nieuws

Hogere zorgbijdrage kan werkgever tonnen kosten

Geen categorie

De voorgenomen verhoging van de inkomensgrens voor de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet gaat werkgevers op termijn veel geld kosten. Bij bedrijven waar de lonen hoog zijn, kan dat jaarlijks in de tonnen lopen, zo blijkt uit berekeningen van Aon. Die bedrijven moeten rekening houden met een lastenverzwaring tot 35 procent ten opzichte van 2011.

"In een onderneming waar iedereen boven de inkomensgrens van € 33.427 zit, kunnen de zorgkosten enorm oplopen. Bij een bedrijf met duizend werknemers praat je al snel over bedragen tot een half miljoen euro,’ zegt Mario Hooglugt van Aon Hewitt. "Dit heeft onherroepelijk effecten op de koopkracht en dus ook op de salarisonderhandelingen. Veel bedrijven zijn daar nog niet op bedacht."

Werknemers betalen, naast een nominale zorgpremie, ook een inkomensafhankelijke bijdrage. Dat bedrag is gebaseerd op wat ze verdienen. Het kabinet heeft besloten om het inkomensplafond waarover de bijdragewordt geheven te verhogen. Die grondslag gaat van € 33.427 naar € 50.056. Tegelijkertijd wordt wel het percentage verlaagd van 7,75 procent naar 7,1 procent

Pijn
Wettelijk is het zo geregeld dat werknemers en werkgevers ieder de helft van de bijdrage bekostigen, maar op korte termijn zal de verhoging van de grondslag vooral werknemers treffen. Door flankerend beleid (verlaging van de WAO/WIA-premie) merken werkgevers er volgend jaar minder van.

Volgens Hooglugt moeten werkgevers daarom nu al op het gebied van zorg het voortouw nemen, zodat ze de problemen voor zijn. "Werknemers gaan vroeg of laat hun hand ophouden bij hun baas. In plaats van platte salariscompensatie kan gerichte investering in zorg op lange termijn veel effectiever zijn. Werkgevers moeten daarom zelf met initiatieven komen, zodat zorg integraal onderdeel wordt van het bedrijfsbeleid. Door dit hoog op de agenda te zetten, kun je je mensen gezond en fit houden en rekening houden met hun belastbaarheid. Dat vergroot weer hun betrokkenheid."

Rekenvoorbeelden: werknemers
Aon Hewitt rekent voor dat iemand die nu 50.000 euro verdient, dit jaar een inkomensafhankelijke bijdrage betaalt van 7,75 procent over 33.427 euro (2.590 euro op jaarbasis) maal zijn belastingtarief. Volgend jaar wordt dat 7,1 procent over € 50.000 (€ 3550 euro). Hoewel het percentage dus omlaag gaat, is hij dus toch meer geld kwijt, tot maximaal 500 euro per jaar. Wie nu 35.000 euro verdient, betaalt op jaarbasis € 2590 (7,75 procent van € 33.427) maal zijn belastingtarief. Door de verlaging van 7,75 procent naar 7,1 procent is dat volgend jaar € 2485 euro. Maar wie meer dan 36.000 euro gaat verdienen, gaat de ophoging van de grondslag vroeg of laat voelen.

Rekenvoorbeelden: werkgevers
Een werkgever met duizend mensen in dienst met een hoger inkomen dan € 50.000, wordt door de verhoging van de grondslag flink op kosten gejaagd. Per werknemer bedraagt de toename bijna € 1000 per jaar. Voor de complete personeelssterkte komt dat neer op circa € 1.000.000 per jaar. Een bedrijf met werknemers die minder dan € 36.000 verdienen zal voorlopig minder last hebben van de maatregel. Een bedrijf dat duizend mensen in dienst heeft met een gemiddeld inkomen van € 30.000, is nu jaarlijks € 2.325.000 kwijt. Omdat de inkomensafhankelijke bijdrage omlaag gaat van 7,75 procent naar 7,1 procent, houdt dit bedrijf volgend jaar juist geld over. Voor de totale personeelssterkte bedraagt de inkomensafhankelijke bijdrage op jaarbasis € 2.130.000, een lastenverlichting van € 195.000. Dit bedrijf kan deze besparing wellicht al inzetten voor zorginitiatieven.

( Bron: Aon Hewitt)

Reageer op dit artikel