nieuws

‘Maak de flexibele schil niet te groot’

Instroom

Bent u een flexibele schil aan het maken? Zo ja, dan bent u niet de enige. Maar pas op: te veel flexibel werk kan leiden tot productie-uitval. 'Uiteindelijk zelfs tot sabotage.'

‘Maak de flexibele schil niet te groot’

‘HR-functionarissen staan onder druk. Bedrijven willen de vaste kosten terugdringen, dus wordt aan HR gevraagd hoe vaste medewerkers kunnen worden vervangen door flexibel personeel.’ Ja, de flexibele schil groeit, signaleert Henk Volberda, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit en directeur van INSCOPE – Research for Innovation. Want in economisch moeilijke tijden als deze is het voor bedrijven handig om een stootkussen van flexibele medewerkers te hebben, om de zwaarste economische klappen op te vangen.
En de groei van die flexibele schil is nog niet afgelopen, voorspelt Ton Wilthagen, hoogleraar op het gebied van de arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg. Sterker nog: als de crisis straks voorbij is (en dat moment komt, vroeger of later) zal die schil volgens Wilthagen blijven bestaan. ‘We zaten een paar decennia geleden op 80 procent vast personeel en 20 procent flex. Nu is het al 30 procent flex, en ik denk dat we doorstijgen naar 40 procent.’

Dienstenland
Want de vaste baan is volgens Wilthagen op z’n retour. Nederland is geen industrieland meer maar een dienstenland. En daar horen andere arbeidsrelaties bij. Wilthagen: ‘Er wordt steeds vaker in netwerken gewerkt, en in projecten. Werkgevers willen hun medewerkers flexibel kunnen inzetten.’
En dat gebeurt nu ook, in tal van varianten: met uitzendwerk, met het inhuren van zzp’ers en de laatste tijd ook steeds meer via payrolling.
Het grote voordeel van payrolling is, althans voor de werkgever dat het personeel op de loonlijst van het payrollbedrijf staat. En daarmee ben je als bedrijf af van de – zoals payrollbedrijven het graag noemen – ‘sores’ van P&O.

Voor werknemers zijn de voordelen van payrolling een stuk minder duidelijk. Goed, ze krijgen bij de payroller vaak beter antwoord op loontechnische vragen dan bij hun eigen baas – zeker in het midden- en kleinbedrijf. Maar uit onderzoek van de VPO (de brancheorganisatie van payrollers) blijkt dat ruim de helft van de payrollwerknemers toch liever een contract zou hebben bij het bedrijf waar ze werken dan bij het payrollbedrijf zelf. Verder wordt er bij payrollers niet veel gedaan aan opleiding, scholing en training: de werknemers geven deze activiteiten een zuinige 5,4 als rapportcijfer.

Secundaire arbeidsmarkt
Dat laatste geldt voor meer flexwerkers, ook buiten de payrollbranche. Het Researchcentrum Onderwijs Arbeidsmarkt (ROA) in Maastricht signaleert zelfs dat er een ‘secundaire arbeidsmarkt’ aan het ontstaan is. Een arbeidsmarkt met laaggeschoold werk, weinig ontwikkelingsmogelijkheden en inferieure arbeidsvoorwaarden. Een arbeidsmarkt waarop een klein deel van de beroepsbevolking een groot deel van de flexibiliteit voor zijn rekening neemt.

Maar ook voor de werkgevers heeft een flexibele schil nadelen, vindt hoogleraar Volberda van de Erasmus Universiteit. ‘Een snel wisselend personeelsbestand met uitzend- en oproepkrachten die geen enkele binding hebben met het bedrijf kan gevaarlijk zijn.’ Volberda deed onder andere onderzoek bij Philips, dat enkele jaren geleden veel flexkrachten inzette in het productiewerk. ‘Die mensen voelden zich niet betrokken bij het bedrijf, wat leidde tot een lage productiviteit en een hoge uitval in het productieproces. Door langere arbeidscontracten aan te bieden en door te investeren in opleidingen, kon het bedrijf de medewerkers breder inzetbaar maken. De productiekwaliteit steeg spectaculair.’

Reageer op dit artikel