nieuws

Niet verhuizen levert geld op

Geen categorie

Zeven jaar lang blijft het verhuizen naar de omgeving van de werkplek boven de markt hangen. Plotseling grijpt de werkgever deze verplichting aan om de verhouding met zijn werknemer op scherp te zetten. Het leidt zelfs tot ontslag. De rechter gaat daar echter niet in mee, hoewel de verhuisplicht op zichzelf niet werd betwist.

Een man solliciteert in 2005 op een functie als beheerder van een recreatiecentrum. In de personeelsadvertentie wordt onder andere gemeld dat het noodzakelijk is dat de werknemer verhuist naar het dorp waar het recreatiecentrum is gelegen.

Kort nadat de werknemer in dienst is getreden, verhuist de werknemer, maar niet naar de plaats waar hij geacht wordt te wonen vanwege zijn functie.

Twee jaar later vraagt de werknemer om uitstel van verhuizing vanwege privéomstandigheden. En in 2010, vijf jaar later dus, is het de werkgever die de werknemer in het onzekere laat over de verhuisplicht, omdat het niet goed gaat met het bedrijf.

Hakken in het zand
Maar in 2011 richt de werkgever zich op en deze houdt plotseling vast aan de verhuisplicht. Nu zet de werknemer de hakken in het zand en weigert te verhuizen.

De werknemer heeft intussen wel al een stacaravan gekocht en neergezet op het terrein van de werkgever. De beheerder verblijft in het hoogseizoen in de stacaravan. Maar ondanks het verblijf in de stacaravan, is er geen wil om te verhuizen.

De werkgever stelt dat er geen vruchtbare samenwerking meer zal ontstaan in de toekomst en daarop verzoekt hij ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Geen stageld betaald
Naar mening van de werkgever houdt de beheerder geen woord en is er een vertrouwensbreuk ontstaan. Ook klaagt de werkgever dat de werknemer geen stageld heeft betaald voor de stacaravan op het terrein van de werkgever en zijn er incidenten geweest met de werknemer betreffende zijn functioneren.

Zo zou de beheerder nalatig geweest zijn bij vernielingen op het recreatieterrein. Verder beweert de werkgever dat hij ook nog eens werkzaam zou zijn geweest tijdens het dienstverband voor een ander recreatiebedrijf.

De werknemer verweert zich en zegt dat in zijn sollicitatiegesprek in 2005 niet is gesproken over een verhuizing naar de werkplek. Ook is tijdens zijn dienstverband niet de indruk gewekt dat dit als een harde eis werd gesteld.

Geen verplichte verhuizing
Verder meent de beheerder dat het niet wonen bij het recreatiecentrum geenszins zijn werkzaamheden hebben belemmerd, mede omdat hij in het hoogseizoen in een stacaravan verbleef. De werkzaamheden hebben er volgens de werknemer niet onder geleden. Een verplichte verhuizing kan niet van hem gevergd worden.

De beheerder ontkent ook dat hij werkzaam is geweest bij een ander recreatiebedrijf. De kantonrechter gaat hier in mee en verwerpt dit argument van de werkgever.

Tevens merkt de kantonrechter op dat tijdens de vernielingen op het recreatieterrein de werknemer op vakantie was en dus niet kon ingrijpen.

Verandering van omstandigheden
Toch meent de rechter dat er sprake is van verandering van omstandigheden. De verhoudingen zijn zodanig verstoord dat een terugkeer in de functie nauwelijks mogelijk is.

De verhuisplicht werd overigens tussen werkgever en werknemer niet betwist. De werknemer had plannen om te verhuizen naar het dorp. Formeel gezien heeft de werkgever aan het verhuisbeding vastgehouden, maar het niet verhuizen heeft niet geleid tot disfunctioneren.

Want de werknemer heeft zeven jaar zijn functie naar tevredenheid uitgevoerd. Hierdoor heeft volgens de kantonrechter de werknemer het idee gekregen dat de werkgever de verhuisplicht niet zo hard wilde spelen.

Ook heeft de toenmalige leidinggevende van de werkgever hem niet aangesproken op het moment dat hij een stacaravan op het recreatieterrein wilde kopen. Daarmee werd de verplichting te verhuizen nog zwakker.

Dubieuze beschuldigingen
Door na een verloop van zeven jaren alsnog vast te houden aan het verhuisbeding heeft de werkgever een wezenlijke bijdrage gehad in het ontstaan van de verstoorde verhoudingen.

Daarbij genomen de dubieuze beschuldigingen inzake de vernielingen en een ander dienstverband maken de positie van de werkgever niet beter.

De kantonrechter geeft de werkgever enige tijd om het ontbindingsverzoek in te trekken, maar zo niet dan zal de werkgever aan de werknemer een vergoeding moeten toekennen van 50.000 euro.

Bron: Rechtbank Leeuwarden, 8 maart 2012

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels