artikel

Arbeidsmobiliteit in Nederland in cijfers

Instroom

Arbeidsmobiliteit in Nederland in cijfers

In de studie ‘Arbeidsmobiliteit in Nederland’ worden cijfers over arbeidsmobiliteit op een rij gezet. De arbeidsmobiliteit onder Nederlanders is hoog. Ze wisselen relatief vaak van baan of functie. Wel zijn er grote verschillen naar leeftijd en opleidingsniveau.

In deze studie naar arbeidsmobiliteit in Nederland van arbeidssocioloog Fabian Dekker wordt arbeidsmobiliteit gezien als een verandering van positie binnen het arbeidsdomein in loondienst (interne mobiliteit binnen bedrijven en externe mobiliteit naar een andere werkgever) en de transitie naar het zelfstandig ondernemerschap. Onvrijwillige arbeidsmobiliteit, zoals werkloosheid, pensionering en arbeidsongeschiktheid blijven (vrijwel) buiten beschouwing.

Omvang arbeidsmobiliteit in Nederland

Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2016 werknemers gemiddeld tien jaar bij dezelfde werkgever werkzaam zijn. Dit gemiddelde wordt sterk omhooggetrokken door werknemers van 45 jaar en ouder. Jongeren tussen de 15 en 25 jaar blijven niet eens 2 jaar bij dezelfde werkgever. Werknemers tussen de 25 en 45 zijn gemiddeld 7 jaar bij dezelfde werkgever werkzaam.

Afhankelijk van de conjuncturele situatie is jaarlijks een kwart tot 40 procent van de werkenden mobiel. Dit betreft zowel interne als externe mobiliteit. Jongeren zijn vaker extern mobiel (baanmobiliteit), werknemers tussen de 25 en 35 jaar zijn eerder intern mobiel (functiemobiliteit).

Ook naar opleidingsniveau zijn er opvallende verschillen. Hoger opgeleiden wisselen vaker van baan en functie dan middelbaar en lager opgeleiden. Dekker verklaart dit met de human capital theory van Becker (1964). Hoger opgeleiden beschikken over een betere onderhandelingspositie dan lager opgeleiden en zouden daarom eerder vrijwillig van baan of functie wisselen.

Lees ook: Arbeidsmobiliteit: het complete overzicht van de mogelijkheden

Arbeidsmobiliteit naar sector

De meest recente cijfers over arbeidsmobiliteit naar sector dateren van 2014. Er is echter een reeks opgebouwd vanaf 2000, zodat naar trends kan worden gekeken. Arbeidsmobiliteit in Nederland is het hoogst in de zakelijke dienstverlening, gevolgd door de sectoren handel, horeca en overheid. In de sectoren industrie, bouw en onderwijs is de mobiliteit het laagst. Bij de overheid is vooral de functiemobiliteit hoog, terwijl in de handel en horeca de baanmobiliteit hoog is.

Arbeidsmobiliteit naar persoonskenmerken

Gedwongen (‘negatieve’) vormen van arbeidsmobiliteit blijven in deze studie buiten beschouwing. Wel wordt in de studie vermeld dat gedwongen mobiliteit het meest voorkomt bij relatief oudere werkenden, werknemers met een tijdelijk arbeidscontract en lager opgeleiden.

Geslacht

Tussen mannen en vrouwen zitten vrijwel geen verschillen ten aanzien van het soort mobiliteit. Bij mannen is net iets vaker sprake van functiemobiliteit. Bij vrouwen van baanmobiliteit.

Leeftijd

Jongeren zijn veel mobieler dan oudere werknemers. Vooral de baanmobiliteit is hoog. Tot 35 jaar is ook de functiemobiliteit hoog, met ruim 15%. De stap naar het zelfstandig ondernemerschap is voor vrijwel alle leeftijdsgroepen gelijk. Alleen onder de 25 en na het 55ste levensjaar wordt minder vaak de stap naar zelfstandig ondernemerschap gezet.

Opleiding

Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe groter de mobiliteit. En dat geldt vooral voor functiemobiliteit en de stap naar het zelfstandig ondernemerschap. Academici zijn veel mobieler dan andere opleidingsniveaus. De baanmobiliteit is onder de verschillende opleidingsniveaus vrijwel gelijk. Uitzondering zijn de lager opgeleiden. Zij zijn minder vaak baanmobiel.

Reageer op dit artikel