nieuws

Op de reservebank

Instroom

Wat als je opeens zelf op zoek moet naar een baan? Het persoonlijke verhaal van drie hrm’ers die elk op hun eigen manier met de situatie op de arbeidsmarkt worstelen.

Op de reservebank

‘Einde project, einde Arnold'
Arnold (35) heeft zich op een zijspoor laten zetten en raakt zijn baan kwijt. Voor de teleurgestelde hrm'er blijkt solliciteren een frustrerende dagtaak. ‘De ene helft reageert helemaal niet, de andere helft komt met absurde afwijzingen.'

Vijf jaar lang had Arnold een vaste baan als hr-adviseur van een ‘intern uitzendbureau' van een grote instelling in de gezondheidszorg. Vlak voor de zomervakantie vorig jaar deed zich opeens de kans voor om mee te doen in een groot project: meewerken aan een groot tevredenheidsonderzoek en als hr-adviseur afdelingen bijstaan in het doorvoeren van organisatieverbeteringen.
Arnold moest eerst wel even een ander arbeidscontract tekenen. Met één bijzondere clausule: mocht het project onverhoopt worden stopgezet, dan zou hij ‘op eigen verzoek ontslag' moeten nemen. ‘Te naïef? Achteraf gezien was het een heel enge constructie, maar ik zag het als een mooie uitdaging en was ambitieus. Op dat moment leek het goed.'

IJdele hoop
Het project startte voortvarend. ‘Het was flink buffelen om dat onderzoek goed de organisatie in te krijgen, te verwerken en rapporten te schrijven, maar we hebben het goed gedaan.' Het vervolg viel tegen. ‘Ik wilde graag de afdelingen helpen van een vijf een zes te maken of van een zes een zeven. Maar in de praktijk bleek ik alleen in naam adviseur te zijn.'
Nog veel groter was de teleurstelling toen gaandeweg duidelijk werd dat de organisatie de stekker uit het project wilde trekken. ‘Einde project, einde Arnold.' De jonge hrm'er vindt steun bij zijn vijf collega's die hetzelfde lot treft. ‘Het is paradoxaal. Aan de ene kant praat je er met elkaar veel over, aan de andere kant hoor je dingen die je niet wilt horen. Ik wilde blijven, doorgaan, ik vertrouwde op toezeggingen. En dan hoor je tegelijkertijd collega's zeggen dat het niet goed gaat komen.'
Woedend stapt Arnold naar het management en beroept zich op eerder gedane toezeggingen. Maar degene met wie hij vorig jaar zijn overgang heeft besproken, blijkt te zijn gepromoveerd. De opvolger zegt niets te weten van welke toezegging dan ook. Een welles-nietesspelletje waarbij Arnold aan het kortste eind trekt.
Gevolg: Arnold verliest zijn baan die hij juridisch gezien zelf heeft opgezegd, waardoor hij ook geen aanspraak kan maken op een uitkering. Die afscheidsborrel waar hij recht op had, hoefde voor hem niet meer. ‘Ik heb de manier waarop als heel denigrerend ervaren. Toen ik het vlak voor mijn vertrek op de man af vroeg, gaf mijn leidinggevende toe dat hij het al langer wist. Had dat dan gezegd! Dan had ik kunnen gaan solliciteren in plaats van al mijn tijd en energie te steken in het blijven proberen en ijdele hoop houden.'

Dagtaak
Arnold weet dat hij zich over zijn boosheid en frustratie heen moet zetten en gaat op zoek naar een nieuwe baan. Maar dat valt niet mee. ‘Solliciteren is een dagtaak geworden.' Collega-p&o'ers gaan ook nog eens slordig om met sollicitanten en onderschatten de werving en selectie, meent hij. ‘Op de veertig brieven die ik heb verstuurd, heb ik van de helft niets meer gehoord. Nog geen ontvangstbevestiging. Frustrerend is ook dat ze allemaal het schaap met vijf poten lijken te zoeken. Ik krijg de meest absurde afwijzingen. Bijvoorbeeld dat ik geen wo-opleiding heb. Voor een functie als senior adviseur! Gisteren kreeg ik als reden voor afwijzing de reisafstand. Het is nog geen drie kilometer van mijn huis!'
Zijn leeftijd, 35 jaar, blijkt op deze moeilijke arbeidsmarkt al een rol te gaan spelen, merkt Arnold. ‘Ik behoor tot de Generatie X: vlees noch vis.' Toch blijft hij optimistisch. Arnold solliciteert stug door en volgt daarnaast onder meer een cursus arbeidsrecht om bij te blijven. ‘Uiteindelijk komt alles goed. Ik moet gewoon vertrouwen en geloof in mijn eigen kunnen blijven houden.' Maar de situatie moet niet te lang meer duren. ‘Zondagavond is het moeilijkst, als ik weet dat de volgende ochtend iedereen weer naar zijn werk gaat en ik de wekker voor morgen niet hoef te zetten.'

Case2
‘Ik maak mij geen zorgen'

Wouter (46) voerde een reorganisatie door waarbij hijzelf plaats moest maken voor een externe hr-directeur. Een bijzondere gewaarwording, waar hij echter niet onder gebukt gaat. ‘Ik heb genoten van deze zomer en hoop eind dit jaar weer aan de slag te zijn.'

Voor Wouter, hr-directeur bij een middelgrote zakelijke dienstverlener, was de aankondiging van een fusie eind vorig jaar geen verrassing. Wel dat na de samenvoeging een nieuwe, externe hr-directeur zou worden aangetrokken. Dat betekende onherroepelijk dat hijzelf boventallig was. ‘Nee, dat is niet leuk. Ik heb acht jaar lang met veel plezier dit werk gedaan en was graag nog een poosje gebleven om verder inhoud te geven aan de fusie.'
Wouter had vooral moeite met de motivatie van het besluit. ‘Ik vond de onderbouwing heel mager, maar het biedt mij weinig daarin te blijven hangen. Ik heb het gelukkig goed naast mij neer kunnen leggen.' Wouter heeft dan ook met plezier de voorbereidingen voor de fusie getroffen en de laatste vijf tot zes maanden gewoon doorwerken was voor hem ‘geen probleem.' ‘Het is heel jammer, maar niet heel erg', stelt hij nuchter vast.

Ander gezicht
De bijzondere situatie deed zich voor dat Wouter zelf de reorganisatie tot het einde is blijven doorvoeren. ‘Meestal reageren mensen heel emotioneel op het slechte nieuws dat er voor hen geen plek meer is na de integratie. Maar omdat zij mijn situatie ook kenden, lijkt het alsof je hen een object ontneemt om hun boosheid op te projecteren. Je neemt ze een wapen uit handen. De ironie is dat je meestal degene bent die dergelijke vervelende beslissingen neemt, en nu wordt je opeens zelf getroffen.' Een bijzondere gewaarwording voor de hr-directeur die gewend is aan de andere kant van de tafel te zitten. ‘Ik ben mij altijd wel bewust geweest van de impact van dit soort processen, maar nu krijgt zo'n reorganisatie toch een ander gezicht.'

Studie bedrijfskunde
‘Het is mij wel meegevallen om er los van te raken.' Wouter gaat niet gebukt onder het feit dat hij nu geen werk heeft. ‘Ik heb genoten van een prachtige zomer vrij en hoop zo tegen het einde van het jaar weer aan de slag te zijn.'
Het moet ook weer niet te lang duren. ‘Het wordt heel anders als ik over een jaar nog thuiszit', zegt Wouter, die weet dat de situatie op de arbeidsmarkt ‘nog niet zo geweldig' is. ‘Ik had dit liever twee jaar geleden meegemaakt, toen lagen de kaarten heel anders. Zeker in de zakelijke dienstverlening in de Randstad houdt het momenteel niet over. Maar ik maak mij geen zorgen.'
Ondertussen specialiseert de ex-hr-directeur zich in de bedrijfskundige kant van hrm. ‘Ik heb vanochtend net mijn eerste college gehad. Prachtig, zit je als 46-jarige opeens weer tussen 300 studenten bedrijfskunde in de collegebanken.'

Case3
‘Alles stort in één keer in'
Met verve had Marcel (56) de p&o-afdeling gemoderniseerd, tot een gemeentelijke herindeling hier een einde aan maakt. Twee jaar na zijn vrijwillige vertrek weet de hr-adviseur wat hem te doen staat: ‘Ik ga voor mijzelf beginnen.'
‘Reorganisaties lopen als een rode draad door mijn loopbaan.' Marcel heeft er in zijn dertig jaar als p&o-adviseur in de gezondheidszorg en bij gemeenten al heel wat meegemaakt.
Het langst heeft hij gewerkt bij zijn laatste werkgever, een gemeente net boven Rotterdam. In 1998 kreeg Marcel er de opdracht p&o te moderniseren en hij heeft zich met verve op zijn werk gestort. ‘Wij hebben een andere manier van werken doorgevoerd. De inhoudelijke processen en structuren zo aangepast dat het praktische p&o-werk steeds meer naar de lijn verschoof en hrm meer faciliterend werd.' Marcel stelt met trots vast dat zijn hr-afdeling behoorlijk ver was vergeleken met die van andere gemeenten.

Vervreemding
Het ging allemaal prima, totdat in 2005 opeens een gemeentelijke herindeling werd opgelegd en drie gemeenten noodgedwongen moesten fuseren. ‘Het ging allemaal veel te snel. Er was veel te weinig tijd voor alle voorbereidingen. Beleidsmatig was het nodige geharmoniseerd, maar qua uitvoering en werkprocessen nog niet, waardoor mensen op hun oude, vertrouwde manier bleven werken', blikt hij terug.
‘Op zich is het niet zo erg dat je pas op de plaats moet maken. Je gaat overdenken wat je eigen rol wordt en hoe we kunnen samenwerken, maar daarvan kwam weinig terecht. Dan sta je stil en is het niet veel meer dan op de winkel passen', stelt Marcel teleurgesteld vast. ‘Het is zo jammer. Alles wat je hebt opgebouwd, stort in één keer in.'
Hij vervreemdt van de organisatie, voelt zich ‘unheimisch' en de situatie op het werk grijpt hem persoonlijk aan. Als Marcel zich dat op een gegeven moment op zijn werk laat ontvallen, neemt niemand hem serieus. Maar als de situatie zich blijft voortslepen, besluit Marcel een gesprek met zijn leidinggevende aan te gaan.
In onderling overleg gaan zij uit elkaar. ‘Ik ging niet meer met plezier naar mijn werk. Voor beide partijen was het beter om uit elkaar te gaan.' Zijn vrijwillige vertrek was volgens Marcel destijds de juiste beslissing. ‘Nee, ik koester geen wrok en kijk wel met een goed gevoel terug op die periode.'

Moed
Nu, twee jaar later, vraagt Marcel zich soms af of hij dit wel had moeten doen. De werkzoekende hr-adviseur merkt dat het moeilijk is om weer aan de slag te komen. 'Ik heb nog even een ad-interimklus gedaan, maar daar zit nu ook de klad in.' En solliciteren? ‘Vorig jaar kwamen op één vacature voor p&o-adviseur al 290 reacties binnen, nu is dat nog veel erger.' Desondanks geeft Marcel de moed niet op. ‘Ik ga voor mijzelf beginnen.'

De namen van de geïnterviewden zijn om privacyredenen gefingeerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels