nieuws

Van meerdere walletjes eten

Geen categorie

Een coupeuse van een chique kledingzaak krijgt ontslag wegens bedrijfseconomische redenen. De werkgever geeft blijk van goed werkgeverschap door onder meer vrijstelling van taken met behoud van loon, en de werkneemster vindt vervangend werk. Toch eist ze een schadevergoeding voor kennelijk onredelijk ontslag. De rechter wordt gevraagd te oordelen.

Een coupeuse is sinds 1998 in dienst bij een chique kledingzaak. Vanwege bedrijfseconomische reden wordt de werkneemster ontslagen, net als enkele andere medewerkers die werkzaam zijn in het atelier van de kledingzaak. Er zijn volgens de werkgever vanaf 2007 grote verliezen gedraaid en de kledingzaak staat onder streng toezicht van de bank. Daarom heeft de werkgever in september 2010 ontslagvergunningen aangevraagd, waaronder een vergunning voor de werkneemster in kwestie.

De werkgever heeft een vaststellingsovereenkomst voorgelegd, waarin de medewerkers vrijgesteld worden van werkzaamheden, maar wel vakantie en verlof moeten opnemen voordat het einde van de arbeidsovereenkomst uiteindelijk plaatsvindt. De vakantiedagen zullen niet worden uitbetaald na het eind van de arbeidsovereenkomst. De werknemers worden dus geacht vrije dagen op te nemen binnen de periode dat zij vrijgesteld zijn van arbeid.

De werkneemster heeft de vaststellingsovereenkomst niet getekend. Ze vindt dat het nog wel meevalt met de slechte bedrijfseconomische omstandigheden waarin het bedrijf zou verkeren. Het UWV denkt daar echter anders over en verleent de ontslagvergunning(en). Per 1 mei 2011 is zij dus, net zoals enkele van haar collega's, ontslagen.

Op 4 december 2010 sluiten de werkneemster en de werkgever toch een akkoord over de vrijstelling van de werkzaamheden. De werkneemster kiest eieren voor haar geld en gaat druk op zoek naar een andere baan. Vanaf 1 februari 2011 tot haar werkelijke ontslagdatum is zij werkzaam als coupeuse bij een drukkerij. Daarna heeft zij nog enkele banen en uiteindelijk gaat ze in augustus 2011 aan de slag bij een diamanthandelaar.

Ondanks dat ze alweer aan het werk is, vordert de werkneemster toch nog een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Ze eist daarbij uitbetaling van vakantiedagen, een vergoeding voor het inkomensverlies dat ze sinds 1 mei 2011 heeft en niet uitbetaalde tijd-voor-tijd uren. Al met al een flinke eis, die de werkgever koud op het dak komt vallen.

De kledingzaak is van mening dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is. De werkneemster heeft vijf maanden de tijd gehad om een andere baan te vinden, werd vrijgesteld van haar werkzaamheden met behoud van loon, heeft goede referenties meegekregen en ook nog eens dubbel loon ontvangen, omdat ze intussen al werkzaam was bij een ander bedrijf. Volgens de werkgever kwam het feit dat ze al in dienst was bij een andere werkgever pas veel later aan het licht. Bovendien verkeert de werkgever in financieel zwaar weer, dus het ontslag kon niet voorkomen worden. De kledingzaak is van mening dat ze zich als een goed werkgever heeft gedragen.

Ook de rechter gaat daar in mee. Het goede werkgeverschap uitte zich onder andere in het geven van een goed getuigschrift, het organiseren van een informatiebijeenkomst in samenwerking met het UWV. Verder heeft de werkgever de werkneemster aangeboden om het werk als coupeuse als zelfstandige voort te zetten, maar de werkneemster heeft dit geweigerd.

Verder merkt de rechter op dat het de kledingzaak aan financiële middelen ontbrak om een tegemoetkoming te betalen aan de werkneemster. Het bedrijf staat onder streng toezicht en kan zich geen financiële dompers meer permitteren.

Dan doet de werkneemster nog een laatste poging om de rechter te overtuigen. Ze heeft in de UWV-procedure gesteld in aanmerking te willen komen voor de functie van verkoopster. Maar ook deze poging mislukt. Per 4 december 2010 is ze namelijk akkoord gegaan met de non-actiefstelling en heeft ze daarna niet meer de functie van verkoopster geclaimd. Bovendien zijn de functies niet onderling uitwisselbaar. En omdat ze per die datum akkoord is gegaan, kan ze ook geen aanspraak maken op de uitbetaling van vakantiedagen en andere zaken. De werkneemster wordt daarop in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten betalen.

Bron: Rechtbank Amsterdam, 11 mei 2012

Zie ook: Praktijkgids Arbeidsrecht, par. 3.2. – pag. 171.

Reageer op dit artikel