nieuws

Goodbye Nederland

Instroom

Goodbye Nederland

Dankzij nieuwe expatcentra kunnen buitenlandse werknemers zich sneller settelen in Nederland. Maar werkgevers geven de laatste jaren steeds minder geld uit aan de emotionele begeleiding. Een bezuiniging die later flink meer geld kan kosten, want teleurgestelde medewerkers haken eerder af.

Anna, een 28-jarige Engelse accountant, is ‘fed up' met Nederland. Ze zegt het met een zucht en een lach tegelijk. Ze heeft net haar spullen ingepakt, morgen keert ze terug naar Engeland. Haar vriendin blijft. Tijdens haar laatste biertje in een Leids café vertelt ze wat er mis ging.
Ruim een jaar geleden kwam ze met haar vriendin naar Nederland. Haar partner had een baan gevonden bij de Universiteit Leiden en zij wilde zo snel mogelijk als accountant aan de slag. Dat duurde veel langer dan gedacht. Als accountant had ze eerder in Duitsland en Luxemburg binnen een paar dagen een baan geregeld. Maar in het als tolerant bekend staande Nederland ging het allemaal veel stroever. Vanwege haar onconventionele uiterlijk, kreeg ze te horen. Veel werkgevers in de accountancybranche schrokken van haar rode alternatieve kapsel. Na zeven sollicitaties vond ze een baan bij een internationaal bureau in Hoofddorp. Maar ook in dat bedrijf voelde ze zich niet echt welkom. Ook hier waren de rode haren een bron van discussie. Uiteindelijk ging Anna, op advies van haar manager, overstag en verfde ze haar coupe in een neutrale bruine tint.

Maar ze bleef zich ongelukkig voelen in het bedrijf. Hoewel de voertaal in het Amerikaanse bedrijf Engels is, spraken haar Nederlandse collega's telkens Nederlands waardoor zij zich buitengesloten voelde. De HR-staf deed niets extra voor de gewone buitenlandse werknemers, alleen de managers werden extra in de watten gelegd. Toen ze ook maar geen duidelijkheid kreeg over een verlenging van haar contract, besloot ze zelf op te stappen. Want haar werk was niet het enige dat niet beviel. Ze kreeg een hekel aan het haastige, horkerige gedrag van veel Nederlanders op straat, de slechte service overal en de groeiende intolerantie tegenover buitenlanders. Anna realiseert zich dat een jaar eigenlijk te weinig is om nu al haar oordeel klaar te hebben. ‘Misschien had ik het iets langer moeten proberen. Maar ik was hier zo ongelukkig dat mijn relatie erdoor gevaar liep. Om die te redden ga ik eerder weg. Dan maar een LAT-relatie.'

Slechte manieren
Het verhaal van de Engelse accountant staat niet op zichzelf. Wie op expat-fora vraagt naar ervaringen, krijgt direct een stroom aan reacties. Onverschillige collega's, gemakzuchtige werkgevers en de botte directheid van veel Nederlanders. In een stad als Amsterdam zitten veel expats hun dienstperiode niet uit, zo bleek vorig jaar uit een onderzoek van deze gemeente. Maar liefst een kwart verlaat na een jaar al weer de hoofdstad. Ze storen zich vooral aan een gebrek aan gastvrijheid en slechte manieren. Amsterdam International Crossings, een samenwerkingsverband tussen de Amsterdamse ondernemersvereniging, het Expatcenter en de Kamer van Koophandel, sloeg direct alarm toen de cijfers bekend werden. De gemeente moet hen weer laten voelen dat ze welkom zijn, want anders vertrekken ze naar steden als München en Barcelona die tegenwoordig populairder zijn onder deze groep.

Officiële landelijke vertrekcijfers zijn er niet. Lucie Scott, executive director van Access, een belangenorganisatie voor expats in Nederland, schat dat zo'n vijftien tot twintig procent voortijdig afhaakt omdat de buitenlandse werknemer of de hele familie hier niet gelukkig is. Onderschatten ze vooraf het avontuur? Scott denkt van niet. ‘Naar het buitenland gaan is bijna nooit een beslissing die gemakkelijk wordt genomen. Maar je hebt wel een dikke huid nodig om te wennen aan de nieuwe situatie.' Een jaar vindt ze te kort om al gewend te zijn. ‘Als je jezelf echt een kans wil geven, moet je het langer proberen. Ik vergelijk het vaak met het krijgen van een baby. De eerste paar maanden kunnen een hel zijn. Daarna wordt het makkelijker. Maar dan moeten mensen wel hun persoonlijke verantwoordelijkheid nemen en zelf veel research verrichten. Sommige mensen hebben de neiging om alles af te schuiven op de Nederlandse cultuur of de bureaucratie.'

Maar met die bureaucratie is het tegenwoordig een stuk beter gesteld. Amsterdam en veel andere gemeenten doen nu hun uiterste best om het hun hoogopgeleide gasten naar de zin te maken. Op steeds meer plaatsen verrijzen expatcentra om deze groep verder te helpen. Pauline Genee, directeur van het Amsterdam Expatcenter, constateert dat de groep buitenlandse kenniswerkers steeds diverser wordt. Tot een jaar of tien geleden kwamen de meesten uit landen als Engeland en de Verenigde Staten en werkten zij vaak voor grote organisaties als Shell. Tegenwoordig komen velen uit landen als China en India en zijn hun arbeidsvoorwaarden niet zo goudomrand als die van de klassieke expats die voor multinationals werken. Deze minder gefortuneerde groep moet het verblijf grotendeels zelf regelen en krijgt minder begeleiding van de werkgever, stelt Genee.

Kapitaalvernietiging
Scott constateert ook dat werkgevers, met uitzondering van de grote organisaties, sinds de economische recessie minder geld uitgeven aan begeleiding van de buitenlandse werknemers. Ze vindt het kwalijk dat sommige werkgevers alleen extra hulp bieden aan hogergeplaatste werknemers. Het is volgens haar een misverstand dat extra aandacht altijd veel geld kost. Werkgevers kunnen met een beetje creativiteit ook heel goede ondersteuning bieden. Collega's kunnen bijvoorbeeld zelf de nieuwe familie op weg helpen en activiteiten organiseren voor de partners. Access biedt werkgevers gratis ondersteuning in de begeleiding van hun buitenlandse werknemers. De stichting is gevestigd in het vorig jaar opgerichte The Hague International Center. Buitenlandse en Nederlandse vrijwilligers beantwoorden hier vragen over onderwerpen als gezondheidszorg, scholen en kinderopvang. De expatdesk in Rotterdam verzorgt ook gratis allerlei diensten en regelt desgewenst zelfs scholen, belastingzaken en abonnementen.

De centra voorzien in een grote behoefte, zowel in die van werknemers als van werkgevers. Veel ontevreden kennismigranten die voortijdig hun biezen pakken, stemt werkgevers niet vrolijk. Een recruitment- en relocationprocedure kost al snel 35.000 euro per expat, aldus Genee. En een negatief vestigingsklimaat kan organisaties doen besluiten om hun kantoren naar een ander land te verplaatsen. Lexia Emerenciana, oprichter van het expatservicebureau XllentGuidance en ExpatBuddy, verbaast zich over deze kapitaalvernietiging. ‘Bedrijven geven heel veel geld uit om expats over te laten komen, dan is het eigenlijk heel vreemd dat ze nauwelijks of geen geld uittrekken voor de sociale begeleiding van deze werknemers en hun partners. Het management en HR zien dat niet als een prioriteit, maar op de langere termijn kan het ze veel geld kosten. Want if mommy is not happy, no one is.'

Minstens de helft van de uitgezonden werknemers mist een goede begeleiding van HR, zo bleek uit een enquête die ze vorig jaar hield. Het volledige artikel is te lezen in IntermediairPW.

Reageer op dit artikel