nieuws

Mag werkgever dreigen met ontslag?

Arbeidsrecht

Een werknemer weigert zijn werk uit te voeren, terwijl zijn baas wel de opleiding heeft betaald. Wat vindt de rechter?

Mag werkgever dreigen met ontslag?

Een man is al ruim twintig jaar in dienst van een vleesverwerkingsbedrijf. Hij voert als algemeen medewerker diverse taken uit, waaronder die van chauffeur. De werknemer heeft op kosten van de werkgever zijn groot rijbewijs gehaald. In 2009 wil de werknemer zijn rijbewijs niet verlengen, wat leidt tot een schriftelijke waarschuwing van de werkgever. Hierna verlengt hij het toch.

Advocaat

In september 2014 vraagt de werknemer een halve dag verlof aan, maar dit wordt hem geweigerd. De dag daarna wordt de werknemer opgedragen chauffeurswerkzaamheden uit te voeren. Hij protesteert fel tegen de directeur. Daarop meldt hij zich ziek. De arboarts acht hem gedeeltelijk arbeidsongeschikt, maar adviseert toch in gesprek te gaan. De directeur laat een ondergeschikte opdraven om het gesprek te voeren. Die geeft de werknemer drie opties om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.
De werknemer schakelt een advocaat in en er ontstaat een juridische woordenwisseling tussen de gemachtigden. Een poging om passende arbeid te verrichten, strandt. De werknemer stapt naar de rechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, vanwege een gewichtige reden. Daarbij eist hij een vergoeding van ruim 70.000 euro.

Altijd gesprek aangaan

De kantonrechter stelt dat de werknemer en werkgever niet goed hebben gereageerd op de weigering om de taken uit te voeren. Van de werknemer mag geen werkweigering worden verwacht, van de werkgever mag wel worden verwacht dat er bereidheid wordt getoond om in gesprek te gaan. Bovendien vindt de rechter dat de gemachtigden olie op het vuur hebben gegooid. Gezien de verziekte relatie besluit de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Beide partijen hebben schuld: de werknemer had op zijn woorden moeten passen en de werkgever had niet met ontslag moeten dreigen. De man krijgt een vergoeding van 23.000 euro (C=0,3).
Rechtbank Limburg
23 januari 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:586

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels