nieuws

De borstvoedingsmythe

Geen categorie

Baby's die borstvoeding krijgen zijn slimmer dan kinderen die geen borstvoeding krijgen. Luie wetenschappers concluderen in zo'n geval dat borstvoeding kinderen slimmer maakt.  Maar het is niet zo dat borstvoeding het IQ van een kind verhoogt. De reden dat kinderen die borstvoeding krijgen als baby's een hogere intelligentie hebben dan kinderen die als baby flesvoeding hebben gekregen, schuilt in de moeder. Bij Amerikaanse vrouwen met een IQ dat 15 punten hoger is dan van de buurvrouw is de kans tweemaal zo groot dat zij borstvoeding gaat geven. Vrouwen die borstvoeding geven zijn ook hoger opgeleid en de kans dat ze roken is kleiner. Intelligente ouders geven niet alleen hun genen aan de baby (lees intelligentie), maar ze vormen ook een stimulerende omgeving, twee belangrijke voordelen voor de ontwikkeling van de baby. Kortom, slimme moeders hebben slimme baby's.

In een analyse van meerdere studies en het combineren van gegevens van meer dan 5.000 kinderen, bleek dat de IQ-verschillen die verband zouden houden met het geven van borstvoeding verdwenen als kenmerken van de moeders als IQ en opleiding mee in aanmerking werden genomen. Onder de 332 paren van broers en zussen waarvan een baby borstvoeding kreeg en de andere baby flesvoeding, vonden onderzoekers ook geen verschil in IQ. Moeders die geen borstvoeding geven hoeven dus niet bang te zijn dat ze de intellectuele ontwikkeling hun baby's schaden. Geadopteerde kinderen, van wie de meeste geen borstvoeding krijgen, hebben gemiddeld genomen een hoger IQ dan hun broers en zussen die achterblijven in de biologische familie, vermoedelijk omdat hun adoptiegezinnen een betere omgeving bieden voor de cognitieve ontwikkeling.

Een belangrijke factor in de ontwikkeling van een baby is de sociaal-economische status van het gezin: dat is een gecombineerde meting van het inkomen, beroep en opleiding. Het mogelijke effect van het milieu kan worden gemeten door het vergelijken van verschillen binnen hetzelfde huishouden in uitkomsten tussen identieke tweelingen (die delen namelijk hun volledige DNA) met de verschillen tussen twee-eiige tweelingen (die samen de helft van hun DNA delen). In de middenklasse huishoudens hebben identieke tweelingen meer vergelijkbare uitkomsten dan twee-eiige tweelingen, wat suggereert dat milieu-invloeden minder effect hebben dan genetische aanleg op de ontwikkeling van de intelligentie bij kinderen. Het lijkt erop dat de meeste middenklasse gezinnen goed genoeg zijn om de meeste kinderen hun volledige genetisch potentieel te laten benaderen.

Voor kinderen die opgroeien in huishoudens in een lage sociaal-economische klasse daarentegen, is goed ouderschap juist van cruciaal belang. Uit een recente studie blijkt dat het IQ van ouders invloed heeft op het IQ van een kind van 2 jaar oud, behalve als het huishouden een lage sociale status heeft. In een arm milieu worden genetische voordelen weggevaagd. Maar zelfs in gezinnen met een bescheiden inkomen zijn effectieve strategieën voorhanden om de hersenen van een baby te laten groeien. Baby's leren het best van communiceren met andere mensen, vooral met degenen die onmiddellijk en naar behoren reageren.

Reageer op dit artikel