nieuws

Meeroken op kantoor

Geen categorie

Medio mei 2008 constateert een inspecteur van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) bij een hercontrole dat er voor de tweede keer in de kantoorruimte van een reclamebedrijf wordt gerookt. Er staat een asbak met uitgedrukte peuken en er hangt een sterke tabakslucht.

Na de eerste controle is een schriftelijke waarschuwing gestuurd. Nu volgt een bestuurlijke boete van 300 euro op grond van artikel 11a Tabakswet. Volgens dat artikel moeten werkgevers zodanige maatregelen treffen dat werknemers hun werkzaamheden kunnen verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden.

Open deur
Bezwaar is tevergeefs en de werkgever stapt naar de (bestuurs)rechter. Er worden vele juridisch-technische bezwaren aangevoerd, die de rechtbank allemaal verwerpt. De rechtbank stelt vast dat niet wordt betwist dat er een inspectie heeft plaatsgevonden en dat de deur van de werkkamer van de directeur openstond. Ook niet dat daar gerookt werd en dat er om en nabij die werkkamer personeel aanwezig was. 

Daarmee is al voldoende komen vast te staan dat de werkgever zijn werknemers heeft blootgesteld aan (schadelijke stoffen van) tabaksrook. De werkgever heeft aangevoerd dat het directiekantoor alleen door de directie wordt gebruikt. Maar ook dat betoog wordt verworpen. Tijdens het controlebezoek heeft een medewerker zich in de deuropening gemeld met de vraag of de showroom dicht kon.

Blootgesteld
Daarmee staat vast dat die medewerker zich in het kader van zijn werkzaamheden bij zijn directeur meldde, waardoor hij werd blootgesteld aan tabaksrook. Artikel 11a Tabakswet houdt een resultaatsverplichting in. Ten slotte is het een vaste gedragslijn dat na een waarschuwing wordt overgegaan tot het opleggen van een boete. De rechtbank acht deze gedragslijn niet onredelijk. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Bron: Rechtbank Rotterdam 26 maart 2010, LJN: BL9871

Reageer op dit artikel