nieuws

Welk dwaallicht volgen wij?

Geen categorie

Blindelings geloof in marktwerking blijkt al net zo'n utopie als de communistische heilstaat. Rob Vinke zoekt zijn heil in netwerken van netwerken waarin creativiteit en eigen verantwoordelijkheid prevaleren.

De koude adem van het verleden
Op 1 mei 2010 verscheen een nieuwe vertaling van deel 1 van Het kapitaal van Karl Marx.

Ondanks het feit dat het een uiterst complex en ontoegankelijk boek is, zien we dat het sinds de eerste druk uit 1867 nog steeds gelezen wordt. Utopieën blijven blijkbaar aantrekkelijk.

Sir Thomas More gebruikte in zijn boek Utopia (1516) de term Utopie voor het eerst. Sindsdien wordt het begrip gekoppeld aan auteurs die de ‘ideale staat' trachten te beschrijven.

De geschiedenis heeft veel beschrijvers van de onmogelijke werkelijkheid laten acteren. Tot op heden is er niet één utopie tot realiteit gebracht.

Utopieën te koop
Boeiend is het door Hans Achterhuis geschreven boek ‘De utopie van de vrije markt' (2010), waarin hij Ayn Rand (1905-1982) ten tonele voert. Haar grote kapitalistische utopie
‘Atlas Shrugged' (1992) heeft velen geïnspireerd, waaronder Alan Greenspan de voormalige president van de zeer invloedrijke Amerikaanse Federal Rerserve Bank.

Na de Bijbel is ‘Atlas Shrugged' door het weekblad Time uitgeroepen tot het belangrijkste boek van de afgelopen eeuw. Over het algemeen geloven zeer veel Amerikanen nog steeds onverkort in de heilzame werking van de vrije markt. Niet de staat, maar de markt moet bepalen.

Toen in 1989 de Berlijnse muur viel en het communisme dood verklaard werd, gaf dat nog meer recht van spreken voor het vrije marktdenken. Francis Fukuyama schreef kort daarna zijn invloedrijke boek ‘The End of History and the Last Man'(1993). De beschaving had haar eindpunt bereikt. De vrije markt kon nu ongestoord haar heilzame boodschap over de hele wereldbol uitrollen.

We hebben ondertussen een wereldwijde crisis op de schouders gekregen waarvan de last zwaar is. Inmiddels is de kritiek op het vrije marktdenken niet van de lucht. Vooral de overheid, de gezondheidszorg en het onderwijs zuchten onder denkmodellen die daar niet voor zijn ontworpen.

Hans Achterhuis concludeert dat het noch om de markt, nog om de staat gaat. Hij spreekt over de ‘algemene utopische verblinding' die optreedt als je het eigen kritische denken verlaat en de weg van de utopie volgt. Het gaat namelijk om zelfzorg en ethische reflectie op het eigen handelen. Kortom, het gaat om markt en overheid en om jezelf.

Veel van de leidende utopieën konden groeien in de slagschaduw van de industriële revolutie. Het blindelings volgen van de markt of de staat levert een mono-werkelijkheid op waarin creativiteit en eigen verantwoordelijkheid worden vermorzeld. Er is meer aan de hand.

We verlaten met grote snelheid de industriële werkelijkheid en komen steeds meer in een wereld waarin netwerken van netwerken de realiteit van alle dag bepalen. Is er in die feitelijkheid wel sprake van markt en overheid? Staan we in ons denken aan de vooravond van een fundamenteel paradigma schift waarin we eerder last dan lust ondervinden van utopieën? Ik denk van wel.
 
En de winnaar is…
Winnaars wentelen zich niet in het gedachtegoed van utopieën. Dat beperkt hun handelingsvermogen. Winnaars zoeken constant naar wat wel kan en wat wel lukt in plaats van zich te verschuilen achter bergen van ontkenningen. In het netwerk van netwerken zoekt de winnaar naar uniciteit, naar de kern van de positieve psychologie.

Reageer op dit artikel