nieuws

Ontslag op staande voet wegens klantvriendelijkheid

Arbeidsrecht

Een interieurontwerper vindt dat de kosten voor zijn diensten de pan uit rijzen en brengt daarom goedkopere uren in rekening. Zijn werkgever is woedend en ontslaat hem op staande voet.

Ontslag op staande voet wegens klantvriendelijkheid

De interieurontwerper werkt al sinds 2001 voor zijn huidige werkgever. Hij verdient 5.492,00 euro bruto per maand exclusief 8 procent vakantiegeld en overige emolumenten. Na bijna zestien jaar is de liefde tussen werkgever en werknemer duidelijk bekoeld.

Bezwaar tegen beoordeling functioneren

Op 14 maart 2017 heeft hij een functioneringsgesprek. In dit gesprek maakt de werknemer bezwaar tegen de wijze waarop zijn functioneren door de werkgever is beoordeeld. Volgens zijn werkgever heeft hij de urennorm niet gehaald. De werknemer is het hier niet mee eens. Misschien had hij beter zijn mond kunnen houden, want na dit bezwaar kijkt de werkgever nog eens kritisch naar de urenregistratie en wat hij ziet bevalt hem niet.

Eigen invulling aan klantvriendelijkheid

Op 4 april 2017 moet de werknemer aan zijn leidinggevende en een medewerker van HR tekst en uitleg geven over zijn urendeclaraties. Het blijkt dat hij een heel eigen invulling aan het begrip klantvriendelijkheid heeft gegeven.

Om de kosten voor de klanten beheersbaar te maken, heeft hij in 2016 en 2017 bewust niet alle gemaakte ‘project adviesuren’ (ter waarde van 135 euro per uur) op een juiste wijze geadministreerd. Hij heeft in plaats daarvan op basis van een eigen inschatting een deel van de gewerkte uren verantwoord als goedkopere ‘project reisuren’ (ter waarde van 70 euro per uur) of zelfs als gratis ‘administratie-uren’.

Ontslag op staande voet

Twee dagen later wordt de werknemer op staande voet ontslagen. Zijn werkgever meent dat de werknemer door het bewust onjuist registreren van gewerkte uren zich schuldig heeft gemaakt aan bedrog en misleiding. Hierdoor is hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig geworden

Geen invloed op prijsafspraken

De werknemer ontkent niet dat hij zijn urenregistratie onjuist heeft ingevuld. Hij stelt echter dat hij geen keuze had. De werknemer betwist niet dat hij uren onjuist heeft ingeboekt. Het computersysteem waarin hij zijn uren moest bijhouden, biedt geen ruimte om uren te matigen. Maar dat was vaak wel nodig omdat een andere afdeling prijsafspraken met de klant had gemaakt. Op deze prijsafspraken had hij geen enkele invloed. Om toch te voldoen aan de gemaakte afspraken schreef hij de uren weg naar een lagere prijscategorie.

Handelswijze was onjuist en verwijtbaar

Volgens de kantonrechter staat het vast dat de werknemer bij het registreren van tijd onjuist en verwijtbaar heeft gehandeld. De werknemer had kunnen weten dat hij zijn werkgever met zijn handelswijze benadeelde.

Is dit voldoende voor ontslag op staande voet? De kantonrechter vindt van niet. De werknemer heeft niet uit eigen belang gehandeld. Hij streek zelf geen cent van de korting op. Ook heeft hij niet met de registratie gesjoemeld om voldoende projecturen binnen te harken.

Gelijk de zwaarste sanctie

De kantonrechter rekent het de werkgever bovendien aan dat hij bij de constatering van de onregelmatigheden gelijk heeft gekozen voor de zwaarste sanctie. De werknemer is nimmer gewaarschuwd. Dat de werknemer in 2011 een waarschuwing heeft gekregen voor het ten onrechte declareren van een privé-etentje, vindt de kantonrechter in deze zaak niet ter zake doend.

Geen integriteitskwesties

De kantonrechter weegt verder mee dat de werknemer ruim vijftien jaar bij de werkgever werkzaam is geweest. Waar het integriteitskwesties betreft zijn er – buiten het incident in 2011 – nooit eerder op- of aanmerkingen geweest. Zijn functioneren is tot dan toe vrijwel altijd beoordeeld met een ‘goed tot zeer goed’.

Ook de persoonlijke belangen van de werknemer wegen zwaar voor de kantonrechter. Hij is 48 jaar en heeft een specifieke kennis en ervaring als ontwerper. Door het ontslag op staande voet krijgt hij geen uitkering.

Dwangsom

De kantonrechter vernietigt het ontslag op staande voet. De werknemer moet binnen acht dagen weer aan het werk mogen. Weigert de werkgever dit, dan kost hem dat een dwangsom van vijfhonderd euro per dag, met een maximum van vijftigduizend euro.

Bron: Rechtbank Den Haag | ECLI:NL:RBDHA:2017:9706

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels