nieuws

Loonvordering na ontslag: was arbeidsovereenkomst ondubbelzinnig opgezegd?

Arbeidsrecht

Een werknemer zegt kort na het overlijden van zijn vrouw zijn baan op. Toch claimt hij achterstallig loon voor de maanden die volgen op zijn vertrek. Had zijn werkgever moeten weten dat de man het allemaal niet zo bedoelde of heeft hij ondubbelzinnig zijn arbeidsovereenkomst opgezegd?

Loonvordering na ontslag: was arbeidsovereenkomst ondubbelzinnig opgezegd?

De werknemer is in dienst als kok. De arbeidsovereenkomst is voor zes maanden, maar is tussentijds per maand opzegbaar, met inachtneming van de opzegtermijn. En van die opzegmogelijkheid maakt de kok gebruik wanneer begin juli 2014 zijn vrouw plotseling overlijdt. Hoewel hij zich een dag na het overlijden ziekt meldt – hij moet zelf een operatie ondergaan – laat hij zijn werkgever eind juli weten dat hij ontslag neemt.

Kort daarna komt de kok zijn persoonlijke bezittingen ophalen. Volgens de werkgever en meerdere getuigen zegt de kok dan nogmaals dat hij niet van plan is terug te komen.

Arbeidsongeschikt of ontslag genomen?

In oktober stuurt de gemachtigde van de kok een brief naar de voormalige werkgever. Hierin sommeert hij de werkgever het loon over de maanden augustus en september te betalen. De kok heeft zich op 5 juli ziek gemeld en heeft dus recht op doorbetaling van het salaris.

De werkgever schrijft de gemachtigde dat de werknemer in een gesprek zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en dat hij dit later heeft bevestigd. Omdat de werknemer ontkent ontslag te hebben genomen, wordt een gang naar de rechter onvermijdelijk.

Recht op loon bij arbeidsongeschiktheid

De werknemer eist zijn salaris over de maanden augustus, september en oktober, vermeerderd met de wettelijke rente, uitbetaling van 35,5 uur overwerk en betaling van de buitengerechtelijke incassokosten. Zijn argumentatie is – kort samengevat – dat hij zich op 5 juli 2014 ziek had gemeld vanwege het overlijden van zijn vrouw en vanwege het ondergaan van een operatie waarvan hij lichamelijk moest herstellen. Vanwege zijn arbeidsongeschiktheid had hij recht op doorbetaling van zijn loon.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter vindt echter dat de werkgever met de getuigenverklaringen voldoende hard kan maken dat de kok zijn arbeidsovereenkomst ondubbelzinnig opgezegd heeft. En omdat de arbeidsovereenkomst al was beëindigd, heeft de kok geen recht op het gevorderde salaris en de gevorderde wettelijke verhoging, aldus de kantonrechter.

De kok gaat in hoger beroep. Het is nu dus aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch om te oordelen of hij zijn arbeidsovereenkomst ondubbelzinnig opgezegd heeft.

Werkgever moet doorvragen

Volgens de werknemer heeft hij in het gewraakte gesprek gezegd dat hij rust nodig had en tijdelijk bij zijn broer zou logeren. Hij vindt dat zijn baas, gelet op het onverwachte overlijden van zijn echtgenote, hieruit niet zomaar had mogen afleiden dat hij ontslag nam. De werkgever had verder moeten doorvragen om zich ervan te vergewissen of er wel sprake van was van een ondubbelzinnige op beëindiging van de arbeidsovereenkomst geuite wilsuiting.

Bescherming werknemer

Het hof wijst erop dat de opzegging van een arbeidsovereenkomst door de werknemer een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring vereist, die erop is gericht de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te bewerkstelligen. Deze strenge maatstaf beschermt de werknemer voor de ernstige gevolgen die vrijwillige beëindiging van het dienstverband kan hebben. Een werknemer kan hierdoor zijn recht op een werkloosheidsuitkering verliezen.

Onderzoeksplicht werkgever

Een werkgever mag daarom niet te makkelijk aannemen dat een verklaring van een werknemer inderdaad is gericht op vrijwillige beëindiging van de dienstbetrekking. De werkgever kan een onderzoeksplicht hebben om na te gaan of de werknemer daadwerkelijk wilde opzeggen. Ook kan de werkgever onder omstandigheden verplicht zijn om de werknemer over de gevolgen van de opzegging voor te lichten.

Wat is er gezegd?

Het is dus van belang te weten wat er precies is gezegd in de weken voorafgaand aan het vertrek van de werknemer. Volgens de werkgever heeft de man na het overlijden van zijn vrouw meerdere keren aangegeven te willen stoppen met werken. In een gesprek op 30 juli heeft hij dat desgevraagd nogmaals bevestigd. De kok heeft toen zijn keukenmessen, werkkleding, een printer en spullen die hij had opgeslagen op het kantoor meegenomen. De volgende dag heeft hij sleutels van het restaurant ingeleverd. Een paar weken later heeft hij als gast in het restaurant gegeten.

Nieuw leven in Spanje

Zowel de werkgever als verschillende getuigen verklaren dat de werknemer heeft gezegd het leven in Nederland niet meer te zien zitten. Hij wilde verhuizen naar Spanje of Polen om een nieuw leven te beginnen. De werknemer zegt dat hij hiermee bedoelde dat hij rust wilde nemen, niet dat hij ontslag wilde nemen.

Arbeidsovereenkomst ondubbelzinnig opgezegd

Het hof vindt dat de werknemer zijn arbeidsovereenkomst duidelijk en ondubbelzinnig heeft opgezegd. Hij heeft meerdere keren gezegd niet meer te willen werken. Hij heeft zijn persoonlijke spullen opgehaald en zijn sleutels ingeleverd. Hij heeft geen adres achtergelaten waar hij zou kunnen worden bereikt en heeft pas na twee maanden aanspraak gemaakt op achterstallig loon.

Opzegging kwam niet onverwachts

Dan volgt de vraag of de werkgever had moeten onderzoeken of de werknemer het allemaal wel zo had bedoeld. De opzegging van de arbeidsovereenkomst kwam niet onverwachts. Sinds het overlijden van zijn vrouw had de werknemer meerdere keren gezegd niet meer te willen werken. En hoewel het hof aanneemt dat de man aanvankelijk was overmand door emoties, is het een feit dat hij dit bleef herhalen en ook daadwerkelijk de sleutels van het restaurant heeft ingeleverd. De werkgever mocht er dus van uitgaan dat de werknemer dit serieus meende. Zeker nadat hij hem dat op 31 juli nog heeft gevraagd.

Paniek in het restaurant

Dat de werkgever, zoals de kok beweerd, zo snel mogelijk van zijn werknemer af wilde nadat deze zich had ziek gemeld acht het hof niet geloofwaardig. Sterker nog, toen de kok op 31 juli vertrok, was er volgens getuigen paniek in het restaurant. De man was immers de chef kok en zijn men maakte zich zorgen over hoe het hem zou vergaan. Volgens het hof blijkt hieruit duidelijk dat de werkgever hem liever niet zag vertrekken.

De eisen van de werknemer worden daarom afgewezen. Hij moet de gerechtskosten betalen.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | ECLI:NL:GHSHE:2017:4203
3 oktober 2017

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels