nieuws

Zo kan de ontslagvergoeding veiliggesteld in 2014

Arbeidsrecht

Zo kan de ontslagvergoeding veiliggesteld in 2014

Het einde van de stamrechtvrijstelling nadert. Maar het overgangsrecht biedt mogelijkheden voor beëindiging in 2014. Er is wel snel actie nodig.

Zoals het er nu naar uitziet, komt met ingang van 1 januari 2014 de stamrechtvrijstelling te vervallen. Onder voorwaarden blijft het mogelijk om voor beëindigingen na 1  januari 2014 gebruik te blijven maken van de stamrechtvrijstelling. Het kan dus lonen om voor beëindigingen die op korte termijn plaatsvinden nog dit jaar een aantal zaken te regelen. mr. T. El Ouardi en drs. B.W.M. Mulder van KPMG Meijburg & Co zetten de mogelijkheden op een rijtje.

Lees ook: stamrechtvrijstelling geldt ook voor deel van ontslagvergoeding

1. Afschaffen stamrechtvrijstelling per 1 januari 2014
Per 1 januari 2014 komt de stamrechtvrijstelling te vervallen. De stamrechtvrijstelling biedt werknemers de mogelijkheid om de beëindigingsvergoeding onbelast in een stamrecht onder te brengen en pas over de toekomstige periodieke uitkeringen belasting te betalen. Werknemers die reeds een bestaand stamrecht hebben of een stamrecht dat uiterlijk op 31 december 2013 voldoende bepaald of bepaalbaar is, hebben met ingang van 1 januari 2014 de mogelijk om het stamrecht in één keer af te kopen. Daarnaast geldt onder specifieke voorwaarden in 2014 (en alleen in 2014) een kortingsregeling van 20%.

2. Beëindiging van de dienstbetrekking in 2014
Er is overgangsrecht gecreëerd voor situaties waarin de beëindiging van de dienstbetrekking plaatsvindt in 2014. Als uw werknemer gebruik wenst te maken van de stamrechtvrijstelling, dan is hij verplicht de ontslagvergoeding onder te brengen bij een verzekeraar dan wel te storten op een daarvoor geblokkeerde bankrekening. De verzekeraar kan bijvoorbeeld een professionele levensverzekeraar zijn, maar ook een stamrecht-bv of een ex-werkgever die het stamrecht in eigen beheer houdt. De stamrechtvrijstelling zal nog van toepassing zijn bij een beëindiging in 2014 als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
– U hebt het ontslag in 2013 aangezegd en de ontslagdatum moet op 31 december 2013 vaststaan
– U beëindigd de dienstbetrekking binnen een korte termijn na het vaststellen van de ontslagdatum
De afstorting van de aanspraak evenals het einde van de dienstbetrekking moeten binnen een korte termijn (dat wil zeggen: een redelijke termijn) plaatsvinden. Van een korte termijn is in ieder geval sprake als de beëindiging van de dienstbetrekking binnen de wettelijke opzegtermijn volgt met een maximum van zes maanden (1 juli 2014). Ligt de beëindiging van de dienstbetrekking niet binnen de wettelijke opzegtermijn dan is overleg met de Belastingdienst aan te raden.

3. U dient voor 1 januari 2014 een vaststellingsovereenkomst met de werknemer te hebben gesloten
De formulering van de vaststellingsovereenkomst is erg belangrijk, aangezien onder meer goed uit de overeenkomst dient te blijken dat de werknemer een aanspraak op periodieke uitkering wordt toegekend.

4.  De werknemer gebruikt alleen een uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon voor het aankopen van een stamrecht
Een (na)betaling van loon, vakantiegeld, tantième of gratificatie kwalificeert niet als uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon.

Voor toepassing van het overgangsrecht is het niet vereist dat de ontslagvergoeding naar de uitvoerder van het stamrecht is overgemaakt in 2013. De omvang van het bedrag moet wel op 31 december 2013 vaststaan.

mr. T. El Ouardi en drs. B.W.M. Mulder, werkzaam bij KPMG Meijburg & Co

Reageer op dit artikel