nieuws

Extra werkgeverslast bij waardeoverdracht pensioen verdwijnt

Geen categorie

Wanneer een werkgever een nieuwe werknemer in dienst neemt, kan de waardeoverdracht tot een extra last leiden. Dit komt door het verschil tussen rekenrente van het pensioencontract en het wettelijk standaardtarief van de waardeoverdracht. Deze extra last kan zelfs tot enige tienduizenden euro’s oplopen. Vanwege een daling van het zogenoemde standaardtarief voor de waardeoverdracht per 1 januari 2011 komt voor het jaar 2011 aan deze extra kostenpost een einde. Dat heeft adviesbureau Grant Thornton berekend.

Waardeoverdracht biedt werknemers de mogelijkheid om bij verandering van werkgever een (mogelijke) pensioenbreuk te beperken. Bij een waardeoverdracht moet de werkgever de door de nieuwe werknemer tijdens het vorige dienstverband opgebouwde pensioenafspraken inkopen in zijn pensioenregeling.

Individuele waardeoverdracht voor de nieuwe werknemer is echter niet altijd gunstig, soms zelfs zeer nadelig. Bij een verzoek tot waardeoverdracht draagt de pensioenuitvoerder van de vorige werkgever de opgebouwde pensioenrechten over naar de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever.

De overdrachtkoopsom, die hiervoor wordt betaald, wordt berekend aan de hand van verschillende actuariële grondslagen, waaronder het standaardtarief voor waardeoverdracht (2010 = 4,122 procent). Het standaardtarief bedraagt voor het jaar 2011 2,984 procent.

De pensioenuitvoerder bepaalt vervolgens welke koopsom nodig is om de pensioenaanspraken, die de werknemer in de oude pensioenregeling heeft opgebouwd, in te kopen in de nieuwe pensioenregeling. Daarbij geldt als rekenrente de rente in het pensioencontract dat de werkgever heeft (in de meeste gevallen is dit 3 procent. Door het verschil in rekenrente van het pensioencontract en het standaardtarief ontstond er in het verleden een koopsom, die de nieuwe werkgever in één keer moest betalen. De pensioenuitvoerder kreeg op basis van een rekenrente van 4,122 procent  minder geld binnen dan op basis van een rekenrente van 3 procent ingekocht diende te worden.

In 2011 is waardeoverdracht een risico voor de oude werkgever in plaats van de nieuwe werkgever. Nu het standaardtarief lager uitkomt dan de geldende contractrente van 3 procent, moet de oude werkgever bijbetalen.

Dit leidt voor de nieuwe werkgever niet tot een restitutie van een koopsom. Wat de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever meer ontvangt dan nodig is voor de in te kopen aanspraak, moet in de toekomst aangewend worden voor verbetering van de pensioenrechten (indexatie).

(Bron: Grant Thornton)

Lees ook: Pensioenoverdracht ouderen kan werkgever veel geld kosten

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels