nieuws

Zonder cao geldt het wetboek

Geen categorie

Iemand werkt bij een detacheringsbedrijf en wordt ook gedetacheerd bij een opdrachtgever. Maar hij tekent zijn contract niet. Wel meldt hij zich twee keer ziek. De tweede keer vindt de detacheerder dat hij de werknemer niet meer hoeft te betalen. Maar de rechtsgrond hiervoor lijkt in kort geding te ontbreken.

Een gedetacheerde werknemer is volgens zijn zeggen voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij een detacheringsbedrijf en is uitgeleend aan een opdrachtgever. Nadat hij net een maand of vier aan het werk is, meldt hij zich ziek. De ziekte duurt ongeveer anderhalve week en daarna hervat hij zijn werkzaamheden. Een tweetal maanden later is de gedetacheerde werknemer weer ziek. Over de eerste periode van ziekte keert de werkgever een deel van het loon uit, maar in de tweede periode stopt de werkgever met loon betalen.

De werknemer eist in kort geding onmiddellijke doorbetaling van zijn loon tijdens ziekte op basis van artikel 30 en 33 van de cao van de Algemene Bond van Uitzendondernemingen (ABU). Artikel 33 bepaalt onder andere dat de werkgever het eerste jaar van ziekte een doorbetalingsplicht heeft van 91 procent van het inkomen.

Het detacheringsbureau weigert echter loon door te betalen, omdat volgens het bureau met de werknemer een uitzendovereenkomst fase A is overeengekomen. In deze overeenkomst wordt onder andere vermeld dat de uitzendovereenkomst van rechtswege eindigt als er sprake is van ziekte of ongeval. Verder eindigt de overeenkomst als de opdrachtgever geen werkzaamheden meer heeft voor de gedetacheerde werknemer. Wanneer de werknemer zich beter meldt, dan ontstaat een nieuwe uitzendovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer. Het detacheringsbureau heeft het arbeidscontract met dit soort bepalingen toentertijd naar zijn werknemer gestuurd, maar heeft deze niet ondertekend teruggekregen.

Verder meldt de werkgever dat de cao van de NBBU van toepassing is en wanneer er sprake is van ziekte, dient de werknemer zich tot het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) te wenden. Tenslotte vertelt de werkgever ook nog eens dat de opdrachtgever geen werk meer heeft, waarop de arbeidsovereenkomst dus definitief eindigt.

De kantonrechter stelt vast dat ondanks het ontbreken van een door de werknemer ondertekend contract, er wel een overeenkomst bestond tussen de werknemer en de detacheerder. Het feit dat dit een uitzendovereenkomst betreft, wordt door de partijen niet ontkend. Het staat vast dat de werknemer was gedetacheerd bij een opdrachtgever. Er is volgens de kantonrechter wel een verschil van mening inzake de cao. De werknemer zegt dat de ABU-cao van toepassing is, de werkgever stelt dat het om de NBBU-cao gaat. Het wordt de kantonrechter niet duidelijk welke cao van toepassing is. Er is  in het kort geding niet genoeg tijd om dit nader te onderzoeken. Daarom valt de kantonrechter terug op het Burgerlijk Wetboek artikel 629 inzake ziekte. Hierdoor kan de werknemer aanspraak maken op loondoorbetalingsplicht tijdens ziekte.

Het niet ondertekende contract komt de werkgever duur te staan. Want nu is er nog steeds sprake van een lopend dienstverband. Omdat het dienstverband doorloopt, ontstaat er een loondoorbetalingsplicht van 104 weken op basis van 70 procent van het naar tijdsruimte vastgestelde loon, maar ten minste het minimumloon. De werkgever is dus gehouden aan de doorbetalingsplicht tot het moment dat de arbeidsovereenkomst eindigt.

Uitspraak: Rechtbank Almelo, 8 maart 2012

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels