nieuws

Ontslag op staande voet: hoe snel is ‘onverwijld’?

Arbeidsrecht

Ontslag op staande voet: hoe snel is ‘onverwijld’?

Een week nadat een werkgever de eerste signalen krijgt dat een werkneemster de regels overtreedt, ontslaat hij haar op staande voet. De kantonrechter vindt dit ‘onverwijld ontslag’ niet snel genoeg. Maar is dat terecht?

Een van de meest gemaakte fouten bij ontslag op staande voet, is dat dit niet snel genoeg wordt gegeven. De dringende reden voor het ontslag moet in een ontslagbrief ‘onverwijld’ worden meegedeeld. Maar hoe snel is onverwijld?

Lees ook: Ontslag op staande voet: 4 meest gemaakte fouten

Bijklussen verboden

De werknemer in kwestie is in 2009 in dienst gekomen van de rechtsvoorganger van haar huidige werkgever. Haar arbeidsovereenkomst is duidelijk: wie bij The Way of Beauty knipt, hanteert de kappersschaar niet ook elders:

Werkneemster zal zonder schriftelijke toestemming van werkgever geen werkzaamheden voor derden verrichten gelijk of naar aard gelijk aan de voor werkgever te verrichten werkzaamheden en zich onthouden van zaken doen voor eigen rekening.

Wanneer werkneemster besluit de dienstbetrekking te beëindigen, verklaart zij dat zij gedurende een jaar na einde van de dienstbetrekking in een cirkel met een straal van 10 km en het bedrijf van werkgever als middelpunt, zelf geen soortgelijke onderneming zal (mede-)exploiteren. Dit op straffe van een boete van € 5.000,00 vermeerderd met € 100,00 per dag dat de overtreding voortduurt.

Onderzoek

In juni 2013 meldt de vrouw zich ziek. Ruim een jaar later is zij nog steeds 100 procent arbeidsongeschikt. Dan meldt zich op 17 november 2014 iemand bij haar werkgever die zegt dat de zieke kapster wel bij de concurrent knipt. De werkgever stelt een onderzoek in. Zo wordt er een paar keer naar de andere kapsalon gebeld en specifiek naar de kapster gevraagd. Ook maakt de werkgever beeldopnamen waaruit blijkt dat de vrouw daar werkt. Wanneer de werkgever zeker weet dat de vrouw de regels heeft overtreden, wordt ze op 24 november op staande voet ontslagen.

Oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter vernietigt het ontslag op staande voet, omdat de dringende reden niet onverwijld is gegeven. De kantonrechter vindt dat de werkgever te veel tijd heeft genomen voor zijn onderzoek. De werknemer heeft volgens de kantonrechter te weinig kans gekregen om haar kant van het verhaal te doen.

Oordeel gerechtshof

In hoger beroep oordeelt het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch anders. Het hof stelt dat het onverwijldheidsvereiste er niet is om werknemers de kans te geven hun zegje te doen voordat de werkgever tot ontslag mag overgaan. Ontslag op staande voet moet onverwijld worden gegeven zodat de werknemer direct weet welke dringende reden de werkgever hiervoor meent te hebben. Zo kan de werknemer zich er snel op beraden of hij dit ontslag op staande voet aanvaardt, of het juist aanvecht.

Zorgvuldigheidsvereiste

En, onverwijld of niet, een werkgever moet ook zorgvuldig te werk gaan voordat hij de uiterste sanctie van ontslag op staande voet oplegt. In dit geval heeft de werkgever een week de tijd genomen tussen het moment dat de eerste signalen binnen kwamen en het ontslag op staande voet. In die week heeft de werkgever geworsteld met ongeloof – ‘Dit zou mijn zieke werknemer nooit doen’ – en heeft hij een onderzoek uitgevoerd. Het hof vindt dat deze week meer duidt op zorgvuldig handelen, dan op nodeloos getalm door de werkgever.

Ontslagbrief

Volgens de werkgever heeft hij de werknemer direct mondeling laten weten dat zij was ontslagen en waarom. De werknemer ontkent dit. Maar het hof zegt dat het ontslag toch onverwijld is medegedeeld omdat de werkgever nog diezelfde dag ook een ontslagbrief heeft gestuurd.

De werknemer heeft lange tijd ontkent dat zij de verboden nevenwerkzaamheden heeft uitgevoerd. Zij heeft echter geen verklaring voor het bewijs dat door haar werkgever is ingebracht. Uiteindelijk geeft zij toe dat zij de andere kapsalon uit de brand heeft geholpen toen de eigenaar daarvan ziek werd.

Opzegverbod

De werknemer werpt nog tegen dat er voor haar een opzegverbod geldt wegens arbeidsongeschiktheid en/of zwangerschap. Het hof verwerpt dit argument. Opzegverboden gelden niet bij een ontslag wegens een dringende reden.

Het gerechtshof vernietigt het vonnis van de kantonrechter. Wel moet de werkgever zijn werknemer nog achterstallig vakantiegeld uitbetalen. De werknemer moet de proceskosten betalen.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | ECLI:NL:GHSHE:2018:468

hamer wetboek justitie rechtspraak
Tip! Zorg dat u op de hoogte bent van alle relevante wet- en regelgeving voor HR. Tijdens de HR Actualiteitendag wordt u in één dag helemaal bijgepraat

Reageer op dit artikel