nieuws

Kasgeld niet direct storten: ontslag?

Arbeidsrecht

Een vestigingsmanager wordt op staande voet ontslagen als blijkt dat zij na een kasverschil ook nog eens gelogen heeft over het tijdstip waarop zij het geld bij de bank heeft afgestort. Terecht?

Kasgeld niet direct storten: ontslag?

In een vestiging van een bedrijf dat kappersproducten verkoopt, wordt een kasverschil geconstateerd.   Het kasverschil is ongeveer 1.500 euro negatief en de vestigingsmanager wordt hierop aangesproken. Ze meldt dat ze op het stortingsformulier te weinig biljetten heeft vermeld, dat het bedrag op de specificatie onjuist is, maar dat het volledige bedrag van de dagopbrengst is afgestort bij de bank. Op basis van haar “wat onsamenhangende” verklaring wordt zij echter per direct op non-actief gesteld. Het bedrijf wil eerst vernemen van de bank hoeveel er is afgestort. De werkneemster wordt wel uitgenodigd voor een vervolggesprek een week later.

Ontslag op staande voet

Twee dagen later meldt de bank dat de afstorting niet op de dag van de non-actiefstelling van de werkneemster heeft plaatsgevonden, maar pas diezelfde dag. Als een week later het gesprek met de vrouw plaatsvindt, zegt de werkgever ontslag op staande voet aan. Reden voor dit uiterste middel is dat de werkneemster heeft gelogen over haar afstorting. Zij heeft dit pas gedaan, nádat zij op non-actief werd gesteld. De werkneemster wijzigt haar verklaring en zegt dat zij inderdaad twee dagen later heeft afgestort. Dit helpt niet meer: de werkgever verliest het vertrouwen in de vestigingsmanager. Nadat de werkgever haar op staande voet heeft ontslagen, stapt de werkneemster naar de kantonrechter om het ontslag aan te vechten. 

Ontslag niet ‘onverwijld’

De kantonrechter is van mening dat een ontslag op staande voet geen stand houdt, te meer omdat het niet onverwijld is gegeven. Zo wist de werkgever vijf dagen voor het gesprek met de werkneemster al dat de afstorting twee dagen later was dan de werkneemster had gemeld. De werkgever had de vestigingsmanager direct moeten confronteren met de afwijkende tijd rond de afstorting. De arbeidsovereenkomst blijft daardoor in stand en daarom dient het loon te moeten worden doorbetaald. De kantonrechter vindt wel dat er sprake is van verwijtbaarheid. Zo had de vestigingsmanager uit eigen beweging de dag na haar non-actiefstelling de mogelijkheid kunnen geven de zogenoemde sealbag met de dagopbrengst door haar werkgever te laten controleren. Dat heeft zij niet gedaan.

Het is volgens de rechter verwijtbaar handelen, maar geen ernstig verwijtbaar handelen. Toch ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst, maar kent wel een transitievergoeding toe.

Rechtbank Amsterdam, 13 november 2015

ECLI:NL:RBAMS:2015:8027

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels