nieuws

Werknemer vecht relatiebeding aan: zinvol?

Arbeidsrecht

Wat als een werknemer bij de beëindigingsovereenkomst zit te slapen en niet onderhandelt over zijn relatiebeding? Kan hij daar later nog op terugkomen?

Werknemer vecht relatiebeding aan: zinvol?

Een werknemer wordt na zestien jaar dienst op non-actief gezet. De werknemer die werkzaam is als accountmanager, heeft een concurrentie- en relatiebeding. Voordat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, wordt een beëindigingsovereenkomst voorgesteld. Tussen de gemachtigden van de werknemer en werkgever wordt via de e-mail onderhandeld over de inhoud van de overeenkomst.

Geen klanten benaderen

Na dagen onderhandelen laat de gemachtigde van de werknemer weten dat hij graag een lijst van relaties wil ontvangen, zodat de werknemer weet welke klanten hij niet mag benaderen. Daarop antwoordt de gemachtigde van de werkgever, dat deze lijst niet wordt verstrekt. Wel wordt in de vaststellingsovereenkomst een bepaling opgenomen, waarbij het concurrentie- en relatiebeding wordt vervangen door een relatiebeding dat een jaar duurt. Het wordt de werknemer verboden om klanten te benaderen. Ook wanneer de man spontaan door klanten wordt benaderd, moet hij meteen doorverwijzen naar de werkgever.

Omgezet in relatiebeding

De werknemer is het hier niet eens en stapt naar de kantonrechter. Hij vindt het relatiebeding onbillijk, want het wordt hem verboden arbeid te verrichten in de branche waar zijn werkgever werkzaam is. Met andere woorden: een verbod op de vrijheid van arbeid. De werkgever is echter van mening dat dit het gevolg is van de onderhandelingen die plaats hebben gevonden met betrekking tot de vaststellingsovereenkomst. Het veel ruimere concurrentie- en relatiebeding van twee jaar is omgezet in een relatiebeding van één jaar.

De kantonrechter is van mening dat er op een afspraak die is gemaakt in de overeenkomst, niet eenzijdig op kan worden teruggekomen. Met name omdat het eerdere beding al veel zwaarder rustte op de werknemer dan het uiteindelijk afgesproken beding. Er was al een compromis gesloten en daar kan de werknemer niet meer onderuit.

Wel vindt de kantonrechter het opmerkelijk dat tijdens de totstandkoming van de overeenkomst geen financiële vergoeding is bedongen. Daarmee heeft de werknemer onvoldoende ingezien welke financiële gevolgen de vaststellingsovereenkomst voor hem had. De rechter stelt de werknemer in het ongelijk en veroordeelt hem in de kosten van de procedure.

Rechtbank Overijssel
9 december 2014
ECLI:NL:RBOVE:2014:6635

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels