nieuws

Ontslag of geen ontslag, dat is de vraag

Arbeidsrecht

Na een arbeidsconflict zegt een werknemer dat zij op staande voet ontslagen is. Haar baas zegt van niet. Wie heeft er gelijk? De werknemer moet het bewijs leveren.

Ontslag of geen ontslag, dat is de vraag

De vrouw werkt als secretaresse voor een notariskantoor. In april 2017 beschuldigt haar baas haar ervan dat zij haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Hij gaat niet direct over tot ontslag op staande voet. Gedurende een onderzoek wordt de vrouw geschorst. Het is echter duidelijk dat haar baas niet van zins is haar weer tot de werkplek toe te laten. Ze moet haar sleutels inleveren en haar persoonlijke spullen meenemen.

De vrouw maakt bezwaar tegen de schorsing. Haar baas roept haar op voor een gesprek in mei om te bevindingen van het onderzoek te bespreken. Op de betreffende dag meldt zij zich ziek.

Verweer tegen ontslag op staande voet

Twee weken later vindt het gesprek alsnog plaats. De vrouw heeft haar advocaat bij zich. Wanneer de notaris zegt gezien het onderzoek geen andere mogelijkheid te zien dan ontslag op staande voet, laat de advocaat weten hiertegen verweer te zullen voeren. De notaris kan maar beter zelf ook zorgen voor een goede advocaat, want de vergoeding zal hoog zijn, zo voorspelt de advocaat van de werknemer.

De notaris zegt hierop dat hij wil overleggen met zijn eigen advocaat. Een week later laat hij schriftelijk weten dat hij geen ontslag op staande voet geeft. De vrouw kan haar baan terugkrijgen, mits er mediation plaatsvindt.

Werknemer houdt vast aan ontslag

Maar de werknemer heeft zich vastgebeten in het ontslag op staande voet, en de vergoeding die zij daarvoor wenst te krijgen. Zij ontkent dat de notaris in het gesprek van 30 mei heeft gezegd dat hij nog zal overleggen met zijn advocaat en dat hij dan een beslissing zal nemen.

Haar advocaat schrijft: “U heeft cliënte op 30 mei jl. op staande voet ontslagen. Uw letterlijk woorden waren dat u ‘op basis van het onderzoek geen andere mogelijkheid ziet dan ontslag op staande voet’. In het gesprek hebben u en uw echtgenote ook aangegeven dat het ontslag op staande voet schriftelijk zou worden bevestigd. Waar u nu stelt dat u in het gesprek van 30 mei jl. alleen heeft aangegeven dat u een ontslag op staande voet overweegt, is dat in strijd met de waarheid.

Pittig prijskaartje aan ontslag op staande voet

Aan het ontslag op staande voet hangt volgens de werknemer een pittig prijskaartje. Zij wil een billijke vergoeding van 24.000 euro, een transitievergoeding van bijna 12.000 euro. Verder vraagt ze 6.755 als loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Dan nog een vergoeding voor de proceskosten, de buitengerechtelijke incassokosten en rente over achterstallige betalingen.

Aan de kantonrechter nu de taak om te oordelen over de vraag of er nu wel of geen ontslag op staande voet heeft plaatsgevonden. Dat oordeel velt zij nog niet. Gelet op de verschillende verklaringen kan op dit moment niet vast worden vastgesteld of de notaris zijn secretaresse op staande voet heeft ontslagen of dat hij enkel de mogelijkheid van ontslag op staande voet heeft aangegeven en het definitieve besluit heeft aangehouden.

Werknemer moet bewijs leveren

Nu de werknemer zich beroept op rechtsgevolgen van het ontslag op staande voet, moet zij het bewijs leveren dat dit inderdaad is gegeven. Zij krijgt hiervoor twee weken de tijd.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland | ECLI:NL:RBNNE:2017:3106

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels