nieuws

De crisis kwam toch van rechts?

Geen categorie

Veel politiek linksgeoriënteerde vrienden van me begrijpen niets van de verkiezingsuitslag. De financiële en economische crisis, die de verkiezingscampagne zo beheerste, was toch het resultaat van het neoconservatieve gedachtegoed dat vergaande deregulering propageerde? Hoe kon het dan dat rechts zoveel stemmen had gewonnen bij de verkiezingen op 9 juni? In de napeiling van Maurice de Hond van afgelopen zondag scoorde de PvdA van Job Cohen weliswaar 38 zetels, maar die waren volledig afkomstig van linkse c.q. progressieve kiezers, die met de wetenschap van nu strategisch op de PvdA zouden stemmen in plaats van op D'66, GroenLinks, SP en de Partij voor de Dieren. Links inclusief D'66 komt ook in de napeiling niet verder dan een schamele 67 zetels, negen zetels te weinig voor een meerderheid in het parlement.

Linkse partijen die met linkse oplossingen kwamen voor de crisis zijn daarvoor terecht niet beloond. De crisis heeft namelijk verschillende oorzaken, en die zijn lang niet allemaal rechts te noemen. Het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Federal Reserve, heeft bijvoorbeeld aan het begin van deze eeuw een ongekend stimulerend monetair beleid gevoerd, dat wil zeggen de rente werd heel laag gehouden met als doel om de economische groei te stimuleren. In werkelijkheid leidde de lage rente tot een speculatieve bubbel op de Amerikaanse huizenmarkt. Een dergelijk expansief monetair beleid wordt onder economen als Keynesiaans aangemerkt, en daardoor vooral geassocieerd met linkse politiek.

De huidige economische crisis in de periferie van de eurozone is het directe gevolg van de introductie van de euro. Sinds de introductie van de gemeenschappelijke munt is de rente op staatsobligaties in Portugal, Ierland, Griekenland en Spanje geconvergeerd naar het veel lagere rentetarief op Duitse staatsobligaties. Terwijl het tarief op Spaanse staatsobligaties in de eerste helft van de jaren negentig nog boven de tien procent lag, daalde de rente na de introductie aan het begin van deze eeuw tot zo'n drie à vier procent. Door de lage rente hebben de opeenvolgende Griekse regeringen jarenlang ongestraft financieel wanbeleid kunnen voeren en is in landen als Spanje en Ierland een enorme hausse op de huizenmarkt ontstaan. Wederom geldt dat Europa meer een troetelkind van links is (met uitzondering van de SP) dan van rechts.

En dan, last but not least, de problemen op het gebied van integratie. Na tien jaar in New York te hebben gewoond ben ik als geen ander ervan overtuigd dat de problemen in Nederland voortvloeien uit de hoge loonkosten op minimumniveau en het uitgebreide sociale vangnet, en in veel mindere mate met het geloof dat de migranten aanhangen. Ook hier geldt dus dat de oorzaak van het probleem in hoge mate een linkse oorsprong heeft, en dat het dus onwaarschijnlijk is dat linkse oplossingen soelaas zullen bieden. Maar waarom staat Geert Wilders als het gaat om sociaal-economische thema's zoals de AOW-leeftijd, de werkloosheidswet en het ontslagrecht dan uiterst links van het politieke spectrum, vergelijkbaar met de SP? Ik kan maar één ding bedenken, namelijk Wilders wil helemaal niet dat de problemen met de integratie worden opgelost. Dan is hij immers zijn achterban kwijt.

Heleen Mees

Reageer op dit artikel