nieuws

Interview met Jaap Smit, voorzitter cnv

Instroom

Interview met Jaap Smit, voorzitter cnv

Dominee, organisatieadviseur, directeur Slachtofferhulp, en nu gaat hij het CNV leiden. Jaap Smit mag dan een onbekende in de polder zijn, hij zal zeker van zich doen spreken. ‘Verwacht van mij niet dat ik met de bijbel in de hand dogma’s sta te verkondigen. Maar ik ben ook niet gekomen om op de winkel te passen.’

Uw benoeming tot CNV-voorzitter heeft vriend en vijand verrast. Zelfs collega/concurrent Agnes Jongerius (FNV) gaf in de Volkskrant toe dat zij uw naam eerst moest googelen om te weten met wie zij te maken krijgt. Hoe is dat om als ‘buitenstaander' opeens midden in de polder te staan?
‘Ach, misschien is het wel een groot voordeel. Het kan heel verfrissend werken. Bovendien, ik ben wel gewend om outsider te zijn. Wat dacht je wat men ervan vond toen ik als dominee het adviesvak inrolde? (KPMG en later Andersson Elffers Felix, red.) En vervolgens directeur van Slachtofferhulp Nederland werd?
‘Je kunt van tevoren nooit alles overzien, maar ik heb er goed over nagedacht. Voor mij is dit een logische keuze. Het klopt.'

Wat maakt u tot een geschikte voorzitter van deze vakbond?
‘Dat moet natuurlijk nog blijken, maar door mijn vele werkzaamheden heb ik wel geleerd om met alle lagen van de bevolking om te gaan. Ik heb als legerpredikant gewerkt met Jan Soldaat en kan praten met de generaal. Ik begrijp wat er leeft onder mensen die in de productie zitten, maar ook de directie. Ik ken de kant van de werkgever – dat ben ik de laatste jaren zelf geweest – en die van de werknemer. Bovendien ken ik een heleboel branches; ik weet wat er bij banken, ambtenaren of op de fabrieksvloer leeft. Ik ben dus in staat heel snel te zien hoe de hazen lopen en weet hoe het spel gespeeld wordt.'

U bent theoloog en jarenlang dominee geweest. Betekent dit dat de buitenwereld meer gaat merken van de C in CNV?
‘Als overal in de krant staat "emeritus dominee gaat CNV leiden", dan roept dat al snel het beeld op van een man in een zwart pak die stijf staat van de dogma's en die het CNV wel weer eens even een christelijk sausje zal geven. Dat is niet zo. Maar ze zullen wel merken dat ik er ben. Ik ben niet gekomen om op de winkel te passen. Op een impliciete manier zullen mensen zeker die C in mij herkennen. Sommige dingen doe je wel en niet als je ergens in gelooft, en mensen mogen mij daar ook op aanspreken.
‘Binnen het CNV is die C heel vaak bepalend geweest bij keuzes. Niet door met de bijbel in de hand dogma's uit te dragen, maar wij graven wel een spaatje dieper. Daaruit blijken de waarden waar wij voor staan.'

Kort na uw benoeming zei u in de Volkskrant dat u het CNV een ‘modernere jas' wilt aantrekken. Wat bedoelt u daarmee?
‘Wij moeten ons afvragen wat nou onze rol is in deze tijd. Gaan wij over dertig jaar hier het licht uitdoen, of formuleren wij ons bestaansrecht opnieuw? Hoe gaan wij de afkalving van de ledenaantallen tegen en hoe gaan wij om met de arbeidsverhoudingen, die heel anders liggen dan vroeger?
‘Alles verandert. De organisatiegraad wordt lager, door de vergrijzing maar ook doordat de vanzelfsprekendheid – ik word lid omdat mijn vader dat ook was – wegvalt.
Jongeren hebben veel minder commitment met de sociale beweging, die vertonen meer consumentengedrag, willen weten what's in it for me? Daarom wil ik eerst in gesprek met die jongeren.
‘Ik ken het vanuit de kerk. Daar vindt men ook dat er meer jongeren moeten komen, maar die moeten dan wel diezelfde oude liederen zingen. Dat werkt dus niet. Voor de vakbond geldt hetzelfde. Je zult de taal van de jongeren moeten spreken.
‘Ik besef dat dit een heel gevoelig proces is, omdat je aan de ene kant de belangen van de huidige leden hoog in het vaandel wilt houden, maar aan de andere kant moet je praten over wat die jongeren in de toekomst vragen en daar je organisatie naar inrichten. Dat is een heel spannend gesprek, maar dat ga ik graag aan om het CNV toekomstbestendig te houden.
‘Helaas verdwijnt het maatschappelijke middenveld meer en meer. Daar worstelen niet alleen wij mee, dat doen alle verenigingen, politieke partijen, kerken, etce-te-ra. Dat gaat mij zeer aan het hart. Want ik geloof in een sterk middenveld waarin mensen hun eigen belang onderbrengen in een collectief, en niet iedereen alleen maar voor zichzelf opkomt. Kijk naar de grote groep zzp'ers die nu ongeorganiseerd rondlopen. Juist in deze tijd blijkt hoe belangrijk het is voor mensen om ergens bij te horen.'

Om leden te werven, zet de FNV professionele organizers in die bij de poorten van bedrijven de actiebereidheid op de werk-vloer polsen. Gaat het CNV ook zo zieltjes winnen?
‘Zo'n agressieve aanpak past niet bij ons. Dat zit niet in onze genen. Het essentiële onderscheid tussen de FNV en het CNV is dat wij de klassenstrijd verwerpen. Ons uitgangspunt is al sinds de oprichting in 1909 dat er geen tegenstelling is tussen kapitaal en arbeid, maar dat je er samen uit moet komen. Natuurlijk is het goed om contact met de werkvloer te zoeken, maar het risico dat bij organizen dreigt, is dat je een conflict gaat creëren tegen het kapitaal. En dat is nou precies wat wij niet willen.'

Is dat ook de reden dat het CNV minder prominent in beeld komt bij harde acties, zoals laatst die van de stadsreinigers?
‘Wij zijn inderdaad gematigder. Daarbij komt dat wij kleiner zijn en daardoor misschien minder opvallen. Dat neemt niet weg dat ik zeker begrip heb voor de mensen in de schoonmaakindustrie. Ik snap hen heel goed. Zij willen niet alleen meer geld, het gaat hen ook om respect.
‘De stijl van het CNV is alleen anders, en dat past heel goed bij mij. Ik ben geen doetje, maar ik ben niet een radicaal iemand. Natuurlijk, ik kan heel boos worden, maar ik voer liever eerst een pittig gesprek om als volwassen mensen tot een oplossing te komen.'

Dus wij zien u niet met een megafoon op het Malieveld staan?
‘Mijn leus is: constructief als het kan, maar strijdlustig als het moet. Dus als het nodig is, ga ik de barricade op en sta ik op het Malieveld. Ook al zie ik daar best tegenop.'

Na de ambtenarenacties is het nu erg onrustig in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs. Wat is uw opstelling in dit conflict?
‘Ik maak mij grote zorgen om de ontevredenheid van werknemers in die branches. Het gaat niet eens zozeer om geld. Geld is een symbool voor waardering en respect. Mensen die in de zorg en het onderwijs werken, doen dat niet primair voor het geld. Het gaat die mensen om de inhoud van het werk en de ruimte die ze als professional krijgen om hun werk goed te doen. Helaas wordt de zorg kapot gemanaged, is de hele manier van werken er gebaseerd op georganiseerd wantrouwen en zijn mensen de helft van de tijd bezig met administratieve flauwekul. Dat is de dood in de pot voor al die goede krachten die daar werken. Dat is nog veel belangrijker dan geld.
‘Overigens is die anderhalf procent erbij wel degelijk ook belangrijk. Dat is niets meer dan vragen om een inflatiecorrectie. Dat is dus geen loonsverhoging, die mensen gaan er daarmee nog steeds niets op vooruit. Elke politieke partij roept nu dat de zorg zo belangrijk is, wees daar dan ook zuinig op. Daar blijven wij ons hard voor maken.'

De politiek gaat hoe dan ook bezuinigen, en de verhoudingen tussen werkgevers en werknemers verharden. Overleeft het poldermodel de crisis?
‘Ik ben een warm voorstander van het poldermodel. Dat betekent niet dat je voortdurend in alle vriendelijkheid bij elkaar aan tafel zit. Dat betekent af en toe een heftig debat en duidelijke tegenstellingen, maar wel met de bedoeling er samen uit te komen. Dat vraagt grote wijsheid van politiek verantwoordelijken, van werkgevers, die geen olie op het vuur moeten gooien, en van onze kant moeten wij ook verstandig en redelijk zijn.
‘Ik denk dat onze samenleving er niet op zit te wachten dat de boel uit elkaar spat. Ik hoop echt dat wij de Nederlandse poldertraditie in ere houden en niet de tegenstellingen zullen vergroten. Het is zaak dat alle partijen in deze moeilijke tijd hun kop erbij houden.'

Is deze zware functie te verenigen met een privéleven?
‘Ik weet niet precies hoe het zal gaan, maar ik heb altijd hard gewerkt. Gelukkig ben ik getrouwd met een vrouw die dat – tot op zekere hoogte – verdraagt. Bovendien heb ik twee studerende kinderen die zichzelf prima kunnen redden. Ik hoop wel af en toe tijd over te houden om saxofoon te spelen met mijn band en te zeilen – dat heb ik wel nodig om mijn kop vrij te maken.
‘Overigens is een goede werk/privé-balans een filosofisch vraagstuk, niet alleen een organisatorisch, praktisch vraagstuk. Kan ik met de dingen waar ik in geloof, de waarden waar ik voor sta, aan de slag in de organisatie waar ik werk? Als die organisatie op dat vlak voortdurend compromissen van mij vraagt, dan vreet dat energie, dan gaat het wringen en worden andere dingen belangrijk. Is de balans goed – pas je echt in een organisatie?, klopt het? – dan kun je ook heel hard werken.'

Curriculum vitae
Jaap Smit (53) is sinds 1 juni de nieuwe voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV). De ‘prettig gereformeerd' opgroeiende gymnasiast werd uitgeloot voor de studie dierengeneeskunde, dus ging hij maar theologie studeren. Dertien jaar lang is Smit dominee in verschillende gemeentes, onderbroken door vier jaar pastoraal werk in het Nederlandse leger in Duitsland. Maar Smit wil zijn blik verruimen en verruilt het religieuze werkveld voor de commerciële zakelijke dienstverlening. Hij wordt in 1994 organisatieadviseur, achtereenvolgens bij KPMG en Andersson Elffers Felix. Smit daarover: ‘Eigenlijk is organisatieadvies een seculiere vorm van pastoraat. De context is anders, het jargon is anders en het tarief is anders, voor de rest is het hetzelfde.'
Tien jaar consultancywerk zijn voor Smit de basis om aan het roer van een grote maatschappelijke organisatie als Slachtofferhulp Nederland te staan, waar hij als directeur de afgelopen zes jaar de nodige verandertrajecten heeft doorgevoerd. Het voorzitterschap van het CNV, met 350.000 leden de op een na grootste vakbond, is voor hem een volgende ‘logische stap'.
Smit volgt René Paas op, die in september vorig jaar aftrad. Bert van Boggelen, die sindsdien interim-voorzitter was, ging de politiek in en nam als nummer 14 op de lijst van GroenLinks deel aan de Tweede Kamerverkiezingen.

Reageer op dit artikel