nieuws

Ontslag wegens vermoeden van drugssmokkel

Een man, die werkt op de luchthaven Schiphol in het beveiligde gebied, wordt aangehouden op verdenking van drugssmokkel en op staande voet ontslagen. Hij wordt daarvan later vrijgesproken. Maar de rechte acht, gezien de omstandigheden, het ontslag terecht.

Een werknemer werkt bij een bedrijf op Schiphol als chauffeur/belader. Hij voert zijn werkzaamheden uit achter de douane, derhalve in beveiligd gebied. Daarmee gaat het om een vertrouwensfunctie in de zin van de Wet veiligheidsonderzoeken, waarvoor een Verklaring van Geen Bezwaar en een toegangspas van de luchthaven Schiphol vereist zijn.

De werknemer wordt op 6 april 2010, als één van de dertien verdachten in een omvangrijk onderzoek, aangehouden wegens verdenking van drugssmokkel. Hij wordt direct vrijgesteld van werkzaamheden en de werkgever verzoekt schriftelijk nadere informatie over de reden van de aanhouding. Die reageert niet, in strijd met de gedragscode van het bedrijf waarin staat ‘Als er plotseling iets gebeurt waardoor u niet kunt komen, moet u direct of zo snel mogelijk uw leidinggevende informeren'.
Op 19 april 2010 hoort de werkgever van het Openbaar Ministerie dat de verdenking tegen de werknemer gepaard gaat met ‘ernstige bezwaren' en dat diens voorlopige hechtenis geruime tijd wordt verlengd. Dezelfde dag wordt de werknemer op staande voet ontslagen.

Op 25 mei 2010 roept de werknemer de nietigheid van het ontslag in. Hij wordt op 25 februari 2011 door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen hem ten taste is gelegd. Volgens de werknemer heeft justitie een blunder begaan, maar de werkgever handhaaft het ontslag op staande voet omdat de werknemer geen inzage geeft in het strafvonnis. De werknemer vordert wedertewerkstelling en loondoorbetaling.

Hoge integriteitseisen
De kantonrechter overweegt dat het hier om een verdenking gaat van een strafbaar feit gerelateerd aan de werkplek, namelijk de beveiligde zone van Schiphol. De werkgever voert een zeer strikt beleid ten aanzien van handel in of het bezitten en/of smokkelen van verdovende middelen. Aan personeel van de werkgever mogen, gezien de veiligheidsrisico's verbonden aan de werkplek en de uitvoerige instructies die in dit verband worden gegeven, zeer hoge integriteitseisen gesteld worden.
Tegen die achtergrond had het op de weg van de werknemer gelegen om de werkgever na de brief van 6 april 2010 nader te informeren. De werkgever is niet onmiddellijk na de aanhouding tot ontslagverlening overgegaan, maar pas nadat hij had vernomen op 19 april 2010 dat er nog steeds ernstige bezwaren waren en dat de voorlopige hechtenis werd gecontinueerd. De werknemer had toen nog steeds niet gereageerd op het verzoek om nadere informatie van de werkgever van 6 april 2010. Door dit na te laten heeft de werknemer zelf onvoldoende gedaan om het vertrouwen van de werkgever in hem en in voortzetting van de arbeidsrelatie te herstellen en was er voldoende grond voor een ontslag op staande voet.

Zorgvuldig werkgever
Dat de werknemer later alsnog is vrijgesproken en daarmee is gerehabiliteerd maakt dat niet anders. Het ontslag is beoordeeld naar het moment van de ontslagverlening en toen heeft de werkgever als zorgvuldig werkgever gehandeld en is hij in redelijkheid tot het ontslag overgegaan. De vordering van de werknemer wordt afgewezen.

Aantekening
Al eerder oordeelde de Hoge Raad dat voorarrest op zich geen dringende reden voor ontslag oplevert. Maar bij de beoordeling van zo'n ontslag moeten alle omstandigheden van het geval in overweging worden genomen. In dit geval ging het om een werknemer, die in een beveiligde zone werkt. Daar mogen volgens de rechter strengere eisen aan gesteld worden, zeker nu de integriteit van de werknemer in kwestie in het geding was en hij had nagelaten zijn werkgever goed te informeren, ondanks diens verzoek.

Dit artikel is verschenen in Security Management nummer 1/2, januari/februari 2012

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels