nieuws

Vakantie-uren overledene mee in het graf

Geen categorie

Een werknemer is zestien jaar lang bij een werkgever in dienst, maar overlijdt plotseling. In zijn werkzame jaren had de man een stuwmeer aan vakantie-uren opgebouwd. Omgerekend naar geld gaat het om een aanzienlijk bedrag. De erfgenamen willen deze vakantie-uren uitbetaald krijgen en slepen de werkgever voor de rechter.

Allereerst stelt de rechter op basis van artikel 4:182 Burgerlijk Wetboek vast dat met het overlijden van de erflater de erfgenamen hem van rechtswege opvolgen in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap. Met andere woorden, de vermogensrechten van de overledenen gaan over op de erven.

De familie van de overledene, moeder, broers en zussen denken met dit wetsartikel in de hand de buit binnen te hebben, maar de rechter houdt nog wat troefkaarten achter de hand.

Einde arbeidsovereenkomst
Zo geeft artikel 7:641 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek aan dat een werknemer aanspraak kan maken op uitbetaling van zijn vakantie-uren aan het einde van de arbeidsovereenkomst.

Het komt ook vaak voor dat een werknemer zijn niet opgenomen vakantie-uren meeneemt naar de volgende werkgever, maar dat gaat in dit geval natuurlijk niet op. De uitbetaling van de vakantie-uren vindt namelijk pas plaats op het moment dat de arbeidsovereenkomst ook daadwerkelijk eindigt. Voor het overlijden van de werknemer bestond er dus nog geen aanspraak.

Aanspraak
Omdat bij het overlijden van de werknemer de arbeidsovereenkomst stopte, kon de werknemer zijn aanspraak op uitbetaling van vakantie-uren niet verzilveren, immers de werknemer was op dat moment overleden. Omdat de erflater zelf geen recht kon doen gelden op uitbetaling, is het dus volgens de rechter logisch dat deze aanspraak (die er eigenlijk niet was) niet kan worden geërfd door de erfgenamen.

Laatstverdiende salaris
Verder memoreert de kantonrechter dat de bepalingen in artikel 7:674 Burgerlijk Wetboek geen zaken bespreken met betrekking tot de aanspraak op de uitbetaling van niet-genoten vakantie-uren. Het artikel bespreekt alleen dat de werkgever na het overlijden van de werknemer een uitkering van een maand ter hoogte van het laatstverdiende salaris moet overmaken.

Ook blijkt uit de wetsgeschiedenis bij artikel 7:641 Burgerlijk Wetboek dat het doel van overgebleven vakantie-uren is (kort samengevat) om ze op te nemen bij een nieuwe werkgever, en niet om ze uit te laten betalen.

Ongunstig tijdstip
In de Memorie van Toelichting van deze wet staat dat het bijvoorbeeld kan voorkomen dat bij de aanvang van een nieuwe arbeidsovereenkomst de overgebleven vakantie-uren vallen op een ongunstig tijdstip om op vakantie te gaan. Doel van het uitbetalen van de vakantie-uren is dan om eigenlijk de latere vakantie bij de nieuwe werkgever 'in te kopen'. In dit geval is dat onmogelijk.

Nul op rekest
Als laatste proberen de erfgenamen hun toevlucht te nemen tot de cao waaronder het overleden familielid viel, maar ook hier halen zij nul op het rekest. Zo blijkt de cao geen ruimere uitleg te geven aan de eventuele uitbetaling van niet opgenomen vakantie-uren in vergelijking met artikel 7:641 Burgerlijk Wetboek.

Spaarsaldo
De cao meldt alleen dat het restant spaarsaldo in het kader van de spaarverlofregeling aan de nabestaanden kan worden uitbetaald, met inachtneming van de zaken in artikel 7:674 Burgerlijk Wetboek.

Al met al kunnen de erfgenamen dus fluiten naar de uitbetaling van de niet genoten vakantie-uren. De dode neemt ze mee het graf in. De kantonrechter stelt de werkgever in het gelijk en veroordeelt de erven tot betaling van de proceskosten.

Bron: Kantonrechter Assen 17  november 2009, no. 261618/CV EXPL 09-4078, LJN BK3558, JAR-25-2010

Reageer op dit artikel