nieuws

Even 115.000 euro afrekenen

Arbeidsrecht

Een warenhuis start een onderzoek naar diefstal in een tweetal magazijnen en zet daartoe enkele camera's in. Een verkoopster wordt als verdachte gezien en na een maand wordt zij ook daadwerkelijk gesnapt en geconfronteerd met het feit dat ze kleding heeft gestolen in het magazijn. Onder druk van het moment tekent ze een dure schuldbekentenis.

De verkoopster wordt op het matje geroepen en moet zich verantwoorden tegenover de bedrijfsleider en iemand van de bedrijfsrecherche. De werkneemster geeft ‘vrijwillig' toe dat ze goederen heeft gestolen, waarop de twee ‘ondervragers' al snel aangeven hoeveel schade het warenhuis heeft geleden. Na een gesprek van een kwartier moet de verkoopster een verklaring tekenen waarin ze schuld bekent en een schadevergoeding van 115.000 euro moet terugbetalen. Daar komt nog eens bij dat ze per dezelfde datum geschorst is en na een paar weken op staande voet wordt ontslagen. Enkele weken later krijgt de werkneemster een incassobureau op haar dak en dit bureau sommeert haar zo snel mogelijk het bedrag + rente en andere kosten te betalen. De werkneemster schakelt een advocaat in en geeft per brief aan dat de schuldbekentenis vernietigd moet worden op grond van misbruik van omstandigheden.

Naar de kantonrechter
Daarop wordt de zaak bij de kantonrechter aanhangig gemaakt. Het warenhuis vordert een bedrag van 115.000 euro exclusief rente en andere kosten. De werkneemster heeft namelijk in een ondertekende schuldbekentenis verklaard dat zij dit bedrag gaat terugbetalen. Alles staat zwart op wit, dus volgens de werkgever moet de ex-verkoopster zo snel mogelijk over de brug komen.

De werkneemster vindt echter dat er geen sprake was van wilsovereenstemming. Ze is niet bereid dit enorme bedrag te gaan betalen en volgens haar mocht haar werkgever daar ook niet op vertrouwen. Verder vindt zij dat de schuldbekentenis tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden. Ze bekent overigens wel dat zij kleding heeft weggenomen.

Echter, op het moment dat zij het gesprek in ging, wist zij nog niet wat haar te wachten stond. Ze werd direct geconfronteerd met de diefstal van kleding door twee mensen met een hogere functie. Ze voelde zich beschaamd en wilde zo snel mogelijk het gesprek beëindigen. Alle vragen heeft zij daarom bevestigend beantwoord zonder de gevolgen te overzien. Het gesprek heeft daarom maar een kwartier geduurd en met al de ‘bewijzen' werd ook nog eens heel snel het schadebedrag vastgesteld. De werkneemster betwist dat het terug te betalen bedrag aan de hand van haar verklaringen is vastgesteld. Verder meent ze dat de bedrijfsrechercheur haar woorden in de mond heeft gelegd. Nadat ze was thuisgekomen realiseerde ze zich pas wat ze had gedaan en wat zij had getekend.

Werkelijke bedrag
Ze heeft daarna (samen met de politie) nog eens alles op een rijtje gezet en gemeend dat het daadwerkelijke bedrag aan goederen wat zij had gestolen zo rond de vijfduizend euro lag.

Het warenhuis is echter niet onder de indruk. Het gesprek met de werkneemster heeft in alle eerlijkheid plaatsgevonden. Door het ondertekenen van de schuldbekentenis ging de werkgever er van uit dat zij met de gehele inhoud van deze bekentenis instemde.

Overwichtsituatie
De kantonrechter vindt dat de werkgever toch wel iets te ver is gegaan. De werknemer moest het gesprek onvoorbereid ingaan en er was sprake van een overwichtsituatie. Het warenhuis wordt echter niet verweten dat zij haar werknemer een schuldbekentenis heeft laten tekenen. Dit wordt ook niet betwist. Wel het feit dat na een hele korte tijd ook nog eens een schadevergoeding van 115.000 euro werd geëist en dit feit ondertekend moest worden. Het had op de weg van de werkgever gelegen om de juridische gevolgen van een dergelijke bekentenis mede te delen. De werkneemster stond in het ‘verhoor' in een zeer ongelijkwaardige positie en kon ook geen deskundig advies inwinnen in de korte tijd die zij had. Ook is de rechter van mening dat het warenhuis op basis van de bekentenissen onmogelijk de schade kon vaststellen. Daarop concludeert de rechter dat er sprake was van misbruik van omstandigheden. De vordering wordt dan ook afgewezen.

Uitspraak: Rechtbank Amsterdam, 1 februari 2012

Bron: Praktijkgids Arbeidsrecht  paragraaf   par. 7.2.2.2. – pag. 536

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels