nieuws

Toch naar de concurrent

Geen categorie

Concurrentiebedingen zijn voer voor juristen. Ook in deze casus. Formeel had de werkgever gelijk en mocht de autoverkoper niet aan de slag bij de concurrent. Maar iemand vlak voor zijn ontslag een concurrentiebeding laten tekenen, blijkt niet correct.

Een werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten bij een bedrijf in de autobranche. Het contract wordt tweemaal verlengd, maar na het derde contract, wordt geen vaste overeenkomst gesloten. Daarop solliciteert de werknemer bij een ander autobedrijf en wordt hij daar beloond met een arbeidscontract. Wel had de werknemer een concurrentiebeding gesloten met zijn oude werkgever, maar dit wil hij via de kantonrechter schorsen.

Dit concurrentiebeding had hij namelijk pas een half jaar voor het beëindigen van zijn derde contract getekend. En enkele maanden na ondertekening werd hem gezegd dat hij niet hoefde te rekenen op een vast contract of een verlengde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Kortom, het was duidelijk dat de werknemer een nieuwe baan moest gaan zoeken.

Relatiebeding wordt concurrentiebeding
De werknemer vordert ten eerste dat het concurrentiebeding moet worden geschorst, en mocht dit niet lukken, dat hij dan een maandelijks bedrag krijgt van zijn oude werkgever ter hoogte van zijn salaris bij zijn nieuwe werkgever. Ook meldt de werknemer dat er in zijn eerdere contracten altijd sprake was van een relatiebeding en pas een half jaar voor zijn ontslag er een nieuw contract werd gesloten met een concurrentiebeding. Verder meent de werknemer dat hij nu wordt belet een aanzienlijke positieverbetering te gaan realiseren. En doordat het concurrentiebeding geen regionale beperking heeft, zal hij nooit meer in staat zijn een baan te vinden in de regio.

Maar volgens de (oude) werkgever zijn het nieuwe bedrijf van de werknemer en hij directe concurrenten. De bedrijven hebben dezelfde verkoopprocessen en er is verder geen sprake van regionale gebondenheid, want het handelen van auto's gaat via internet. De werkgever is bovendien niet tevreden over de werknemer en heeft hem daarom geen nieuw contract aangeboden.

Belangenafweging
De kantonrechter oordeelt dat de oude en de nieuwe werkgever van de werknemer directe concurrenten zijn. Daarover bestaat dan ook geen geschil. De werknemer handelt dus in strijd met het concurrentiebeding. Ook het beding zelf is volgens de rechter rechtsgeldig overeengekomen en geldt voor een jaar over heel Nederland en niet over een regio. De kantonrechter heeft dan ook geen commentaar op de geldigheid van, en de voorwaarden in het concurrentiebeding. De rechter zit desondanks in een lastig parket. Aan de ene kant wordt de werknemer het recht ontnomen om bij een nieuwe werkgever aan de slag te gaan en aan de andere kant wordt de oude werkgever in zijn belangen onbillijk benadeeld. Er moet dus een belangenafweging plaats vinden.

Oordeel kantonrechter
Het is volgens de kantonrechter aannemelijk dat in een bodemprocedure het concurrentiebeding niet stand zal houden en dat een belangenafweging in het voordeel van de werknemer zal uitvallen. De kantonrechter noemt de volgende omstandigheden van doorslaggevende aard.

Ten eerste is de werkgever de aanstichter van het ontslag. Hij wilde niet verder met de werknemer en gaf hem na drie contracten voor bepaalde tijd uiteindelijk ontslag. De werknemer had nog wel willen blijven al dan niet onder een vast contract of nog een tijdelijke overeenkomst. Verder noemde de werkgever enige vorm van disfunctioneren, maar daar zijn volgens de rechter geen aanwijzingen voor.

Ook is het opmerkelijk dat er pas een half jaar voor het verlopen van het (derde) arbeidscontract een arbeidsovereenkomst met een concurrentiebeding werd afgesloten. De andere overeenkomsten hadden alleen maar een relatiebeding. Reden om de arbeidsovereenkomst om te zetten, was volgens de werkgever het scheppen van een uniform personeelsbeleid. De rechter gaat er echter niet in mee en schorst het concurrentiebeding. De werknemer kan aan de slag bij zijn nieuwe werkgever en de (oude) werkgever wordt veroordeeld in de kosten, maar hoeft de werknemer geen maandelijks bedrag te storten.

Uitspraak: Rechtbank 's-Hertogenbosch, 31 januari 2012

Bron: Praktijkgids Arbeidsrecht, par. 1.5.2. – pag. 51.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels