nieuws

Geen uitkering voor onschuldige gedetineerde

Geen categorie

Een uitkeringsgerechtigde is in hechtenis genomen. De voorlopige duur van de detentie loopt op tot meer dan een maand. Een jaar later vordert het UWV een deel van zijn WAO-uitkering, omdat de man deze uitkering onterecht heeft gekregen over de periode dat hij in de cel zat. Ook al bleek hij onschuldig!

Ook krijgt de uitkeringsgerechtigde een boete vanwege het schenden van de inlichtingenplicht. Wanneer iemand in de gevangenis terechtkomt of voor een bepaalde tijd in hechtenis wordt genomen, moet de uitkeringsgerechtigde dit namelijk melden aan de uitkeringsinstantie. Dat had de man niet gedaan.

De uitkeringsgerechtigde is het niet eens met de intrekking van zijn WAO-uitkering en tekent bezwaar aan bij het UWV, maar zijn bezwaar wordt ongegrond verklaard. Hierop gaat de uitkeringsgerechtigde in beroep en stapt naar de rechtbank.

Uitspraak rechter
Ook daar vangt de man bot. De rechter verklaart het beroep ongegrond met de redenering dat de door betrokkene ondergane detentie valt onder de zinsnede 'rechtens zijn vrijheid is ontnomen' van artikel 43 lid 5 WAO.

Verder vindt de rechter dat een uiteindelijke vrijspraak niet meer van belang was. Artikel 43 noemt tevens dat de uitkering na een maand stopt als de betrokkene in de gevangenis wordt opgenomen.

Sinds een aantal jaren hebben gedetineerden namelijk geen recht meer op een uitkering. Zo krijgt iemand die gedetineerd is vanaf dag 1 geen WW-uitkering mocht de betrokkene uit een werkloosheidsituatie komen. Alleen gedetineerden boven de 65 jaar kregen voor 2008 nog een AOW-uitkering, maar ook dit is sindsdien afgeschaft.

Hoger beroep
Het UWV heeft dus volgens de rechtbank terecht de uitkering voor de periode van detentie ingetrokken en mag dus ook een boete opleggen. De ex-gedetineerde is het er nog steeds niet mee eens en gaat met dezelfde argumenten in hoger beroep en komt terecht bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

Hij tekent beroep aan omdat hij, ondanks dat hij in voorlopige hechtenis zat, uiteindelijk is vrijgesproken voor het delict dat hij zou hebben gepleegd. Het UWV had daarom volgens de man geen recht om zijn WAO-uitkering in te trekken. Bovendien heeft hij voor de periode dat hij onterecht in hechtenis zat, geen schadevergoeding ontvangen.

Maar ook de CRvB geeft geen krimp. De Raad wijzigt wel de periode van intrekking en terugvordering, maar laat de rest van het oordeel van de rechtbank in stand. De detentieperiode was meer dan een maand en volgens artikel 43 WAO stopt de uitkering dan.

Verder meent het CRvB dat de wetgever aan het begin van deze eeuw een maatschappelijk ongewenst geachte situatie ongedaan wilde maken. Het kon niet zo zijn dat gedetineerden zowel een uitkering ontvingen als door de overheid werden voorzien in hun levensonderhoud.

Verder was de overweging dat er een onrechtvaardig onderscheid bestond tussen mensen die voor de detentie in loondienst waren en om die reden een uitkering konden hebben, en gedetineerden die verstoken waren van inkomsten. Met een aantal wetswijzigingen is dit in 2000 ongedaan gemaakt.

Zeer formeel
De Centrale Raad van Beroep heeft de wet op zeer formele wijze uitgevoerd. Het feit dat de uitkeringsgerechtigde een periode op rechtmatige wijze zijn vrijheid is ontnomen, is voor het CRvB voldoende argument. Er mag dan geen WAO-uitkering worden genoten.

Dat er ondanks detentie uiteindelijk vrijspraak was, doet volgens de Raad niet ter zake. Het gaat dus puur om de feitelijke situatie en niet om de legitimatie van het gedetineerd zijn. De CRvB heeft voldaan aan de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht.

Bron: Centrale Raad van Beroep 13 januari 2010, LJN BK9126

Reageer op dit artikel