nieuws

Een paar weken geleden ben ik uit Amerika terugverhuisd naar Amsterdam. Zoiets is zeer slopend, vooral als je acht uur in een vliegtuig zit op weg naar een bestemming waar je helemaal niet naar toe wilt, met een kermende kat in een mandje op schoot. Terwijl ik het jammerende dier vergeefs probeerde te kalmeren, bladerde ik zo goed en zo kwaad als het ging in de kranten. ‘Studenten krijgen HBO-diploma cadeau'  las ik. Een ongelooflijk en schandelijk verhaal, maar het hielp me er wel aan herinneren dat ik bij aankomst in Amsterdam snel op zoek moest naar een school voor mijn kinderen.

In de rijke Amerikaanse suburb waar ik woonde, zaten de meeste kinderen op een privéschool, maar de mijne niet. Die gingen naar een gewone, openbare buurtschool. Niet alleen omdat  privéscholen onbetaalbaar zijn voor doorsnee Nederlandse tweeverdieneners, maar ook uit principe: ik vind dat de staat verantwoordelijk is voor goed onderwijs en ik vind dat alle kinderen gelijke kansen moeten krijgen. Tenminste, dat vónd ik, tot ik op zoek ging naar goede scholen in Amsterdam.

Mijn twaalfjarige dochter haalde in Amerika louter tienen en dus wou ik haar inschrijven op een gymnasium. Maar dat mocht niet: ze had immers niet meegedaan aan de cito-toets, dat zwaard van Damocles voor Nederlandse scholieren. Ze moest een peperdure officiële IQ-test afleggen, en pas toen ook daar een hoog getal uitrolde, schonk de school haar genade: ze mocht meeloten. ‘Loten?' Vroeg mijn dochter verbaasd. ‘waarom nemen ze niet gewoon de besten?' Inderdaad, waarom niet? Een kwart van die zo eerlijk ingelote gymnasiasten haalt immers de eindstreep niet.

Mijn dochter was in Amerika gewend geraakt aan een systeem waarbij ‘de beste van de klas' zijn niet wordt gezien als uitsloverij, maar als noodzaak, een eerste stap naar een geslaagde carrière. ‘ Kind', zei ik, ‘Nederlanders streven er nu eenmaal niet naar om uit te blinken'.  Ik legde uit hoe ik vroeger zelf, bij het leren van een proefwerk, voornamelijk aandacht besteedde aan het rekenwerk: hoe kon ik met een zo laag mogelijk cijfer toch nét een voldoende blijven staan?

De loting pakte gelukkig gunstig uit voor mijn dochter en sindsdien zit ze zich te verheugen op die stoet van zesminnen die ze na de vakantie op het gymnasium mag halen. ‘Wie weet er een goede basisschool voor mijn zoontjes?' Vraag ik intussen aan iedereen, want ook dat is een probleem. Goede scholen zijn overvol in de hoofdstad, met lange wachtlijsten. Ik krijg een hoop reacties: ‘Ga toch terug naar Amerika als een gewone school voor je kinderen niet goed genoeg is', is daarvan de tendens. Maar een gewone school is voor mijn kinderen wél goed genoeg. Tenminste, als die gewone school een góede school is. Ik hoop maar dat ik ergens twee plaatsjes vinden kan en zo niet: dan hoop ik maar dat mijn zoontjes op den duur hun eventuele HBO-diploma ook bij slechte cijfers gewoon cadeau krijgen. Waarom ook niet? Het is bij een falend onderwijssysteem eigenlijk de ideale oplossing.

Sylvia Witteman

Reageer op dit artikel