nieuws

Eerste wijzigingen in Belastingplan voor volgend jaar

Geen categorie

Een paar weken na Prinsjesdag zijn de eerste nota’s met wijzigingen in het Belastingplan 2011 en de Overige Fiscale Maatregelen 2011 al naar de Tweede Kamer gestuurd. Het gaat om een hele reeks aanpassingen, onder meer naar aanleiding van de tariefverlaging voor de vennootschapsbelasting. Ook wordt, vanwege uitvoeringsproblemen, de bepaling tegen handel in lege vennootschappen aangepast.

 Deze laatste regeling houdt grofweg in dat indien een bv wordt geliquideerd en de onderneming van die bv als ib-onderneming wordt voortgezet door de aandeelhouders van die bv, de stakingswinst niet in de vennootschapsbelasting wordt betrokken. Ook de aandeelhouders worden niet in de inkomstenbelasting betrokken voor een eventueel vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang.

Daar staat tegenover dat er in de winstsfeer in de inkomstenbelasting een terugkeerreserve wordt gevormd. Dit vergt herrekening van een vennootschapsbelastingclaim en aanmerkelijkbelang-claim naar een box 1 inkomstenbelastingclaim. Nu het mkb-tarief voor de vennootschapsbelasting structureel 20% wordt voor de eerste € 200.000, wordt dit percentage als uitgangspunt genomen voor de geruisloze terugkeerregeling.

Dat betekent dat de percentages voor de terugkeerreserve (artikel 3.54a Wet inkomstenbelasting 2001) van 76% en 24% worden vervangen door 80% respectievelijk 20%. Het verhoudingsgetal voor de geruisloze terugkeer (artikel 14c) in de Wet op de vennootschapsbelasting bestaat uit het (lage) tarief voor de vennootschapsbelasting in de teller en het (hoogste) tarief voor de inkomstenbelasting (rekening houdend met de MKB-winstvrijstelling) in de noemer. Dit verhoudingsgetal is thans 24/46 en wordt 20/45 als gevolg van het structureel maken van het mkb-tarief van 20% in de vennootschapsbelasting en de verhogingen van de mkb-winstvrijstelling in de inkomstenbelasting na 2007.

De in het wetsvoorstel opgenomen wijziging om de handel in lege vennootschappen tegen te gaan wordt aangepast. De formele vaststelling en verrekening van een verlies over een deel van een boekjaar bij beschikking blijkt automatiseringtechnisch aanzienlijke uitvoeringsproblemen met zich mee te brengen. Daarom is ervoor gekozen een verlies over een deel van het boekjaar waarin de belangwijziging plaatsvindt rechtstreeks toe te rekenen aan het voorafgaande dan wel volgende boekjaar.
Omdat dit net als bij een formele terugwenteling van een verlies bij beschikking niet tot het vergoeden van heffingsrente moet leiden, wordt tevens bepaald dat deze toerekening gevolgd door een vermindering van een aanslag niet leidt tot heffingsrente.
Als er geen voorafgaand boekjaar is, wordt het verlies niet in aanmerking genomen. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als de belangwijziging plaatsvindt in het jaar waarin de vennootschap is opgericht. De spiegelbeeldige situatie kan zich voordoen als spoedig na de belangwijziging de belastingplicht eindigt en er daardoor geen volgend boekjaar meer volgt. In de nota van wijziging heeft de staatssecretaris enkele voorbeelden opgenomen om dit te verduidelijken.
In de nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2011 en de nota Overige Fiscale Wijzigingen beantwoordt de staatssecretaris een groot aantal vragen van de Tweede Kamerfracties en gaat hij ook in op vragen gesteld door de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB).

Klik hieronder voor alle informatie:

Nota naar aanleiding van het verslag en nota van wijziging Belastingplan 2011

 

Nota naar aanleiding van het verslag en nota van wijziging Overige Fiscale Maatregelen 2011

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels