nieuws

Zwangere werkneemster komt proeftijd niet door

Arbeidsrecht

Een zwangere werkneemster vertelt haar werkgever dat zij zwanger is. Dan hoort ze dat ze haar proeftijd niet is doorgekomen. Hoe oordeelt de rechter?

Zwangere werkneemster komt proeftijd niet door

De vrouw krijgt bij een bankconcern een proeftijd van twee maanden. De werkgever biedt haar daarbij aan de studiekosten van haar voormalig werkgever te vergoeden, tenzij ze haar proeftijd niet doorkomt. Tijdens het accepteren van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd meldt de werkneemster dat zij zwanger is.

Per 15 juli starten haar werkzaamheden. Eind augustus vinden (kennismaking)gesprekken plaats tussen de werkneemster, haar leidinggevende en de HR-manager. Tijdens het gesprek met de leidinggevende is er volgens haar gesproken over de vervolgwerkzaamheden na de vakantie. Deze vakantie duurt twee weken vanaf 1 september tot 15 september. Volgens de werkneemster is er niet gesproken over enig disfunctioneren en was er geen vuiltje aan de lucht.

Discriminatie

In haar vakantie wordt de werkneemster via een sms en een e-mail uitgenodigd om een gesprek te voeren over haar proeftijd. Tijdens dit gesprek krijgt de werkneemster te horen dat ze definitief niet wordt aangenomen. Per brief ontvangt zij nog een bevestiging van het ontslag.

De werkneemster vermoedt dat zij slachtoffer is van discriminatie vanwege haar zwangerschap, maar in eerste instantie vecht ze haar ontslag aan omdat de proeftijd al verstreken was. Na het gesprek met de leidinggevende ging zij er vanuit dat ze was aangenomen omdat er afspraken waren gemaakt na haar vakantie. Bovendien eindigde de vakantie op 15 september, één dag na het verstrijken van de proeftijd. De rechter gaat hier niet in mee. Zo bepaalt artikel 7:676 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek dat beide partijen tijdens de proeftijd bevoegd zijn de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen. Dat is gebeurd vóór 15 september.

Tip! Lees ook: Zwangerschapsdiscriminatie? Dit zijn de kenmerken.

Dan gooit de werkneemster het over een andere boeg. Door haar zwangerschap is zij de proeftijd niet doorgekomen. De werkgever moet volgens de rechter dan bewijzen dat zwangerschap niet de reden was voor ontslag. Volgens de werkgever is er echter nadat de werkneemster haar vakantie opnam, twijfel gerezen over de capaciteiten van de werkneemster. Dit hebben haar leidinggevende en de HR-manager bevestigd. Dat de zwangerschap de reden was, wordt door de werkgever ontkend, omdat er al afspraken waren gemaakt nadat de werkneemster terug zou komen van vakantie. Er was dus wel een intentie om het dienstverband door te laten lopen. De werkgever meldt daarbij nog dat na het melden van de zwangerschap door de werkneemster aan het begin van de periode er geen beletsel was om de proeftijd alsnog te gebruiken. Bovendien is de functie die de werkneemster moest bekleden zeer moeilijk vervulbaar en kost het de werkgever  vaak maanden om deze in te vullen. De werkgever betreurt het dat het ontslag tijdens de vakantie moest worden medegedeeld.

De kantonrechter beziet nog of in een te voeren bodemprocedure er sprake zou kunnen zijn van discriminatie, maar komt tot de conclusie dat zwangerschap niet de reden was de werkneemster binnen de proeftijd te ontslaan. De werkneemster wordt in het ongelijk gesteld.

Rechtbank Oost-Brabant
22 januari 2015
ECLI:NL:RBOBR:2015:420

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels