nieuws

Wijziging ambtenarenrecht: normalisering komt er aan

Arbeidsrecht

Menig overheidsorganisatie is bezig met een reorganisatie. Dat is ook niet verwonderlijk. De publieke omgeving is voortdurend in verandering, en dus moet de overheidsorganisatie meebewegen. Dat zal met de komst van de normaliseringswet (Wet normalisering rechtspositie ambtenaren) niet anders worden.

Wijziging ambtenarenrecht: normalisering komt er aan

Wat wel anders wordt, is het gesternte waaronder de reorganisatie, herstructurering of hoe je de organisatiewijziging ook noemt, plaatsvindt. Niet de inhoud van de reorganisatie verandert, dat blijft een beslissing van de (overheids)werkgever. Dat noemen we ook wel ondernemersvrijheid: de vrijheid om de eigen organisatie in te richten.

Rechtspositiereglementen

Wel verandert de wijze waarop deze wordt doorgevoerd. Immers, op dit moment bepalen de rechtspositiereglementen doorgaans dat de ondervanging van de personele gevolgen wordt besproken binnen het georganiseerd overleg. Daar worden dan (nadere) afspraken gemaakt over (onder meer) de wijze waarop de boventalligheid van ambtenaren wordt bepaald. Deze afspraken krijgen dan titels als ‘sociaal statuut’ of ‘van werk naar werk-beleid’.

Normalisering van ambtelijke status

Dat de normalisering van de ambtelijke status er aan komt, is inmiddels een gegeven. Dat betekent dat de civielrechtelijke procedures gaan gelden in overheidsland. Geen wettelijk verplichte consultatie meer van de vakbonden, tenzij bijvoorbeeld de Wet melding collectief ontslag dit vereist.

Dat is het geval wanneer twintig of meer medewerkers binnen een tijdvak van drie maanden worden ontslagen vanwege bedrijfseconomische redenen. Dan moet er overleg plaatsvinden. Er bestaat dan echter geen verplichting meer om met de vakbonden tot overeenstemming te komen over een sociale regeling.

Civiel arbeidsrecht gaat gelden

Het feit dat het civiele arbeidsrecht gaat gelden voor overheidswerkgevers brengt ook met zich mee dat arbeidsovereenkomsten pas kunnen worden opgezegd nadat de werkgever hiervoor toestemming heeft verkregen van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).

Het UWV beoordeelt of de werkgever beschikt over een zogenoemde bedrijfseconomische reden om tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen. Het begrip bedrijfseconomische reden wordt daarbij ruim geïnterpreteerd. Ook de wens voor een werkgever om kosten te reduceren, zelfs als er winst wordt gemaakt, kan een bedrijfseconomische reden zijn.

Afspiegelingsbeginsel

Wat voor de praktijk veel belangrijker is, is de wijze waarop wordt bepaald welke medewerker voor ontslag in aanmerking komt. Hiervoor moet het zogenoemde afspiegelingsbeginsel worden toegepast. Dit houdt kortweg in dat medewerkers die een zogenoemde uitwisselbare functie uitoefenen in leeftijdscohorten worden ingedeeld. Vervolgens wordt dan binnen die cohorten op basis van de duur van dienstverband bepaald welke arbeidsovereenkomst voor beëindiging in aanmerking komt. Dit betreft een nogal klinische rekenexcercitie waarvoor op internet diverse rekenprogramma’s te vinden zijn.

Uitwisselbare functies

In de praktijk komen hierbij vaak problemen kijken. Allereerst is er het vraagstuk rondom de zogenoemde ‘uitwisselbare functies’. Is een functie al dan niet onderling uitwisselbaar? Dit is regelmatig moeilijk te bepalen. Het gaat er dan kortweg om dat de functies vergelijkbaar en gelijkwaardig moeten zijn. Daar kan natuurlijk nogal wat ruis op de lijn komen.

Invoeren functiehuizen

Binnen de overheidswereld zal dit na de normalisering tot veel discussies leiden. Veel overheidsorganisaties zijn immers overgegaan tot het invoeren van zogenoemde functiehuizen. De functieomschrijvingen zijn daarbij zo ruim opgesteld, dat op papier al snel sprake is van een uitwisselbare functie. En uitgangspunt voor de beoordeling van de uitwisselbaarheid van functies is nou juist de functieomschrijving.

Overheidsmedewerkers werken vaker projectmatig

Daarnaast zien we dat overheidsmedewerkers steeds vaker zijn aangesteld in algemene dienst en dat overheidsorganisaties steeds vaker meer procesgericht gestuurd worden waarbij overheidsmedewerkers projectmatig bezig zijn. Dit gebeurt met name binnen de provinciale sector. Ook dit zal leiden tot praktische problemen bij het uitvoeren van afspiegelingstoets.

Wat is een bedrijfsvestiging?

Daarnaast moet worden afgespiegeld tussen de uitwisselbare functies per bedrijfsvestiging. Een bedrijfsvestiging wordt in de regelgeving omschreven als ‘elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband’. Deze definitie lijkt op het eerste gezicht eenvoudig toe te passen, maar in de praktijk blijkt dit weerbarstiger te zijn. Immers, meerdere locaties kunnen één bedrijfsvestiging vormen en vice versa. Tegenwoordig is bovendien niet altijd meer sprake van een enkele fysieke werkplek.

Van werk naar werk-trajecten

Dit lijkt toekomstmuziek, maar is het zeker niet. Integendeel. Veel van werk naar werk-trajecten kennen een langdurige periode van herplaatsing, alvorens tot ontslag van een ambtenaar wordt gekomen. Zo bepaalt CAR-UWO (de gemeentelijke sector) dat de van werk naar werk-periode 24 maanden duurt. De praktijk leert dat deze periode kan worden opgerekt tot vier á vijf jaren.

Ambtelijke rechtspositie

En daar begint het! Immers, per 1 januari 2020 wordt de ambtelijke rechtspositie genormaliseerd. Concreet betekent dit dat een ambtenaar die op dit moment boventallig wordt verklaard, op termijn genormaliseerd ontslagen zal worden. Dat betekent dat het UWV alsdan zal kijken of op het moment dat de ontslagaanvraag wordt ingediend of op het moment dat de boventalligheid werd bepaald, dus heden, is voldaan aan een juiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel. En dat is vaak niet zo. Bijvoorbeeld omdat de gemaakte afspraken binnen het georganiseerd overleg anders zijn dan het afspiegelingsbeginsel.

Daarmee komt de normalisering toch dichterbij dan je op dit moment zou denken. Sterker nog: hij geldt al. Men zij gewaarschuwd!

Dr.mr. Steven Jellinghaus is als advocaat-partner verbonden aan De Voort Advocaten ǀ Mediators te Tilburg en als universitair docent verbonden aan het departement sociaal recht en sociale politiek van de Tilburg University.

Mr. Karen Maessen is advocaat verbonden aan De Voort Advocaten ǀ Mediators te Tilburg

Reageer op dit artikel