nieuws

Sinds de aanschaf van mijn huis loop ik een beetje met mijn ziel onder mijn arm. Niet dat ik niet blij ben met mijn nieuwe huis, al was het dan ook, zoals alle huizen in Amsterdam, veel te duur: het is een leuk huis, in een prettige buurt, en het went op den duur vast wel, de boodschappen al die negenendertig treden opsjouwen. Nee, het grootste probleem is dat ik nu geen reden meer heb om dagelijks uren door te brengen op de website Funda.nl.

Ik houd van Funda, misschien nog net niet evenveel als van mijn kinderen, maar wel minstens evenveel als van mijn kat. Je kunt op die site volkomen legaal binnenkijken in het interieur van wildvreemden, dat is alléén al zo heerlijk. Je ziet de krankzinnigste lampen, vazen en tapijten, nachtkastjes met vreemde voorwerpen er op, keukens waarvan je je afvraagt in welke vlaag van verstandverbijstering die uitgekozen zijn en kinderkamertjes met dezelfde IKEA-ijsbeer op hetzelfde IKEA-dekbedje als je eigen kinderen.

En dan zijn er de omschrijvingen van die woningen, waarvan ik na eindeloos funda-misbruik de geheimtaal moeiteloos weet te doorgronden: ‘veel authentieke details’ (oude rotzooi), ‘levendige, gezellige buurt’: (hangjongeren en gillende trams), ‘rustige, kindvriendelijke wijk’, (saai en uitgestorven), ‘uniek gebruik van ruimte’ (het is piepklein en de keuken zit in een voormalige linnenkast), of:  ‘de fantastische mogelijkheid om het appartement geheel naar eigen wensen vorm te geven’ (dit is een bouwval die tot op de grond moet worden afgebroken en daarna weer opgebouwd). Heerlijk.

Maar het fijnst aan Funda is nog wel dat je er zo zoetjes bij kunt wegdromen. Wat zou ik kopen  als ik anderhalf miljoen had? Een kasteel in Friesland, een penthouse aan het Vondelpark of toch liever een grachtenpandje? Iets met een zwembad, een moestuin of een paardenstal? Landerijen, ik wil landerijen! Uren kan ik rondklikken tussen Groningse herenboerderijen en kasteeltjes in Overijssel: ik droom mij een nieuwe toekomst in oorden waar ik zelfs nog nooit geweest ben en waarschijnlijk nooit zal komen.

Maar ook het omgekeerde is leuk: de allergoedkoopste woningen  opzoeken, likkebaardend huiveren van de trieste studentenhokjes, vochtige souterrains en deerniswekkende zolderkamertjes waar ik zelf gelukkig niet (meer) hoef te wonen: alles onder het eufemisme ‘starterswoning’ voor mijn voyeursoog te grabbel gegooid.

De afgelopen maanden gaven mijn Funda-pret flink wat extra urgentie, want wegens hals over kop terugverhuizen uit Amerika had ik nu eens écht een nieuw huis nodig. Het kwam goed uit dat ik Funda inmiddels uit mijn hoofd kende: een fel-realistisch gesprekje met de bank bracht ontnuchterende contouren in mijn dromen. Het huis was gauw gevonden, geen grachtenpand en geen kasteel, geen zwembad ook: maar ach, het is in Holland toch al nat genoeg.

En daar zit ik nou, negenendertig treden hoog. Ik heb er nog geen keuken, maar wél internet. Dat is een zegen. Zo kan ik toch nog elke dag op Funda, kijken wat ik allemaal níet gekocht heb, en ook nooit zal kopen.

Het is nog steeds leuk, hoor. Maar een béétje zinloos voelt het wel.

 

Sylvia Witteman

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels