nieuws

1e WWZ-rechtspraak over proeftijd

Arbeidsrecht

De eerste WWZ-jurisprudentie: wat zegt de rechter in deze zaak over de proeftijd in een tijdelijk contract?

1e WWZ-rechtspraak over proeftijd

Een IT-medewerker wordt per 1 maart 2015 aangenomen bij een softwarebedrijf voor de duur van zes maanden. In de arbeidsovereenkomst wordt een proeftijdbeding afgesproken. Verder krijgt de medewerker een auto van de zaak, waarvan de helft van het leasebedrag van zijn nettoloon wordt afgetrokken.

Arbeidsovereenkomst opgezegd
Op 31 maart 2015 krijgt de medewerker te horen dat hij niet meer hoeft te komen. Zijn arbeidsovereenkomst wordt opgezegd vanwege bedrijfseconomische redenen en in de ontslagbrief wordt met name de proeftijd genoemd.
Verder dient de werknemer nog eens de helft van het leasebedrag van zijn auto over de maand april te betalen.

Proeftijd
De medewerker stapt naar de kantonrechter en spant een kort geding aan. Er mag volgens hem geen proeftijd worden afgesproken in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden. De medewerker eist doorbetaling van zijn maandelijks loon tot het moment waarop het contract rechtsgeldig wordt beëindigd. Bovendien vordert hij terugbetaling van zijn leasebedrag over april. Hij eist verder dat hij weer wordt toegelaten tot zijn werkzaamheden en houdt zich daar ook beschikbaar voor.
De werkgever zegt niets fout te hebben gedaan. Hij heeft de arbeidsovereenkomst tenslotte binnen de proeftijd opgezegd. Tevens eist hij de lease-auto terug.

Wet Werk en Zekerheid
Met de nieuwe Wet Werk en Zekerheid (>PW De Gids Vakbase) in de hand heeft de kantonrechter al snel het oordeel klaar. Sinds 2015 kan er geen proeftijd in een arbeidsovereenkomst van ten hoogste zes maanden worden overeengekomen. De proeftijd is dus ongeldig. Als er sprake was van bedrijfseconomische redenen dan had de werkgever naar het UWV moeten stappen en toestemming moeten vragen. Nu dit niet is gebeurd, is de arbeidsovereenkomst in stand gebleven.
Dat geldt ook voor de arbeidsvoorwaarden zoals de auto van de zaak. De werknemer houdt dan ook de beschikking over de lease-auto. Ondanks dat de werkgever geen werkzaamheden voor handen heeft voor de werknemer, moet hij toch te werk worden gesteld. Ook moet de werkgever loon doorbetalen vanaf 1 april. Het leasebedrag over april hoeft de werkgever niet terug te betalen daar de medewerker zijn lease-auto behoudt. De kantonrechter oordeelt bovendien dat de werkgever binnen 48 uur de werknemer moet toelaten op de werkplek, anders volgt een dwangsom.

TIP: Blijf op de hoogte over de WWZ op de cursusdag Wet Werk en Zekerheid op 6 november of de cursusdag Het nieuwe ontslagrecht in de praktijk op 1 oktober. 

Rechtbank Midden Nederland
13 mei 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:3460

Reageer op dit artikel