Verder geldt dat niet iedere veroordeling tot een strafbaar feit aanleiding is tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden, ook niet als de werkgever een financiële instelling betreft. Per geval zal moeten worden bekeken of, mede gelet op de aard van de werkzaamheden, het delict, de veroordeling en de opgelegde straf, in alle redelijkheid van de werkgever kan worden verlangd het dienstverband met de werknemer voort te zetten of dat dit (op grond van een dringende reden) ontbonden dient te worden.

Vertrouwen is geschaad

Of in casu sprake is van een dringende reden, kon wat de kantonrechter betreft in het midden blijven nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen zal worden ontbonden op grond van verandering van omstandigheden. Daarbij overweegt de kantonrechter het volgende:¨

‘Van een medewerker als [verweerster] – werkend bij een financiële instelling – die wordt veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uur voor een opiumgerelateerd misdrijf, kan worden verlangd dat zij er alles aan doet haar werkgever volledige informatie te verstrekken over de gang van zaken in het strafproces, de door haar afgelegde verklaring, de (overige) bewijsmiddelen die aan haar veroordeling en de opgelegde straf ten grondslag zijn gelegd, zodat de werkgever een eigen, onafhankelijke en gefundeerde afweging kan maken van de kansen van de werknemer in hoger beroep en of de werknemer gehandhaafd kan blijven in zijn of haar functie cq het dienstverband kan worden voortgezet.

[verweerster] heeft dat niet – voldoende – gedaan. Zowel bij [de werkgever] als in de procedure heeft [verweerster] niet meer gedaan dan een – niet toetsbare – verklaring geven voor haar veroordeling en het inbrengen van de akte rechtsmiddel, welke slechts stelt dat [verweerster] beroep instelt tegen een eindvonnis van 1 juni 2012.
Wat dat eindvonnis precies behelst, welke verklaring [verweerster] in de strafzaak heeft afgelegd, op welke bewijsmiddelen het vonnis is gegrond en tot welke straf [verweerster] is veroordeeld, wordt uit dit stuk niet duidelijk.

Daarmee ontneemt [verweerster] de werkgever de mogelijkheid op basis van onafhankelijke stukken een gefundeerde afweging te maken en wordt het geschonden vertrouwen, dat begrijpelijkerwijs is ontstaan als gevolg van [verweerster]'s vervolging en veroordeling, niet weggenomen en wordt geoordeeld dat in redelijkheid voortzetting van het dienstverband van Binckbank niet gevergd kan worden. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden.

Aangezien de reden van ontbinding van de arbeidsovereenkomst volledig in de risicosfeer van [verweerster] valt, komt aan [verweerster] geen vergoeding toe.'

Interessant aan deze uitspraak is vooral dat bij onvoldoende openheid over de inhoud van het hoger beroep van de kant van de werknemer, de werkgever niet hoeft af te wachten tot er een definitief strafrechtelijk oordeel in hoogste instantie is uitgesproken.

Kantonrechter Amsterdam 6 augustus 2012, LJN: BX5076

Arthur Hol is advocaat bij Stam Advocaten in Naarden, directeur van HRM College en lid van HR Kracht.

 

Reageer op dit artikel