nieuws

‘Minutieuze aandacht wordt geschonken aan hoe het er ingaat – de structuur, de kook- en baktijd, het kleurenpalet – maar hoe het er uitgaat, daar doen we giechelig over. En het gaat er weer uit, bij iedereen, en als men geluk heeft op regelmatige tijden. Komrij's Kakafonie is een omgekeerd kookboek, onafscheidelijk deel uitmakend van […]

‘Minutieuze aandacht wordt geschonken aan hoe het er ingaat – de structuur, de kook- en baktijd, het kleurenpalet – maar hoe het er uitgaat, daar doen we giechelig over. En het gaat er weer uit, bij iedereen, en als men geluk heeft op regelmatige tijden. Komrij's Kakafonie is een omgekeerd kookboek, onafscheidelijk deel uitmakend van een tweedelig gastronomisch hoofdwerk. Het toont het ware gezicht van de mens. Listig bestempelen we praten over de bekroning van onze dagelijkse bemoeienissen tot kinderhumor, tot een primitieve en onvolwassen gedraging.'

Ik zie u schrikken. Maar ik kan u direct geruststellen: deze twee alinea's vormen het begin van Gerrit Komrij's Encyclopedie van de stront, of minder plastisch: Komrij's Kakafonie. In tien hoofdstukken behandelt hij – semiwetenschappelijk en hilarisch – alle aspecten van onze gedragingen in kamer 100.

Met de indrukken van het 27e Nationaal Toiletonderzoek nog vers in het geheugen blader ik door het hoofdstuk Habitat: bijna 50 (!) pagina's wijdt Komrij aan de aspecten van het toilet. Leuk detail: al in Babylon, maar ook in Ostia zijn toiletten gevonden. Nog een leuk detail: het eerste watercloset werd bijvoorbeeld al in 1596 uitgevonden door Sir John Harrington, terwijl Sir Thomas Crapper in de tweede helft van de 19e eeuw het oermodel van het huidige spoeltoilet construeerde. En ook leuk: beiden waren Engelse edelen!

Het toilet en alles wat daar passeert, iedereen heeft er dagelijks diverse keren mee te maken. Maar niet iedereen heeft een toilet. Misschien herinnert u zich mijn column van vorig jaar nog: Geluksvogels. Want dat zijn wij – diegenen die over een sanitaire voorziening beschikken. Zo'n 2,6 miljard mensen wereldwijd hebben vandaag de dag namelijk geen sanitaire voorziening. Zelfs geen buiten-wc of een bouwvallig krotje. Het gevolg? Jaarlijks sterven bijna twee miljoen mensen door gebrek aan een toilet, schoon drinkwater en persoonlijke hygiëne.

Minder hoog maar ook indrukwekkend vind ik de cijfers van kinderen die worden behandeld voor obstipatie. In Nederland jaarlijks zo'n 100.000. In het Amsterdamse Emma Ziekenhuis is een poeppoli gevestigd, een initiatief van Marc Benninga – de poepdokter promoveerde twintig jaar geleden op darmklachten bij kinderen. Een probleem dichterbij huis, maar ook schrijnend als ik de verhalen in een recente krantenpublicatie lees. Ik zal u de details besparen, maar de link met geluksvogels is snel gelegd. En om met Komrij af te sluiten: hij noemt het esthetisch ideaal, waarbij iedereen zich gedraagt of stront niet bestaat, kitsch.

Petra de Bruin,
hoofdredacteur Service Management

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels