nieuws

PCkwadraat: Schaalvergroting in ggz loont financieel niet

Geen categorie

De omzet van de ggz-aanbieders groeit in 2009 met 10% ten opzichte van 2008. Vooral de zeer kleine en kleine zorgaanbieders hebben de grootste omzetstijging. Vanuit financieel oogpunt beschouwd, loont grootschaligheid niet in de ggz. Ten opzichte van de overige sectoren blijven de resultaten in de ggz achter. Dit zijn enkele conclusies uit de analyses die het bureau PCkwadraat/Zorgmarkt heeft gemaakt van de jaarcijfers 2009 van de ggz-sector.

Omzet
De totale omzet van de sector bedraagt 5,3 miljard euro. Als verklaring voor de stijgende omzet worden in de diverse jaarrekeningen onder andere de volgende zaken genoemd: incidentele baten uit vastgoedtransacties, omzetstijgingen door nieuwe capaciteit en autonome volumegroei.

Toenemende schaalvergroting ondanks NMa-restricties
De Parnassia Bavo Groep is de grootste zorgaanbieder in de ggz, met 557 miljoen euro omzet, wat meer dan 10% van de totale ggz-markt uitmaakt. In 2009 groeide Parnassia met liefst 13% ofwel 66 miljoen euro. Andere sterke groeiers zijn Dimence (11%), Arkin (9%) en GGZ Eindhoven-Kempen (9%).
De fusiestichting Pro Persona (regio Nijmegen/Arnhem) wordt tweede grootste ggz-aanbieder, maar de samenstellende onderdelen groeien met slechts 5% ten opzichte van 2008. De trend van toenemende schaalvergroting binnen de ggz gaat steeds verder, ondanks het restrictieve beleid van de NMa en trial en vooral error effecten op fusievlak in 2009.

Top 10 Omzet ggz 1 (x € 1 mln)
1
Parnassia Bavo Groep: 557
2 Pro Persona: 223
3 Arkin: 216
4 Rivierduinen: 191
5 Altrecht:  191
6 GGnet 150
7 Dimence 144
8 GGZ inGeest 142
9 GGZ Eindhoven/Kempen 142
10 Mondriaan 139
Totaal 2096

Resultaat en rendement
Het totaal resultaat van de sector bedraagt 101,9 miljoen euro, dat wil zeggen een groei met 66,7 miljoen euro. De grootste vooruitgang in absolute bedragen wordt logischerwijs geboekt door de grote zorgaanbieders. De hoogste rendementen worden gerealiseerd bij de kleine en zeer kleine zorgaanbieders. Het gemiddelde rendement is het kleinst bij de (zeer) grote aanbieders met een score van 1,3%.

Schaalvergroting loont niet
Ten opzichte van de overige sectoren blijven de resultaten in de ggz achter. De spreiding van de resultaten rond het gemiddelde in absolute bedragen is het grootst bij middelgrote en grote zorgaanbieders. Negatieve resultaten doen zich voor bij alle categorieën behalve bij zeer groot. Vooral de categorie middelklein en zeer klein genereren negatieve resultaten in 2009.
De gemiddelde resultaatratio op sectorniveau bedraagt 3,7%. Grote en zeer grote zorgaanbieders zijn niet in staat om rendementen van meer dan 5% te genereren. Vanuit louter financieel perspectief beschouwd, loont de grootschaligheid dus niet in de ggz. Hier stelt zich de vraag naar de oorzaak van dit fenomeen. Betekent een en ander dat grotere organisaties inefficiënt zijn opgetuigd, is bij grote geïntegreerde zorgaanbieders sprake van een overall aanbod inclusief niet-rendabele componenten op onder meer onderzoeks- en innovatiegebied en kunnen kleinere spelers inzetten op rendabele niches en de krenten uit de pap halen…?

Conclusie
Op hoofdlijnen kan worden geconcludeerd dat de positieve uitschieters in de resultaten vaak een incidenteel karakter hebben en het gecorrigeerd resultaat vaak een meer bescheiden beeld opleveren. De oorzaken zijn vaak terug te herleiden naar onzekerheid bij het begroten, onduidelijkheid over opbrengsten en dientengevolge verrassingen. Enerzijds is dit het gevolg van onder meer door de overheid geëntameerde veranderingen in de financiering van de ggz, anderzijds is het duidelijk dat een aantal instellingen niet goed weet hoe hiermee om te gaan. 

Grootste min
Uitschieter in het negatieve resultaat is de landelijk opererende ambulante zorgaanbieder 1NP ad 6 miljoen euro op een omzet van 20,5 miljoen euro. 1NP geeft als oorzaken reorganisatiekosten na een overname, toename van ict-kosten (o.a. doelstelling papierloze communicatie tussen professionals te realiseren) en een te groot aantal geopende DBC's (dus niet gefinancierde overproductie). Als gevolg van dit resultaat is het eigen vermogen gedaald tot een niveau van 2,6 miljoen euro negatief.

Niet-gefinancierde overproductie
In veel jaarrekeningen wordt de invloed van niet-gefinancierde overproductie aangehaald als negatief effect op de bedrijfsresultaten. Immers, door de opdeling van de bekostiging (ZVW, AWBZ, justitie, gemeenten en projecten en subsidies) zijn schotten ontstaan waarin het moeilijk is om alle productie vergoed te krijgen. Per financieringssysteem wordt de realisatie vergeleken met de afspraak. Vergoed wordt steeds de laagste van afspraak en realisatie. Hierdoor wordt meerproductie in het ene financieringssysteem niet langer meer gecompenseerd met eventuele onderproductie in een ander financieringssysteem.

Lees hier de complete analyse van PCkwadraat/Zorgmarkt.

Meer informatie:
Ranglijst ggz-sector 2009 naar omvang
Ranglijst ggz-sector 2009 op basis van resultaat

Andere analyses (o.a. van de sector gehandicaptenzorg) kunt u vinden via onze site www.Zorgmarkt.net (rechterkolom onder Benchmarks) of op de site van PCkwadraat/Zorgmarkt.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels