nieuws

Een eind aan het bonussenfestijn?

Geen categorie

Er is geen onderwerp waar in het kader van de financiële crisis zoveel over is gesproken maar zo weinig aan is gedaan als de bonussen voor het topmanagement. De Chief Executive Officer van de Amerikaanse zakenbank Bear Stearns, James Cayne, streek op het hoogtepunt van de subprime-market (de markt voor slechte hypotheken) maar liefst 50 miljoen dollar per jaar aan bonus op, vijftig keer zijn basissalaris dat één miljoen dollar bedroeg. Cayne was daarmee de bestbetaalde CEO van Wall Street. Niet toevallig ook was het Bear Stearns die als eerste Wall Street bank omviel omdat de verliezen op de subprime beleggingen zich begonnen op te stapelen en geldschieters het vertrouwen in de bank verloren. Een klassieke bankrun was het gevolg.

De bonussenpraktijk heeft het management en de handelaren in de financiële sector opgezweept om onverantwoorde risico's te nemen. In combinatie met de lakse regelgeving voor de financiële sector heeft dat tot megaverliezen geleid bij banken en verzekeraars. Uit onderzoek blijkt dat naarmate een groter deel van de beloning van het topmanagement variabel is, des te meer het management bereid is risico's te nemen en des te groter de kans is dat het management boekhoudfraude pleegt om de financiële cijfers op te vijzelen. Denk alleen maar eens aan de boekhoudschandalen aan het begin van deze eeuw onder meer bij Enron, WorldCom en het Ahold concern. Ik vind het nog steeds onbegrijpelijk dat Cees van der Hoeven, de voormalige bestuursvoorzitter van Ahold, niet achter de tralies is verdwenen. Het Gerechtshof had een wel heel gekunstelde redenering nodig om hem vrij te pleiten, maar dit terzijde.

Dat deze keer de financiële instellingen in de problemen zijn geraakt, is deels het gevolg van de rente die sinds het begin van de eeuw ongekend laag is geweest. Daardoor ontstond er met schulden aangewakkerde speculatieve bubbels op de Amerikaanse huizenmarkt. Maar de bankiers waren extra gretig om allerhande – niet al te kosjere – financiële producten aan de man (en vrouw) te brengen omdat de hoogte van de variabele beloning was gekoppeld aan de aandelenkoers van de bank.  Terwijl bij doorsnee ondernemingen de verhouding eigen vermogen versus vreemd vermogen zo'n 40 op 60 is, is in de bankensector een ratio van 5 op 95 heel gebruikelijk (in sommige gevallen was de ratio zelfs 3 op 97). Daardoor loont het voor bankiers extra veel risico te nemen zonder op de algehele gezondheid van het bedrijf te letten. Dat geldt des te meer nu de overheden in tijden van nood bereid zijn de banken met tientallen miljarden van de belastingbetalers te redden.

De Europese Commissie in Brussel wil nu dat het variabele deel van de beloning van bankiers wordt beperkt tot de helft van de vaste beloning. De Commissie wil daartoe een aanbeveling uitvaardigen, maar geen richtlijnvoorstel doen. En een aanbeveling is niet meer dan een aanbeveling, dus op geen enkele wijze bindend voor de lidstaten. De landen zijn bang dat als de bonussen aan banden worden gelegd ze niet langer de ‘beste' bankiers aan kunnen trekken. Alsof ze niets van de crisis geleerd hebben.

Heleen Mees

Reageer op dit artikel