nieuws

Taskforce DeeltijdPlus zwaait af

Geen categorie

'Deeltijdplus' gaat het helemaal worden, als het aan de gelijknamige taskforce ligt. Rob Vinke denkt van niet.

'Onze taak zit erop'
Pia Dijkstra, voorzitter van de Taskforce DeeltijdPlus, heeft na twee jaar zwoegen haar eindrapport (pdf) ingeleverd. De titel De discussie voorbij is erg voorbarig en erg zelfgenoegzaam.

Het onderwerp is grondig verkend, maar de constatering in het voorwoord 'er wordt veel gepraat over dit onderwerp', gonst nog na in mijn hoofd.

Zijn we klaar met die constatering? Nee. Natuurlijk niet. We zijn nog nauwelijks begonnen.

Deeltijd is geen variant van voltijd
De aanpak van de Taskforce is een klassieke benadering van een klassiek onderwerp geworden. Dat levert klassieke gedachten en klassieke oplossingsrichtingen op.

In de Taskforce DeeltijdPlus zijn vrouwen zwaar oververtegenwoordigd. Dan roep je als vanzelf klassieke man/vrouwbeelden en reacties over jezelf af.

Klassiek, omdat we om de haverklap woorden tegenkomen als 'rollenpatroon', 'onderbenut potentieel', 'betere spreiding van de zorgtaken' en 'spitsuur van het leven'. Allemaal terecht, maar ook allemaal bekend. Ik had er veel meer van verwacht.

De oplossingsrichtingen zijn al tientallen jaren als oude koek aan het schimmelen, zoals:

  • er is een grote noodzaak tot flexibilisering van het werk;
  • werken loont en zorgen loont;
  • vergrijzing/instandhouding van welvaart vraagt om meer arbeidsparticipatie van vrouwen;
  • er is urgentie geboden vanwege de structurele krapte op de arbeidsmarkt.

Zo blijft er toch nog een Calimero-spruitjeslucht rondom de rapportage hangen. De ondertoon is duidelijk. De deeltijdbanen moeten groter worden, waarbij is vastgesteld dat vrouwen het zwaar hebben en mannen dat maar niet willen inzien. Dat tot enige waarheid verklaren, helpt niet.

In de kern wordt er gevraagd om levensfasegericht personeelsmanagement en als aanknopingspunt is er een Handboek Grotere Deeltijdbanen (pdf) samengesteld. Is dat wel de oplossing?

De diepere ondertoon in de rapportage, dat grote deeltijdbanen beter voor de samenleving zijn dan kleine, is onzin. De capaciteit die gewonnen wordt bij een grotere participatie in de wereld van de betaalde arbeid, gaat direct verloren aan inzetbare uren in het vrijwilligerswerk en onbetaalde mantelzorg.

Voltijdwerk en deeltijdwerk zijn termen uit een klassiek verleden. De samenleving stevent af op andere tijden.

Het wordt een netwerk aan netwerken waarbij beschikbaar talent voor een bepaalde periode aan een klus wordt gekoppeld. Dat levert de nieuwe kleefstof. Zaken als werk en privé, hobby's en vrienden en recreatie en leren worden gelijkwaardige activiteiten.

De jongste generaties die nu op de arbeidsmarkt verschijnen, willen iets anders. Voor de generatie van de pragmatici en de generatie Einstein is voltijdwerk een gruwel. Daarom moeten we af van termen als voltijdwerken en in de slagschaduw deeltijdwerken, waarbij deeltijdwerk altijd de mindere is van voltijdwerk. Deze termen verwijzen naar oude verhoudingen.

Deeltijdwerk wordt de norm, omdat daarbij mensen meerdere activiteiten naast elkaar kunnen uitvoeren. Voltijdwerken betekent immers in de praktijk voltijdplus, waarbij er geen ruimte en energie meer beschikbaar is voor andere belangrijke zaken in het leven.
 
En de winnaar is…
Winnaars willen betrokken mensen op het werk zien. Mensen die harmonisch in het leven staan, die niet in een tijdsspagaat gedwongen worden, waarbij het nieuwe werken normaal is. Winnaars kiezen voor voltijdmin in plaats van deeltijdplus.

Reageer op dit artikel