nieuws

Besluit VWS zet Landelijke Meldkamer op nieuwe koers

Geen categorie

De Landelijke Meldkamer Ambulance Zorg (LMAZ), in 2006 opgericht en gefinancierd door het Ministerie van VWS, staat voor een nieuwe uitdaging. Met de invoering van de nieuwe Wet Ambulancezorg op 1 januari 2011 ziet het ministerie geen noodzaak meer om een eigen meldkamer in stand te houden. Daarmee zou een onmisbare aanvulling en ondersteuning op de capaciteit van reguliere zorgverleners wegvallen.

De Landelijke Meldkamer Ambulance Zorg ondersteunt de regionale meldkamers, GHOR organisaties en andere partijen in de acute zorg met zorg- en opschalingsdiensten. De LMAZ levert daarmee letterlijk 'onbegrensde zorg'. Na de invoering van de Wet Ambulancezorg staat de LMAZ door het besluit van VWS voor de uitdaging een andere koers te gaan varen.

Loket voor zorgvragen
De dienstverlening van de LMAZ heeft zich de afgelopen jaren breder uitgestrekt dan alleen de ambulancezorg: inmiddels biedt de LMAZ een centraal loket voor zorgvragen, onder meer ten behoeve van landelijk opererende politie- en justitiediensten. Verder beheert de LMAZ informatiesystemen zoals Octopus. Al deze taken verdienen een voortzetting van deze landelijke voorziening.

Landelijke Meldkamer Acute Zorg
De LMAZ werkt daarom op dit moment aan het transformeren van de organisatie naar een Landelijke Meldkamer Acute Zorg. De LMAZ zal ook in deze nieuwe vorm de samenwerking zoeken met partijen in het veld. Onveranderd kunnen de 24 regionale meldkamers ambulancezorg en de GHOR regio's gebruik blijven maken van de diensten van de LMAZ om daarmee de volledige verantwoordelijkheid voor alle taken rond opschaling en continuïteit te waarborgen. Naar verwachting zal de borging van de nieuwe organisatievorm van de LMAZ in de loop van 2011 een feit zijn.

Commentaar prof. Guus Schrijvers
Hoogleraar gezondheidszorg en expert in spoedzorg Guus Schrijvers reageert in zijn nieuwsbrief op het idee van het minsterie van VWS om de LMAZ op te heffen.
Hij prijst VWS dat zij het onderwerp kostenstijging spoedzorg op de agenda blijft zetten. 'Want, in de komende post-kredietcrisisjaren – zo schat ik in-  kent de gezondheidszorg een groei van nul tot één procent, net genoeg om de demografische ontwikkeling bij te houden.' Die groei is veel lager dan de spoedzorggroei van rond de zes procent van afgelopen jaren. Deze laatste groei is volgens hem zonder extra financiële middelen te realiseren door vijf soorten interventies die naar mening achtereenvolgens te doorlopen zijn:
1. Zijn preventieve interventies denkbaar die het spoedzorggebruik  afremmen?
2. Het slimmer organiseren van het spoedzorgaanbod. Zo draaien alle meldkamers ambulancezorg op dit moment nachtdiensten voor een geringe zorgvraag 's nachts. Te overwegen is om dit aantal terug te dringen tot circa vier. Technisch en telefonisch kan dat. De ANWB hanteert zo'n systeem voor haar meldkamers van de wegenwacht: overdag zijn er vier open en 's nachts maar één. De gestrande automobilist merkt dat niet. 'Mijn vingers jeuken om deze optie door te rekenen op haalbaarheid: gegevens zijn beschikbaar in computerbestanden.' Slimmer organiseren van het zorgaanbod zal niet voldoende zijn om de groei van het spoedzorggebruik in de komende jaren bij te benen. Maar na preventie is het de tweede optie waarnaar VWS kan kijken.
3. Afwentelen van de kosten van het gebruik van spoedzorg naar de burger ofwel het verlagen van de collectieve  lastendruk ten koste van de individuele lastendruk. Zelf vind ik dat er wat voor te zeggen is om patiënten, na triage geclassificeerd in de categorie niet-spoed, zelf te laten betalen. Maar ook deze derde optie is waarschijnlijk onvoldoende om de bovengenoemde 6%-groei bij te benen.
4. Dan rest de vierde optie: het verlagen van de kwaliteit van de spoedzorg. Dan wordt bijvoorbeeld de gemiddelde aanrijtijd van de ambulance hoger. Of de gemiddelde wachttijd op de HAP of de SEH. Het kan zijn dat parlement, regering, professie en publieke opinie deze optie onaanvaardbaar  achten. Dan blijft er niets anders over dan:
5. De collectieve lasten toch maar te verhogen in verband met de groei van 6%.

Reageer op dit artikel