nieuws

Een gevaarlijke politieoefening

Geen categorie

In het kader van haar opleiding voert een agente de oefening 'bevrijding kledingaanval' uit. In deze oefening, die onder leiding staat van een instructeur, heeft de agente de rol van verdachte.

Als zij de oefening nog een keer doet, valt zij met haar kin op de vloer van de sportzaal en ontstaat er nekletsel. De korpsleiding merkt het ongeval aan als een dienstongeval. De agente keert nog niet volledig in het arbeidsproces terug en wordt gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard.

Zij vraagt erkenning van de aansprakelijkheid voor het ongeval en is van mening dat de korpsbeheerder niet aan zijn zorgverplichting heeft voldaan. Volgens haar waren de instructies onvoldoende, was de instructeur niet ervaren genoeg en is er bij de uitvoering van de oefening geen gebruikgemaakt van een mat.

De korpsbeheerder wijst het verzoek af, omdat hij vindt dat er sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Tegenaanval
De Centrale Raad van Beroep ziet dat echter anders. De handeling bij de oefening moet vaardig en snel worden uitgevoerd, zodat er geen tegenaanval kan komen.

De instructeur was een bevoegde docent en stond bekend om zijn vakbekwaamheid en verantwoorde manier van lesgeven. Voor en tijdens het uitvoeren van de oefening zijn mondelinge instructies gegeven. Er is daarom volgens de Raad geen sprake van onvoldoende instructie.

Zonder mat
De oefening had echter niet zonder mat mogen worden uitgevoerd. Voor de Raad is het doorslaggevend dat de oefening 'bevrijding kledingaanval', die geldt als een van de zwaardere testen, gegeven werd aan cursisten die net met hun opleiding waren begonnen.

Uit het rapport van een expertpanel blijkt dat er bij de oefening een gerede kans op vallen bestaat, die groter wordt naarmate de oefening sneller wordt uitgevoerd.

Schijnveiligheid
De korpsbeheerder voert aan dat het gebruik van matten een schijnveiligheid biedt en ook zelf weer kan leiden tot blessures, zoals schaafwonden en fracturen. Maar die nadelen acht de Raad onvoldoende om geheel van het gebruik van matten af te zien.

Daarom vindt de Raad dat – door het gebruik van een mat niet voor te schrijven – de korpsbeheerder in strijd met zijn zorgplicht als werkgever gehandeld heeft. Het hoger beroep van de korpsbeheerder wordt verworpen.

Bron: Centrale Raad van Beroep 18 februari 2010, LJN BL6276

Reageer op dit artikel