nieuws

Opleidingsbeding wel of niet geldig?

Arbeidsrecht

Een adviesbureau houdt een medewerker aan zijn terugbetalingsverplichting op basis van een opleidingsbeding. Maar de werknemer weigert te betalen. Hoe oordeelt de rechter?

Opleidingsbeding wel of niet geldig?

Een medewerker van een adviesbureau krijgt telkens arbeidscontracten van een jaar aangeboden met daarin een opleidingsbeding. De werkgever verplicht zich hierin de medewerker op te leiden tot octrooigemachtigde. Ook staat erin dat de werknemer een opleidingsvergoeding moet betalen van 17.500 euro per jaar na beëindiging van de overeenkomst ‘door of vanwege de werknemer’.

Bij het tweede contract laat de werkgever in het studiekostenbeding de woorden ‘door of vanwege de werknemer’ weg. Hierna krijgt de werknemer nog een derde contract aangeboden voor drie maanden. In deze derde arbeidsovereenkomst staat in het beding dat de werknemer voor de begeleiding en opleiding over de gehele periode een opleidingsvergoeding verschuldigd is van in totaal 35.000 euro. Deze vergoeding is opeisbaar ‘na beëindiging van de arbeidsovereenkomst, hieronder ook uitdrukkelijk begrepen een beëindiging van rechtswege’.

De arbeidsovereenkomst eindigt vervolgens van rechtswege en het adviesbureau vordert 35.000 euro van de medewerker. De medewerker gaat hier niet mee akkoord.

De kantonrechter oordeelt dat in de arbeidsovereenkomsten 2 en 3 aanspraken ten gunste van de werkgever zijn opgenomen, waar zij op basis van arbeidsovereenkomst 1 geen recht zou kunnen doen gelden. Dit is in strijd met goed werkgeverschap. De werkgever kan de medewerker niet houden aan de vergoedingsverplichting zoals in het opleidingsbeding staat. De kantonrechter berekent de opleidingskosten op een bedrag van ruim 6.000 euro, wat de medewerker moet betalen aan de werkgever.

Tip! Lees meer valkuilen een aandachtspunten bij het opnemen van een studiekostenbeding op PW De Gids Vakbase.

Opzichzelfstaande overeenkomst?

Het adviesbureau gaat in hoger beroep. De werkgever vindt dat de kantonrechter arbeidsovereenkomst 3 ten onrechte niet als een opzichzelfstaande overeenkomst beoordeelt. Daarnaast is ze van mening dat ze niet heeft gehandeld in strijd met goed werkgeverschap.

De medewerker gaat tegelijkertijd in hoger beroep. Hij voert aan dat het ondertekening van arbeidsovereenkomst 3 niet betekent dat hij akkoord is gegaan met het gewijzigde studiekostenbeding. Hij is akkoord gegaan met het beding, zoals overeengekomen in de eerste overeenkomst, waarbij de opleidingsvergoeding alleen opeisbaar is na beëindiging door hemzelf. Hij stelt dat de werkgever hem er niet op heeft gewezen dat de tekst van het beding in de tweede arbeidsovereenkomst afweek van het beding in de eerste arbeidsovereenkomst.

Het adviesbureau kan volgens het hof niet aannemelijk maken dat de wijziging van het opleidingsbeding in de tweede arbeidsovereenkomst besproken is met de medewerker. Getuigen die zijn gehoord kunnen dit ook niet bevestigen. Dit maakt dat het beroep van de werkgever op het beding in de derde arbeidsovereenkomst niet aanvaardbaar is.

Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van het adviesbureau af.

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch
28-01-2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:202

Lees ook: Is uw studiekostenbeding wel rechtsgeldig? 3 rechtszaken.

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels