nieuws

‘De mensen lezen niet meer. Moderne communicatiemiddelen nemen hals over kop de rol van het geschreven woord over. Binnen tien jaar zullen er geen kranten en boeken meer bestaan'. Bovenstaande tekst, of woorden van gelijke strekking, ligt hedendaagse doemdenkers in de mond bestorven: ons staat een literaire leegte te wachten.
Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik er tot voor zeer kort óók dergelijke sombere gedachten op na hield.

Mijn kinderen speelden liever met de Wii dan zelfs maar een stripboek ter hand te nemen. Datzelfde stripboek, nota bene, dat in mijn jeugd nog gold als verwerpelijke non-lectuur die bij kinderen tot fantasieloosheid en leesluiheid zou leiden: Kuifje kon nog nét, maar dan moest je hem wél in het Frans lezen. Ik heb er een levenslange weerzin tegen de Franse taal aan overgehouden, maar dit terzijde.

Zelf houd ik al mijn hele leven van lezen, zo veel en vaak mogelijk, alles wat los en vast zit. Met lede ogen zag ik dan ook mijn kinderen de schitterendste jeugdklassiekers gapend terzijde schuiven (‘Schoolidyllen', ‘Kruistocht in spijkerbroek'Levende bezems'….) en naar de afstandsbediening grijpen. Maar goed, wat doe je er aan? Een vriendin van me betaalt haar kinderen vijf euro per gelezen boek, maar dit lijkt me een methode die slechts op zeer korte termijn vruchten afwerpt. Ik besloot dus rustig af te wachten, in de hoop dat het probleem zich vanzelf zou oplossen.

Intussen kocht ik, ruim een jaar geleden, een E-reader. Aanvankelijk gebruikte ik het ding met enige scepsis. Ik miste de specifieke geur van verse dan wel oude boeken, het gezellige gevoel van in een warm bad een oude Margriet lezen, de vrolijke stapeltjes naast mijn bed, op de keukentafel en op de WC… Ik schreef zelfs een boos stukje over die E-reader, waarin ik de hoop uitsprak dat iemand hem gauw van me zou lenen en vergeten terug te geven.

Maar al gauw kregen de voordelen de overhand. Op reis hoef ik nu niet meer tien dikke pillen in mijn koffer te laden, want op het lichte, dunne readertje heb ik inmiddels een complete bibliotheek bijeen vergaard. Ook hoef ik niet meer elke zes maanden een nieuwe Billy bij IKEA te halen en moeizaam in elkaar te schroeven, want de stapels papieren boeken groeien nauwelijks meer aan. Als ik een passage wil terugvinden kan mijn reader dat binnen seconden, op trefwoord. Een woord dat ik niet ken, vind ik direct verklaard met het ingebouwde woordenboek.

Het mooiste is nog: mijn kinderen vinden dat ding cool. Als eerste ging mijn twaalfjarige dochter overstag, toen ik de complete Harry Potter voor haar downloadde. Na een paar weken leesplezier vroeg (en kreeg) ze óók zo'n ding voor haar verjaardag. Toen was haar negenjarig broertje óók om: de laatste tijd moet ik steeds vaker míjn reader uit zijn knuisjes rukken, omdat hij er weer eens een spannend kinderboek op heeft gedownload. En toen het kleintje van zes erachter kwam dat het ding ook kon vóórlezen, was ook hij helemaal verkocht. Daar doet dat rare, metalige computerstemmetje niks aan af: want voorlezen, dat kan zijn moeder wel béter, maar geen uren achter elkaar.

Als het zo doorgaat, moet ik er nog een paar bij kopen. Of toch niet? Laatst had mijn dochter haar zakgeld zorgeloos vergooid aan snoep en frutseltjes en zo'n E-boek is dan wel een stuk goedkoper dan een papieren boek, maar niet gratis. Ik overwoog om haar mijn creditcard toe te stoppen: lezen moet immers gestimuleerd worden. Maar terwijl ik de opvoedkundige voors en tegens van deze manoeuvre aan het overwegen was, zag ik haar uit uit mijn ooghoek in ‘Levende bezems' bladeren. ‘Ruikt eigenlijk lekker, zo'n boek…' mompelde ze. En even later zat ze met rode oortjes te lezen.

Zo hebben die verfoeilijke moderne communicatiemiddelen mijn kind toch nog, via een omweg, op het juiste pad gekregen. En nu mezelf nog. Want ik ben zó verknocht geraakt aan die reader dat ik hem tegenwoordig zelfs in bad lees. En dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden…

Sylvia Witteman

Reageer op dit artikel