nieuws

Twitter

Geen categorie

Nee, dat Twitter, daar had ik nooit aan moeten beginnen. Jarenlang leefde ik  in de stellige overtuiging dat het uitwisselen van die gratuite 140-tekens-berichtjes voorbehouden was aan mensen die niets beters te doen hebben. Eenzame mensen ook, die niemand hebben om mee te praten en daarom wezenloze mededelingen als ‘Dag peeps! Net wasje gedraaid ga nu lekker bakje koffie zetten #koekjedrbij, twexit' op het net te grabbel gooien voor de schamele, al evenzeer door schrijnende eenzaamheid  getroffen lotgenoot. Een schreeuw om aandacht in de cyberwoestijn.

Zielige mensen die nauwelijks een écht leven leiden, en daarom een triest surrogaatbestaan creëren met een virtuele vriendenkring van mede-stakkers die elkaar nooit ontmoet hebben, ook nooit zullen ontmoeten en slechts kennen onder namen als ‘Vuilnisbakje'76' , ‘Theemutsinwaddinxveen' of ‘Ilovepaprikachips'. Niks voor mij dus, want ik ben een vrouw van de wereld, dacht ik, ik heb vrienden zát en ik sta boven zulke trieste tijdverspilling. Maar toen kreeg ik een mailtje van een lezer, een aardig en vleiend mailtje: ‘Mevrouw Witteman, hoe kan het dat u nog steeds niet Twittert? U zou er heel veel mensen een plezier mee doen, kijk, ik heb alvast een account voor u aangemaakt! Probeert u het eens!'.

Ja, en toen wou ik natuurlijk de lulligste niet zijn. Ik surfte naar twitter.com en tikte de weinig meeslepende tekst ‘Wat zal ik vanavond nou weer eens gaan koken?' En verdomd,  ik kreeg antwoord. Niet één of twee, maar wel twaalf medetwitteraars haastten zich mij er van te overtuigen dat het gamba's met knoflook moesten worden, minestrone, lamskoteletjes met rozemarijn, een kipje op de barbecue, gegrillde asperges met vinaigrette, saltimbocca….één brave, door en door Hollandse ziel suggereerde zelfs andijviestamppot met spekjes, waar ik, ondanks dat het hier tegen de dertig graden liep, meteen enorme zin in kreeg: maar helaas, zo alomtegenwoordig als andijvie in Nederland is, zo schaars is deze voortreffelijke bladgroente in Washington.

Aangemoedigd door dit eerste twittersuccesje slingerde ik een volgend berichtje de virtuele snelweg op, alwéér van een beschamende alledaagsheid: ‘de poes is net in de volle badkuip gesprongen'. De reacties waren zo mogelijk nóg overweldigender. Want ja, veel mensen hebben een kat, en opvallend veel katten blijken een genuanceerdere kijk op badkuipen vol water te hebben dan gebruikelijk: zeker twintig  twitterende kattenbaasjes haastten zich mij te verzekeren dat hun kat óók zo'n mal beest was.

Opeens zat ik dus met tientallen medetwitteraars uitgebreid te ouwehoeren over het wel en wee van onze respectieve huisdieren. Voor ik het wist was het uren later, de kinderen kwamen uit school, en ik had de hele dag nog geen letter geschreven en zelfs mijn mail nog niet beantwoord. Ja, honderden tweets, dat wel. Aan wildvreemden met namen als ‘Vuilnisbakje'76' , ‘Theemutsinwaddinxveen' of ‘Ilovepaprikachips'. Ze hadden me virtueel bij mijn kraag gegrepen, me besmet met het eenzame-mensenvirus en me verslaafd gemaakt aan de Twitter-hard-drug. In één dag.

Sindsdien houd ik mezelf voor dat Twitter een nuttig en leerzaam medium is, zeker voor mensen in mijn vakgebied. En dat twitteren helemaal geen zielige tijdverspilling is, maar een ‘moderne manier van communiceren' die mij op allehande ‘briljante nieuwe ideeën' zal gaan brengen. Bovendien, een leuke tweet is ten slotte een goede reclame voor mezelf, die mijn volgers (het zijn er al 4055!) er toe zal aanzetten al mijn boeken te kopen. Ja, dat zeg ik allemaal voortdurend tegen mezelf.

Dag Peeps! net wasje gedraaid ga nu lekker bakje koffie zetten #koekjedrbij, twexit.

Sylvia Witteman

Reageer op dit artikel