nieuws

Fake smile

Geen categorie

Sinds mijn terugkeer uit ‘het land van de onbeperkte mogelijkheden’ naar het land van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ blijf ik mij verbazen. Vooral de hernieuwde confrontatie met de vaderlandse dienstensector komt verbazend hard aan.

Taxichauffeurs die geen Nederlands verstaan, de weg niet weten (of doen alsóf, om de prijs op te drijven), ongevraagd keiharde techo draaien, roken in de auto of, als de bestemming ze niet aanstaat zeggen ‘ga maar lopen’. Obers die je zwaaiende hand eerst langdurig negeren, gapend of neuspeuterend de bestelling noteren en vervolgens een half uur later in plaats van de gevraagde espresso een lauwe beker koffie verkeerd (voor 4 euro!)komen brengen, zonder lepeltje, zonder suiker en zonder een woord van verontschuldiging. Kranten die niet bezorgd worden, en, ook na herhaaldelijk verzoek, niet nabezorgd. Een winkelmeisje dat me woedend afsnauwt omdat ik een bloesje per ongeluk in het verkeerde rek heb teruggehangen. Een bloemenverkoper die álles liever doet dan mij bloemen verkopen: blaadjes opvegen, emmers water sjouwen, zijn boterham opeten, sigaret roken, álles. En als ik dan na tien minuten beleefd vraag of hij mij kan helpen: ‘ja, hoor, als u dan intussen míjn werk doet!’

Wie zijn hele leven in Nederland woont merkt zulke misstanden niet eens meer op. Maar als je een paar jaar doorbrengt in een land waar service als het hoogste goed gezien wordt, dan raak je daar enorm aan gehecht. De hele Amerikaanse economie hangt aan elkaar van joviale buschauffeurs, glimlachende postbodes, hulpvaardige winkelmeisjes en stralend opgewekte obers die op je af komen rennen met spijs, drank, en kleurpotloden voor de kinderen. De bestelde gerechten komen snel, goed warm, en het zijn nóóit de verkeerde. Je glas cola wordt gratis voortdurend bijgevuld.

Niets is ze in een Amerikaans restaurant teveel: wil je één gerecht delen met zijn drieën? (dat is, gezien de omvang van de porties wel aan te raden) Geen probleem, er worden extra bordjes gebracht, en wat er dan nóg niet opkomt geven  ze je  in keurige bakjes, in een tasje, met servetjes, mes en vork erbij mee naar huis. En dan is  uit eten gaan in Amerika ook nog eens zeker de helft goedkoper dan in Nederland.
‘Ja, maar je weet toch dat Amerikaanse obers nauwelijks betaald krijgen, en dat ze moeten leven van hun fooien?’ zeggen Nederlanders dan. ‘Dat is schandalige uitbuiting! Logisch dat ze dan zo vriendelijk zijn! Ze moeten wel!’  Maar nee, ze móeten niet. Die  fooi krijgen ze tóch wel, ook als ze onbeleefd zijn: 15 procent is verplicht, in sommige oorden zelfs 20 procent.

Buschauffeurs, winkelmeisjes en postbodes krijgen trouwens helemáál geen fooien, en die doen óók zo hun best. Maar waarom dan eigenlijk? Volgens mij zit het zo: die mensen zijn gewoon zo aardig omdat ze nooit iets anders om zich heen gezien hebben, omdat ze niet beter weten. Waarom zou je níet aardig zijn, en waarom zou je níet glimlachen? Beleefd, snel, accuraat en vriendelijk werk afleveren vinden ze geen zure plicht. Het is gewoon gezelliger. Nederlanders wantrouwen dat soort vriendelijke dienstbaarheid. We verafschuwen die typisch Amerikaanse ‘fake smile’, want echte gezelligheid bestaat alleen in Nederland. Denken we . Maar dat gaat gauw over, in Amerika.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels