nieuws

Minder nieuwe klanten voor AWBZ

Geen categorie

Het aantal nieuwe cliënten dat een beroep doet op de AWBZ, is vorig jaar gedaald van 27 naar 18 procent van het totaal aantal aanvragen. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), dat bepaalt wie in aanmerking komt voor AWBZ-zorg of niet, heeft dat woensdag 3 november 2010 bekendgemaakt.

Het centrum krijgt steeds meer klanten te verwerken. Het CIZ heeft vorig jaar voor het eerst meer dan 1,1 miljoen aanvragen voor hulp beoordeeld, maar het gaat daarbij vaker om bekende gevallen die een herindicatie nodig hebben dan om nieuwe aanmeldingen. Er komen steeds minder nieuwe cliënten de AWBZ binnen. Het CIZ-werk verschuift daardoor naar al bekende cliënten die meer dan eens per jaar een indicatie aanvragen. Dat staat in de Trendrapportage Landelijke Indicatiestelling AWBZ 2009 die het CIZ heeft gepubliceerd.

Beleid
Het kabinetsbeleid is erop gericht de uitgaven voor de AWBZ te beperken. Daarom werd bijvoorbeeld vorig jaar ingegrepen in de hulp voor mensen die activerende dan wel begeleidende hulp nodig hadden.

Trendrapportage
De Trendrapportage schetst de landelijke trends in de AWBZ-zorg. De rapportage verschaft inzicht in het totaal aantal positieve indicatiebesluiten, dat het CIZ in de periode 2005-2009 heeft toegekend, maar gaat ook nader in op wie AWBZ-zorg krijgen en welke AWBZ-zorg zij krijgen.

Verschuiving naar thuiszorg
Van de meer dan 1 miljoen aanvragen, leverde 16 procent een negatief besluit op en 84 procent een positief besluit. In 2009 zijn bijna 950.000 positieve indicatiebesluiten afgegeven, 8 procent meer dan in 2008. Over de periode 2005-2009 steeg het aantal positieve indicatiebesluiten met 44 procent. Daarbij daalt het aantal nieuwe cliënten en steeg het aantal indicaties voor cliënten die al zorg kregen. Bovendien is er een verschuiving zichtbaar van instellingszorg naar thuiszorg. Tweederde van alle indicaties betreft ouderen vanaf 65 jaar.

Minder indicatiebesluiten voor nieuwe cliënten
Voor het vijfde jaar op rij heeft het CIZ meer positieve AWBZ-indicatiebesluiten toegekend. In 2009 gaat het om circa 950.000 aanvragen, waarbij daadwerkelijk AWBZ-zorg is geïndiceerd. De toename van het aantal indicaties komt hoofdzakelijk door herindicaties aan cliënten die al langer in zorg zijn. Deze herindicaties waren goed voor 82 procent van alle positieve besluiten in 2009. Dat was in de jaren daarvoor steeds zo'n 75 procent. Dit hangt samen met het project 'Pakketmaatregelen Herindicaties'. Hierbij heeft het CIZ cliënten die per 1 januari 2009 een geldig indicatiebesluit voor de oude zorgfuncties Ondersteunende Begeleiding of Activerende Begeleiding hadden, opnieuw beoordeeld voor de nieuwe zorgfunctie Begeleiding. Het jaar 2009 was daarvoor een overgangsjaar, waarin het CIZ 116.000 mensen opnieuw heeft geïndiceerd om te bepalen of er nog recht was op de nieuwe Begeleiding. Zonder die extra herindicaties voor Begeleiding zou het aantal AWBZ-indicaties in 2009 ongeveer hetzelfde zijn gebleven ten opzichte van 2008. Het percentage nieuwe cliënten daalde van 27 in 2005 naar 18 in 2009. Er komen steeds minder nieuwe cliënten de AWBZ binnen en het CIZ-werk schuift naar al bekende cliënten.

Verschuiving van uitvoering naar toetsing
Momenteel betreft een op de vijf indicatiebesluiten een Standaard indicatieprotocol (SIP), waarbij zorgprofessionals na digitale aanvraag tijdelijke zorg kunnen inzetten. Meestal gaat dat om zorg die is gericht op herstel na een ongeluk of ziekenhuisopname, of is gericht op palliatieve zorg.

Aanvragen via internet
Het zelf kunnen aanvragen en toekennen van zorg zal in nabije toekomst nog veel verder gaan, want het CIZ is bezig met een omslag van zelf uitvoeren naar toetsen van herindicaties die zorgaanbieders kunnen aanvragen. De eerste en de complexe aanvragen blijft het CIZ zelf doen. Ook cliënten zelf maken steeds meer gebruik van het internet. Sinds 1 april gaat een digitale aanvraag nog sneller voor cliënten die hun aanvraag ondertekenen met DigiD. Cliënten en zorgaanbieders dienen bijna tweederde van de aanvragen via internet in bij het CIZ.

Meer indicatiebesluiten aan ouderen afgegeven
In de periode 2005-2009 is het aantal indicatiebesluiten bij cliënten in alle leeftijdsgroepen toegenomen. De grootste groei zat in de leeftijdsgroepen van 12 tot en met 64 jaar en bij de oudste leeftijdsgroep van 85 jaar en ouder. Ouderenzorg is de grootste sector in de AWBZ. In 2009 heeft 66 procent van de indicatiebesluiten betrekking op ouderen vanaf 65 jaar. Personen onder de 18 jaar ziet het CIZ niet veel (circa 6%), want voor hen loopt de indicatie meestal via de Bureaus Jeugdzorg, zeker als er alleen sprake is van een psychiatrische diagnose.
De meeste indicatiebesluiten worden toegekend op grond van een somatische aandoening, maar het aandeel in het totaal daalde van 68 procent in 2005 naar 63 procent in 2009. Andere grondslagen volgen op afstand, zoals een lichamelijke handicap (4 procent), verstandelijke beperking (11 procent), psychiatrische aandoening (10 procent) en psychogeriatrische aandoening (9 procent). Deze verdeling van grondslagen is over de jaren heen tamelijk stabiel. Kleine wijzigingen komen vooral door scherpere afbakening tussen de verschillende grondslagen. Psychosociaal probleem geeft sinds 1 januari 2009 geen toegang meer tot AWBZ-zorg.

Minder instellingszorg toegekend
In de periode 2005-2009 heeft bij de indicatiebesluiten een verschuiving plaatsgevonden van zorg in instituten naar zorg thuis. Voor thuiszorg groeide het aantal indicaties harder (met 50 procent in de periode 2005-2009) dan voor instellingszorg (plus 29 procent in de periode 2005-2009). In 2009 kende het CIZ bij 73 procent van de indicaties thuiszorg toe. Bij de overige 27 procent van de indicaties ging het om opname in een instelling voor gehandicapten, een woonzorgcentrum of verpleeghuis. De mensen worden dus minder snel opgenomen en blijven langer thuis. Dat leidt dan wel tot een grotere zorgbehoefte bij opname in een instelling. Het gemiddeld aantal uren per week voor zorg thuis steeg van 12 uur in 2005 naar 13,6 uur in 2008 en 2009. Dat is een toename van 13 procent.

Groei pgb
Het CIZ heeft iets meer dan 30 procent van de indicatiebesluiten afgegeven voor een periode van maximaal drie maanden (met name Standaard indicatieprotocollen) en nog eens zo'n percentage voor de maximale periode van 5 jaar. Dat is in de hele periode 2005-2009 redelijk stabiel.
Ten slotte is het aandeel indicatiebesluiten, waarbij (ook) een persoonsgebonden budget (Pgb) is toegekend, gestegen van 5 procent in 2005 naar 9 procent in 2009. Het aantal indicaties waarbij een pgb werd gevraagd is meer dan verdubbeld.

Meer informatie
De Trendrapportage 2009 is verkrijgbaar via de CIZ-website.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels