nieuws

WWZ-uitspraak over aanzegtermijn

Arbeidsrecht

Een werkgever gaat meteen nadat de WWZ van kracht is geworden, de fout in: hij houdt zich niet aan de aanzegtermijn. Ziet de rechter dit beginnersfoutje nog door de vingers?

WWZ-uitspraak over aanzegtermijn

Een werkneemster is in dienst bij een kinderopvanginstelling. Ze heeft een contract voor bepaalde tijd gekregen dat eindigt op 3 februari 2015 van rechtswege (zo staat in het reglement). Haar salaris bedraagt gemiddeld 1.728 euro bruto. Op 15 januari 2015 deelt haar leidinggevende mondeling mee dat haar contract voor bepaalde tijd niet wordt verlengd.
In twee brieven meldt de werkneemster dat zij aanspraak maakt op een zogenoemde aanzegvergoeding. Deze aanzegvergoeding geldt wanneer een werkgever minder dan een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst schriftelijk opzegt. De werkgever zegt echter tijdig de arbeidsovereenkomst te hebben opgezegd, namelijk per brief op 30 december 2014. En dat dit nog eens is herhaald in het gesprek met de leidinggevende op 15 januari 2015.

Schriftelijk contract opzeggen

Per 1 januari 2015 is een deel van de Wet werk en zekerheid  (>PW De Gids Vakbase) van kracht gegaan met daarbij onder andere de plicht van de werkgever een maand van tevoren een arbeidscontract voor bepaalde tijd schriftelijk op te zeggen. Wanneer de werkgever deze plicht niet nakomt, is hij een maandsalaris verschuldigd aan de werknemer.
De kantonrechter bekijkt eerst of de brief van 30 december 2014 daadwerkelijk is verstuurd. Volgens de werkneemster heeft zij deze brief niet ontvangen. Bovendien wordt er in het gesprek tussen de werkneemster en haar leidinggevende geenszins gerefereerd aan deze brief. Ook in een brief van de werkgever van 31 maart 2015 wordt er niet verwezen naar de brief van 30 december.

Lees ook: Eerste WWZ-uitspraak over proeftijd

Vergoeding inclusief of exclusief vakantiegeld?

De kantonrechter komt tot de conclusie dat er geen brief is verstuurd en dus in zijn geheel geen schriftelijke aanzegging heeft plaatsgevonden.
Dan wordt bekeken op hoeveel de vergoeding moet zijn. De werkneemster eist een vergoeding gelijk aan haar maandsalaris. Dit salaris is inclusief vakantietoeslag. De kantonrechter bepaalt uiteindelijk (op basis van het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn) dat de aanzegvergoeding het salaris is exclusief vakantiegeld. Dit bedrag moet worden betaald door de werkgever.

TIP: Blijf op de hoogte over de WWZ op de cursusdag Wet Werk en Zekerheid op 6 november of de cursusdag Het nieuwe ontslagrecht in de praktijk op 1 oktober. 

Rechtbank Rotterdam
5 juni 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:3883

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels