nieuws

Half werk mag niet bij een staande voetje

Arbeidsrecht

Een werkgever die een personeelslid wegens diefstal op staande voet ontslaat, kan zich geen dubbelzinnigheden veroorloven.

Een aannnemer wil af van een werknemer die zou hebben gestolen. De man wordt voor een keuze gesteld: ofwel het ontslag op staande voet gaat door, ofwel hij tekent ter plekke een beëindigingsovereenkomst. Het verzoek van de werknemer om de overeenkomst de volgende dag te mogen tekenen, wordt afgewezen. Wel krijgt hij het aanbod om zijn werkzaamheden voor de werkgever bij een derde voor te zetten als uitzendkracht. Ook mag hij nog een tijd blijven rijden in de bedrijfsbus die hij ter beschikking had gekregen van zijn werkgever.

Omdat de werknemer zich onder druk gezet voelt, plaatst hij een valse handtekening onder de overeenkomst. Hij vindt dat het ontslag daarmee ongeldig is. De kantonrechter moet er dus aan te pas komen om de tegengestelde belangen te te ontrafelen. De werkgever dient een ontbindingsverzoek in, terwijl de werknemer juist wedertewerkstelling en loondoorbetaling eist.

De rechter is niet onder de indruk van het betoog van de werkgever, die volgens hem had kunnen en moeten weten dat de handtekening onder het document niet echt was. Daarmee ontbreekt een ondubbelzinnige verklaring van de werknemer. Bovendien heeft de kantonrechter zijn twijfels over de dringende reden van het ontslag. De medewerker zou bedrijfseigendommen achterover hebben gedrukt, maar van de vermeende diefstal is geen aangifte gedaan bij de politie. Ook is het vreemd dat de man dan wel als uitzendkracht werk zou mogen verrichten bij een relatie van zijn voormalig werkgever.

De werknemer wordt in het gelijk gesteld en moet binnen twee dagen weer worden toegelaten tot zijn werkplek.

LJN: BW7284,Sector kanton Rechtbank Arnhem

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels